De Ongenode Gast op bezoek bij de Voedselbank

RODEN – De ongenode gast kreeg via zeer geheime bronnen ingefluisterd dat er kerstpakketten ingeleverd kunnen worden bij de Voedselbank in Roden. Tijd om daar eens een kijkje te nemen, want ze wilde daar al heel lang eens rondneuzen. Wat voor mensen werken daar, hoe is de sfeer en wie komen er zoal pakketten brengen? Toevallig had ze net gister een kerstpakket bij lezers van de Krant vandaan gehaald, die het anoniem wilden schenken. Dus, hop, kerstpakket in de auto en op naar de Voedselbank.
De deur zwaait meteen wijd open. ‘Kom binnen!’ zegt Richard Coenrady, voorzitter van de Voedselbank Roden. De ongenode gast zet opgelucht het loodzware kerstpakket bij de andere ingebrachte pakketten. De volgende Ongenode Gast moet dan maar de fysiotherapeut worden.
‘Eerst een rondleiding?’ vraagt Richard. Graag, natuurlijk!
Op een tafel staan al allemaal kerstartikelen uitgestald. Jo Schoormans, een van de vrijwilligers, laat de looproute zien. ‘Helemaal Coronaproof. We laten de mensen ook in tijdsloten komen, zo zorgen we ervoor dat we nooit te veel mensen in het pand hebben. We hebben kaarten met verschillende kleuren, die duiden het aantal gezinsleden aan. Daarnaast krijgen mensen een lijst waarop staat hoeveel stuks ze van elk product mogen meenemen. Elke vrijdag hebben we uitgifte. Dat was voorheen elke twee weken, maar we vinden een keer in de week wat handiger.’
De ongenode gast vraagt zich af hoeveel klanten er ongeveer gebruikmaken van de voedselbank. ‘Ongeveer 50,’ vertelt Richard. ‘Helaas is er nog een hoop verborgen armoede. Die mensen kunnen we nog niet bereiken. Dat kan bijvoorbeeld komen omdat ze gene voelen. Dat hoeft natuurlijk niet, want armoede definieert je niet als mens. Het is gewoon een toestand waarin je je bevindt.’

De Voedselbank Roden krijgt haar spullen overal vandaan. Dat blijkt wanneer er een auto stopt die afgeladen is met spullen. Meneer Steenbergen is de brenger van al dat goeds. ‘Ik heb een echte Drentse naam,’ vertelt hij, ‘Mijn voorouders komen allemaal uit Roderwolde. Mijn moeder heet Rozema. Ken je mensen die Rozema heten?’ Even over die spullen. ‘Ja, oké. Die verzamelen we met de hele buurt. En een keer in de maand komen we het brengen.’ De ongenode gast is behoorlijk onder de indruk van wat er allemaal verzameld is.
Dan is het tijd voor koffie in de pas gepoetste kantine. En tijd om vrijwilliger Hennie de Jong aan de tand te voelen. ‘Ik werk hier nog niet heel erg lang, ik ben eind vorig jaar begonnen. Eerst een paar dagen in de maand omdat ik nog werkte, maar toen ik stopte met werken ben ik meer dagen bij de Voedselbank gaan werken. Ik vind het echt heel leuk werk, de groep mensen is erg betrokken, we hebben allemaal hetzelfde doel. En dat werkt.’
Ook de ongenode gast merkt de goede sfeer onderling. Twee mannen komen binnen. ‘Willem en Ben,’ stellen ze zich voor. ‘Dit zijn onze chauffeurs,’ legt Richard uit. Er komt een kerstbrood op tafel. ‘We gaan zo een fiets ophalen,’ vertelt Willem. ‘Die wordt door een particulier aangeboden.’
Richard heeft een beetje gemengde gevoelens over de fiets. ‘Natuurlijk is het geweldig dat iemand een fiets weggeeft, laten we dat voorop stellen. Maar aan wie geeft je die dan? Dat kan wat lastig zijn.’
Jo heeft daar geen problemen mee. ‘We vragen gewoon wie er een fiets nodig heeft en dan horen we het wel.’ Jo werkt al bijna 15 jaar bij de Voedselbank. Het langst van iedereen. ‘Ik wil mensen helpen. Het is een fijn team, we doen het echt samen. Ik vind het ook fijn om de vrijwilligers aan te sturen. En ik heb het gevoel dat ik bijdraag aan de maatschappij. Er vallen mensen buiten de boot en op deze manier kunnen wij helpen.’
Richard werkt er nog maar kort; nog net geen jaar. ‘Ik ben ook nog zelfstandige en toen ik gevraagd werd om voorzitter te zijn moest ik daar wel even over nadenken. Maar ik vind het zo belangrijk dat dit bestaat en het is zo’n fijn team, dat ik toch maar ja heb gezegd. Ik zou eigenlijk wat meer uren moeten maken, maar dat lukt niet altijd. Mijn taak is onder andere contact met de winkels en ondernemers die spullen beschikbaar stellen. Soms krijgen we ook financiële middelen, waar we dan weer lokaal inkopen van doen. De pot moet natuurlijk gevuld blijven. Om een voorbeeld te geven, die bus hebben we nu, maar die zal ook eens vervangen moeten worden. Dus ik lobby. Maar we krijgen natuurlijk ook spontaan spullen aangeboden. En daar zijn we bijzonder blij mee.’