‘De Jan Mulder die ik bewonder’

RODEN – Geert Willems is de luis in de pels van politiek Noordenveld. Hij bezoekt alle politieke bijeenkomsten en vormt zich vervolgens een eigen mening.

Leuke week… de voorbije… Met mijn Janne naar de Premiere op de Schans geweest… Beiden enthousiast… Janne: Zelfs beter, dan wat ik van Oerol op Terschelling ken. Schitterende teksten van de onovertroffen Anne Doornbos. Indrukwekkende omgeving de Schans met daarboven die luchten. De Wolken… De sterke liedteksten zoals het Tegenpresteerderslied…! Janne’s lach schalde over de Schans.. Er was wat te lachen… Maar dit stukje gaat er toch niet over. Er is bij de Krant iemand, die het nog beter beschrijft dan ik. Die ik bewonder, kijk daar…
Over bewondering gesproken… Deze week las ik het boek Tot U Spreekt… Jan Mulder… bij Daan Nijman gekocht… Jan spreekt dus… hij is net als ik ook columnist geweest. Heel vroeger, jaren 80 bij de Volkskrant… Onlangs nog bij het Dagblad vh Noorden… Toch spreekt Jan (net als ik)zoals ie schrijft… ik krijg het ook vaak van mijn lezers te horen… Jan spreekt behalve in dit boek ook zo in zijn geschreven werk. Er is nauwelijks verschil… Dat bewonder ik.
Over bewondering gesproken. Jan bewondert Abe. Jan: “…maar Abe Lenstra was een vrij onbeweeglijke speler, ontdekte ik later. Hij stond meer stil, dan hij liep. Hij maakte mooie goals, al was hij geen spits…” De interviewer Frank Buyse vraagt dan of ie Abe een keer heeft ontmoet… Jan: “Net niet. Het was in Heerenveen, waar ik met oud-Ajax een wedstrijd speelde. Abe had net een beroerte gehad. Zat in een rolstoel. Na de wedstrijd zei iemand in de kleedkamer: Abe wil je even spreken… Ik ben naar de auto gelopen en weggereden. Een soort verkramptheid. Raar eigenlijk. Abe blijft Abe , hij is ver boven ons verheven…” Aldus de ervaring van Jan Mulder met bewondering. Wat heb ik, eenvoudig schrijver met die man… Antwoord. Niet veel. Toch heb ik een keer heel toevallig, zijn schrijver/sprekerscarriere een wending gegeven. In de 80er jaren bezochten mijn toenmalige vrouw Corinne en ik vaak Cafe TD, aan de achterkant van Tempo Doelo in Amsterdam. Live uitzending van het VPRO-radio journalistenforum “Welingelichte Kringen” Vermaard programma! HJA Hofland. Hilbrand Brant Corstius, Feike Salverda onderleiding van Joop van Thijn (de laatste twee allang overleden). Mijn vriend Joop van Thijn vroeg mij eens wat er beter kon aan dit programma. Ik zei: minder randstedelijk. Waarom niet eens een jongen uit de provincie toegevoegd. Wie dan vroeg Joop, ongetwijfeld denkend, dat ik mezelf bedoelde. Jan Mulder zei ik, die toen gewoon in het Gooi woonde en met Remco Campert langs volle zalen trok… Aaaahhhaa… ik hoor het Joop van Tijn nog bedachtzaam zeggen… Het idee sprak hem aan. Toch werd Jan het niet.
Behalve schrijven en spreken is er meer dat ons bindt. Voetballen, wat mij betreft niet op het niveau van Jan bij WVV, Anderlecht, Ajax en het Nederlands elftal. Toch kon ik er wel wat van. Als jonge jongen voetbalde ik met nog velen uit de buurt bij de Jeugdherberg in Roderesch. Beter gezegd op een veldje bij de Borne, een Christelijk Weekend gebouwtje van hout… Met daarin matrassen en een orgel. Op het veldje kreeg ik al spoedig de naam “Abe Lenstra”. Ik wist als kleine jonge  altijd de schoevieloerder Fanny Ensing bij de doelpaal (2 jassen deden daarvoor dienst) feilloos te bereiken. Als het kon door de benen van het slot op de deur Jan Baggel heen… Met mijn specialiteit “de kromme bal” dwars door de linies heen. Later als junior bij een legendarisch jeugd eltal in Nw Roden met Appie Lampe, Henkie Amsing, Luuk Aalders, Pietje Oel(+) en Henkie Bouwes(+). Ondanks mijn specialiteit haalde ik het er niet uit wat er in zat. Bezigheden elders, het avontuurlijke leven, vrouwen, stickies en studie. Niet goed voor een specialist met de kromme bal. Toch kreeg ik nog een herkansing. Mijn zoon Wieger bleek ook een voetballertje met aanleg. Vooral voor scoren. Hij knalde ze er zo van een afstand in de kruising. Maar ze gingen ook wel eens naast. Ik bleek een klassieke voetbalvader. Schold hem de huid vol. Dus hij, ook niet achterlijk: Doe het zelf beter pa. Dat deed ik dus maar. Zij het op een zeer laag nivo. Mijn zoontje er bij om me op te jutten. Bij Lewenborg 5(..) in mijn bewegingen beperkte ik me als Abe tot de vierkante meter. Mijn boog- en kromme ballen werden door mijn medespelers niet begrepen. Tot we een keer naar Kloosterburen moesten. Altijd lastig… Bovendien niet compleet. De spits kwam zijn bed niet uit. Gelukkig was Wieger, toen 13, bij de hand. Ik liet hem invallen. Tot groot ongenoegen van de aanvoerder, een pikzwart wat dik uitgevallen bureaucraatje uit een van onze kolonien. Hij vreesde sancties. Ik zei, ik neem de verantwoordelijkheid. Wieger postte ik op de middellijn. Als de ballen bij mij kwamen stuurde ik met een kromme pass Wieger zo de diepte in… Die liep de trage klaaikloeten uit Kloosterburen eruit en omspeelde de keeper. We wonnen. Eindelijk. De zwarte aanvoerder door het dolle heen. Danste als een dolle neger bloot door de kleedkamer. Ik : Als je een kerel bent ren je ook zo door de Kloosterkantine heen. Dat deed ie. Na afloop vroeg ik aan de kantinebaas hoe die aankeek tegen die blote neger. Hij in plat Grunnigs:” Wie wissen wel dat de doezen slecht waren… Mor dat ze zo slecht wazzen, dat haarn wie nait docht…” Nee nu noch denkend aan Groningerland, waar ik met bewondering aan denk, moet ik toch altijd aan de slechte  douches denken.
Jan Mulder, de door mij bewonderde columnist, vertrekt hoogstwaarschijnlijk uit het Nieuwolda uit de Dollardpolder. “Eerst dat gas en die bevingen. Nu hebben ze de kraan wat dichtgedraaid. Gaan ze nu de hele zaak volplempen met van die horizonvervuilende Windmolens… Geen wonder!