De Olympische droom van roeister Ymkje Clevering

‘Om goed te kunnen presteren moet alles kloppen’

HAULERWIJK – Ooit was ze bezorger van De Krant, nu doet Ymkje Clevering mee aan de Olympische Spelen. Op zaterdag 24 juli start de geboren en getogen Haulerwijkse roeister in de series van de vier-zonder-stuurvrouw. Kans op een medaille is er zeker, want op het laatste WK in 2019 wonnen Clevering en haar teamgenoten zilver en de afgelopen drie EK’s wisten zij de titel te veroveren.

Het kan soms snel gaan. Totdat Clevering haar ouderlijk huis verruilde voor het studentenleven, had zij nog nooit een roeiriem aangeraakt. In Groningen sloot zij zich aan bij studentenroeivereniging Gyas. ‘Om mensen te ontmoeten. Het eerste jaar genoot ik vooral van het studentenleven en leerde ik spelenderwijs roeien.’ Dat veranderde in haar tweede jaar, toen Clevering fanatieker werd en in de selectie voor de eerstejaars acht kwam. ‘Dan train je iedere dag en roei je tegen alle andere eerstejaars achten van de Nederlandse studentenroeiverenigingen,’ vertelt Clevering. ‘Dat wordt serieus aangepakt.’ Een jaar later stapte zij samen met een ander meisje over naar de twee-zonder, om te kijken of zij mee konden varen in de categorie onder 23 jaar. Dat bleek iets te pittig voor de Groninger dames. ‘Toen zijn we samen met twee meiden uit Amsterdam gaan roeien,’ geeft Clevering aan. Met dat team ging zij in 2016 naar het WK onder 23 in Rotterdam, waar zij een bronzen plak bemachtigden.

In die vier leerde Clevering ook Veronique Meester kennen, met wie zij vervolgens in de twee-zonder ging roeien. ‘Dat ging goed,’ zegt Clevering. ‘Na het winnen van de nationaal kampioenschappen, mochten we ons aansluiten bij de bondsgroep.’ Bij de bond kwam de Haulerwijkse roeister eerst in de damesacht terecht. Vervolgens kwam de prioriteit te liggen bij de vier-zonder, waar zij nu nog altijd in roeit, samen met Veronique Meester. Dankzij het WK-zilver in 2019, achter de Australische boot, plaatste de vier-zonder zich voor de Olympische Spelen in Tokio. Daarmee was Clevering zelf echter nog niet meteen geplaatst: ‘Bij het roeien plaatst alleen de boot zich, de mensen zelf moeten kwaliteit behouden en zich continu blijven tonen.’ Aanvankelijk leek dat geen probleem voor Clevering, totdat zij haar sleutelbeen en elleboog brak bij een fietsongeluk. Wat dat betreft kwam het uitstellen van de Spelen naar 2021 haar goed uit. ‘Vorig jaar was ik niet op mijn best rond deze tijd, maar mijn plek veilig stellen in de selectie lukte uiteindelijk gelukkig wel.’ lacht ze.

Clevering en haar teamgenoten werken er hard aan om in Tokio optimaal te presteren. ‘In een Olympisch jaar ben je de helft van het jaar niet thuis,’ geeft zij aan. ‘We gaan vaak op trainingskamp naar Italië en zijn dan twee weken weg, twee weken thuis in het laatste deel van het seizoen. Veel wordt ook uit handen genomen, zodat je meer focus hebt en beter kunt herstellen.’

Maar liefst veertien tot zestien keer per week traint Clevering. Dat doet zij niet alleen in de boot. Zij richt zich ook op krachttraining en traint ook op de ergometer of de fiets. ‘Om het fysiek vol te houden kun je niet alleen maar in de boot zitten,’ zegt zij hierover. ‘Om de belasting op je onderrug en ribben wat te verminderen en zo niet geblesseerd te raken.’ Door het vele trainen is studeren er momenteel niet bij voor Clevering, die in Groningen haar bachelordiploma Geneeskunde haalde en tegenwoordig in Amsterdam woont en traint. Daar volgde ze al enkele vakken van de Master gezondheidswetenschappen, die zij na de Spelen weer wil oppakken.

Maar eerst staat Tokio op het programma, die beginnen op vrijdag 23 juli. Een week eerder, op 15 juli, komen Clevering en haar teamgenoten aan in Japan. ‘Vanwege het nieuwe draaiboek mogen we pas vijf dagen voor de wedstrijd de baan op,’ vertelt zij. ‘Zo kunnen we eerst wennen aan de warmte en de jetlag verwerken, voordat we de baan gaan verkennen.’ Dat is nodig, want hoewel een roeibaan uit één rechte lijn bestaat, is iedere baan anders. Zo bevindt de baan in Tokio zich in een baai. ‘Daar zijn golfbrekers, maar als er wind staat is dat nog wel pittig,’ aldus Clevering, die één keer eerder de baan in Japan heeft verkend. ‘Dat heeft wel geholpen om voor te stellen hoe het zal zijn, maar het is wel fijn om nog op de baan te kunnen trainen en ervaring op te doen.’

Op 24 juli staat Clevering aan de start van de series in haar discipline. Een eventuele herkansing is mogelijk op 26 juli, waarna op 28 finale volgt. De roeister denkt dat de Spelen een ander toernooi worden dan gebruikelijk, vanwege de coronapandemie hebben zij zich lang niet kunnen meten aan belangrijke concurrenten. ‘Het WK in 2019 was het laatste toernooi waar we ploegen van buiten Europa zagen,’ geeft zij aan. ‘In twee jaar tijd kan veel veranderen. We gaan er vanuit dat snelle ploegen staan te wachten, maar weten ook dat wij zelf snelheid hebben. Wij hadden nog het geluk dat we dit seizoen tegen andere Europese ploegen konden roeien, maar het wordt afwachten hoe de anderen ervoor staan. Ik denk dat we voor het hoogst haalbare kunnen gaan varen. Maar daarvoor moet alles kloppen, alleen dan kun je optimaal presteren.’