‘De geoefende fietser kan deze tocht zeker uitfietsen’

Drenthe 200: waar fietshelden worden geboren

RODEN – Na de heroïsche editie van vorig jaar maakt Roden zich op voor de start van de vierde Drenthe 200. Drijvende kracht achter het geheel is Johan Wekema, zelf een fervent fietser en organisator van meerdere fietsgerelateerde evenementen. Dit jaar rekent hij op ongeveer duizend deelnemers, zeshonderd minder dan vorig jaar. Dat komt niet in de laatste plaats door de editie van 2017, waar van de zestienhonderd deelnemers er ongeveer 530 ook daadwerkelijk de finish haalden. ‘De vorige editie was loodzwaar. Het heeft ons veel naamsbekendheid opgeleverd, maar blijkbaar heeft het ook veel deelnemers afgeschrikt’, zegt Johan. Toch meent hij dat de geoefende renner de finish van de Drenthe 200 zeker moet kunnen halen. ‘Vorig jaar waren de omstandigheden ontzettend pittig. Maar ik weet zeker dat veel mensen die geregeld fietsen, het einde kunnen halen.’
Duizend deelnemers is niet gek, onderstreept Johan. ‘Het is een mooi aantal, zeker. Maar het liefst wil je toch wat meer renners aan de start hebben.’ Editie 2017 heeft zijn sporen zogezegd nagelaten. Iets meer dan één derde van de deelnemers wist te finishen, de rest moest eerder opgeven. De reden hiervoor was een combinatie van slecht weer en een loodzwaar parcours. Deelnemers ploeterden verkleumd door de Drentse modder. Het Janpad was voor bijna iedereen een hel. ‘Het gros ploeterede een uur door de bagger, dan kan vier kilometer lang zijn. De meeste deelnemers liepen met de fiets aan de hand. Geen pretje’, zegt Johan.
Volgens Johan was de editie van vorig jaar een uitzondering. ‘De twee jaar ervoor waren makkelijker. Ja, natuurlijk legden de deelnemers alsnog tweehonderd kilometer af, maar ten opzichte van vorig jaar waren de omstandigheden aanzienlijk beter’, herinnert Johan zich. Voor de naamsbekendheid is een heroïsche editie als vorig jaar uitstekend maar het moet niet ieder jaar zo zwaar zijn. Johan realiseert zich dat terdege. ‘Ik heb onlangs zelf het parcours gereden en ik moet zeggen dat het er goed bij ligt. Ook het Janpad is prima te doen. Een stuk beter dan vorig jaar in ieder geval’, zegt Johan. Om de Drenthe 200 ieder jaar te verbeteren, luistert de organisatie naar de deelnemers. ‘We houden ieder jaar na tijd een enquête onder de renners. Zij gaven na de editie van vorig jaar bijvoorbeeld aan dat zij wat meer rustpunten wilden hebben. Oftewel: iets meer asfalt zodat ze even op adem kunnen komen. Vorig jaar hebben wij bewust meer zandpaden gekozen, dit jaar is er toch weer meer asfalt. Je leert iedere editie bij.’
Net als voorgaande jaren zitten hotels in de regio volgeboekt tijdens de Drenthe 200. ‘De deelnemers komen uit het hele land. Voor de gemeente is dat mooi: je laat zien wat je te bieden hebt. En de lokale ondernemer is blij. Wat wil je nog meer?’
Qua route is er weinig veranderd. Al wordt Langelo grotendeels ontzien. ‘Het Norger bos slaan we over en ook de gaslocatie Langelo. Dat is nog wel een belangrijke, want daar werd kritiek op geuit. Dan kun je zo’n gedeelte dit jaar beter ontzien’, stelt Johan. Het Janpad blijft, tenzij het in de laatste weken van december opeens heel slecht wordt. ‘Maar daar gaan we niet vanuit. En anders zorgen we voor een bypass.’
Johan heeft overigens de gouden tip voor deelnemers die de Drenthe 200 willen uitrijden: ‘Het is écht een kwestie van goede kleding. Vorig jaar was het nat, koud en viel er zelfs sneeuw. Mensen stonden bij Appelscha al met blauwe handen en verkleumde voeten. Vandaar dat deelnemers altijd een tas met droge kleren mogen klaar maken. De organisatie neemt die tas vervolgens mee naar Beilen, waar iedereen zich mag omkleden. Van degenen die hem vorig jaar uitreden begrepen wij dat zij weinig last hadden van de kou. Dat kwam dus vooral vanwege de goede kleding. Er wordt tegenwoordig zoveel goede kleding gemaakt, dat het niet nodig is om verkleumd te worden. Slecht weer bestaat niet, alleen slechte kleding’, aldus Johan. In ieder geval ziet hij de komende editie met vertrouwen tegemoet. ‘We hebben een mooi deelnemersveld en het kan – in onze beleving – nooit zo nat worden als vorig jaar.’
Twijfelaars kunnen zich nog steeds inschrijven voor de Drenthe 200. Pas rond kerst zal de inschrijving sluiten. Johan is ervan overtuigd dat de geoefende fietser dit zeker kan. ‘Absoluut. Er zijn veel mensen die niet meedoen, waarvan ik zeker weet dat ze het fysiek aankunnen. Als je wekelijks een tochtje van vijftig kilometer maakt en geregeld op de fiets zit, moet het lukken. Maar er komt natuurlijk ook een mentaal aspect bij kijken.’

Helden en kopspijkers

Presentator Michaël Wiese liet vorig jaar geen moment onbenut om te hameren op het feit dat de deelnemers helden waren. Iets wat Johan onderstreept. ‘Ja, het waren ook helden. Vooral degenen die binnenkwamen hebben een wereldprestatie geleverd’, stelt hij. Eén van hen kwam een paar tellen voor het verstrijken van de tijd binnen. ‘Om zeven over twaalf. We waren ’s ochtends acht minuten later gestart, omdat er kopspijkers op de weg waren aangetroffen. Vandaar dat de renners tot acht minuten over twaalf konden binnenkomen. De laatste renner – afkomstig uit Roden trouwens – redde het nét. Hij heeft achttien uur geploeterd, maar kan zeggen dat hij het heeft gered. Prachtig.’
Over die kopspijkers gesproken, dat was nogal een dingetje vorig jaar. ‘Ja, dat was heel triest. Vrijwilligers zagen bij het uitzetten van linten opeens allemaal glinsteringen. Bleek dus dat er op een strook van honderd meter allemaal kopspijkers waren neergelegd. Waarschijnlijk heeft dus iemand om vijf uur ’s ochtends zijn wekker gezet, zodat hij op tijd kopspijkers kon neerleggen. Erg treurig natuurlijk. Ik geef de vrijwilligers ook dit jaar mee om hier extra op te letten’, zegt Johan.