‘De horeca moet zo snel mogelijk weer open: het risico is beperkt’

Hans Singelenberg breekt lans voor heropening horeca

REGIO – De horeca staat voor de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Hotels, restaurants en cafés staan op omvallen, en ongeveer de helft van die bedrijven is al technisch failliet. Dat is in ieder geval de inschatting van Hans Singelenberg, regiomanager in Groningen namens de Koninklijke Horeca Nederland. Op dagelijkse basis hoort hij de dramatische verhalen van horecaondernemers bij wie het water niet tot aan de lippen staat, maar er zelfs bovenuit komt.

Crisismanagement. Misschien is dat wel de beste beschrijving van de dagelijkse beslommeringen van Singelenberg. De telefoon van de bedrijfskundige en voormalig uitbater van discotheek Gdansk in Groningen, staat roodgloeiend. ‘Ik sta in contact met menig ondernemer’, zegt Singelenberg. ‘En de verhalen die je hoort zijn schrijnend. Of ik het werk nog leuk vind? Jazeker. Het klinkt misschien gek, maar dit is het moment om te presteren. Nu moeten wij als Koninklijke Horeca Nederland laten zien waarom wij er zijn.’

Als belangenbehartiger voor de horeca staat Singelenberg in nauw contact met gemeenten, de provincie en andere overheidsinstellingen. ‘We draaien op volle kracht’, stelt hij. ‘Nu voornamelijk vanuit huis en minder fysiek, maar op de achtergrond zijn we druk bezig.’ Mailen, bellen, appen en het onderhouden van contact met de veiligheidsregio’s: het hoort allemaal bij de dagelijkse bezigheden van Singelenberg.

Hij spreekt over een ‘dramatische tijd’. ‘Over twee maanden is de horeca al bijna een jaar geheel verplicht gesloten. Dat is een groot drama. Ik schat in dat ruim vijftig procent van de horeca in mijn regio technisch failliet is.’

De grootste reden hiervan is dat de steunmaatregelen vanuit het Rijk simpelweg tekortschieten, meent Singelenberg. ‘We hadden natuurlijk de NOW-regeling en de TVL-regeling. Met de NOW zouden 90 procent van de personeelskosten worden gedekt, maar in de praktijk blijkt dat 65 procent te zijn. De overheid rekent niet alle kosten mee die horecabedrijven wel maken.’

Toch zijn er nog weinig berichten van bedrijven bij wie het doek definitief is gevallen. ‘Men heeft ten onrechte de indruk dat de financiële steun uit het Rijk ervoor zorgt dat faillissementen uitblijven. De echte reden is dat schuldeisers zich momenteel niet melden bij de horeca of dat de horeca iets met de schuldeisers heeft weten te regelen. Feitelijk wordt alles vooruitgeschoven. Of dat nou de huur is die tijdelijk wordt uitgesteld, of een leverancier die later wordt betaald. Maar uiteindelijk moet er betaald worden en gaat de horeca het daar lastig mee krijgen. Ons standpunt is dan ook altijd geweest: 100 procent gesloten, is 100 procent steun.’

Een nieuw steunpakket voor de horeca is nu onderweg. ‘Koninklijke Horeca Nederland is toegezegd dat dit om een substantieel pakket gaat’, zegt Singelenberg. ‘Daar hebben wij de afgelopen tijd hard voor gestreden. Hoe het pakket er uit komt te zien, is nu natuurlijk nog de vraag. Ik hoop dat ondernemers er mee gered zijn.’

Zijn organisatie zorgde er in ieder geval al voor dat de steun die langzamerhand door de overheid zou worden afgebouwd, op hetzelfde niveau bleef. ‘Daarnaast hebben wij in de zomer bij gemeenten gepleit voor extra terrasruimte en het kwijtschelden van precario. Veel gemeenten bleken inschikkelijk, waardoor ondernemers in de zomer toch een goede periode hebben gehad. Helaas was deze periode van korte duur en is het vooral goed gebleken voor het beperken van verlies.’

Veel ondernemers staat nu, tien maanden na het uitbreken van de coronacrisis, het water al over de lippen. ‘Men is strijdbaar, maar deels ook lamgeslagen’, merkt Singelenberg. ‘Iedereen smacht naar perspectief, maar dat wordt op geen enkele manier geboden. De horeca moet wat ons betreft zo snel mogelijk weer open, wanneer ook de overige winkels weer open mogen. Samen thuis, samen uit. Zo staan wij er in. Men wil toch samenkomen en dat gebeurt nu vooral achter de voordeur. Daar is geen controle, zijn geen protocollen. Dan kun je beter de horeca opendoen, want daarvoor zijn allerlei protocollen opgesteld.’ Singelenberg vervolgt: ‘Uit onderzoek is gebleken dat het aantal nieuwe besmettingen in de horeca telkens minimaal was. Als je ziet hoe druk het in supermarkten is en hoe druk het in de winkelstraten was tijdens Black Friday, dan vraag je je af waarom de horeca de deuren moest sluiten. Ja, als je dat als horecaondernemer ziet, begrijp ik dat je met kromme tenen zit te kijken.’

En dus begrijpt Singelenberg ook heel goed dat er ondernemers zijn die al open hadden willen gaan. ‘Natuurlijk snap ik dat, maar als Koninklijke Horeca Nederland zullen we zoiets niet aanmoedigen. We kiezen de weg van de dialoog en sporen niet aan tot overtreding van de wet. Maar ik snap de frustratie heel goed.’

Den Haag zou de horecaondernemer nog veel meer steun kunnen bieden. Allereerst in de vorm van die honderd procent vergoeding van de loonkosten. ‘Maar ook door het UWV de transitievergoeding te laten betalen wanneer iemand ontslagen wordt. Momenteel is het namelijk zo dat er ondernemers zijn die geen personeel kunnen ontslaan, omdat ze de transitievergoeding niet kunnen betalen. Dat is de wereld op zijn kop.’

De termijn waarin ondernemers de belastingen moet terugbetalen, is dankzij bemoeienis van de Koninklijke Horeca al opgerekt. ‘Zo kijken wij op ieder moment hoe wij de ondernemer kunnen helpen en wat wij voor hen kunnen betekenen’, zegt Singelenberg. ‘En ook de komende jaren zullen wij voor onze branche blijven staan. Er komen nog zware tijden aan, zeker als er geen grotere steun vanuit het Rijk komt. Ik durf niet te zeggen hoeveel bedrijven er daadwerkelijk zullen omvallen, maar ik vrees het ergste. De steun van de overheid kwam snel, maar blijkt uiteindelijk onvoldoende en houdt te weinig rekening met specifieke gevallen. Daar moet verandering in komen.’