De Onlanden als vluchtelingenkamp, wateropslag en bovenal schitterend natuurgebied

Een morgen in De Onlanden met Bart Zwiers

PEIZE – ‘Wat wil je eigenlijk weten?’, vraagt Bart na een paar minuten. Bart is Bart Zwiers, boswachter namens Natuurmonumenten. Bijna dagelijks zet hij voet in De Onlanden, misschien wel het meest gevarieerde natuurgebied in Noord-Nederland. Er zijn weinigen die het 2600 hectare tellende gebied beter kennen dan hij. Met een onmiskenbare Noord-Hollandse tongval en zijn ongebreidelde enthousiasme, neemt hij ons mee op safari door De Onlanden.

De Onlanden is een jong gebied. Acht jaar geleden werd het aangelegd. Eigenlijk vanuit het niets. ‘Dit was eerst weidegebied. Boerenland. Onze voorouders zullen dit misschien nog wel als moerasgebied hebben meegemaakt’, vertelt Bart. We lopen over een zandpad richting de Uitkijktoren. Het is achthonderd meter lopen, maar in de stralende ochtendzon is dat allerminst een straf. Halverwege houden we stil wanneer Bart het spoor van een ree opmerkt. Het is een onmiskenbaar teken dat het goed gaat met het jonge natuurgebied. ‘Onlangs is er een das gesignaleerd. Dat is heel bijzonder’, stelt Bart.

Dat men juist hier een groot natuurgebied heeft aangelegd, heeft eigenlijk een duidelijke oorzaak. In 1998 overstroomde Groningen toen er veel regen uit de lucht kwam vallen. Bart gaat op zijn hurken boven het zandpad en tekent met zijn vingers de situatie in Drenthe. ‘Je moet het zien als een omgekeerd soepbord’, zegt hij. ‘Het water dat in Drenthe valt, wordt via beekjes afgevoerd. Dat stroomt dan onder andere naar Groningen waar de beken overstromen. Dit leidde tot grote waterproblematiek. Toen werd er nagedacht over een manier om dit water op te vangen. Daarbij waren er twee opties: het water kon worden weggepompt naar het Lauwersmeer of we konden een heel nieuw natuurgebied aanleggen dat dit water zou kunnen opvangen. De oplossing van het Lauwersmeer kostte zo’n 98 miljoen en was bovendien een tijdelijke oplossing. De aanleg van De Onlanden heeft 38 miljoen gekocht en is een oplossing voor in de eeuwigheid. Makkelijke keuze dus.’

Wanneer we de 127 treden tellende Uitkijktoren naderen, vertelt Bart hoe het komt dat dit natuurgebied zo populair is geworden. ‘Natuurkenners merkten al gauw op dat veel bijzondere dieren zich hier kwamen vestigen. Dat delen ze met elkaar op websites, waardoor steeds meer mensen De Onlanden weten te vinden. Daarnaast heeft de media veel aandacht aan het gebied gegeven. Kijk binnenkort Vroege Vogels van de NPO maar eens terug. Een erg mooie aflevering’, tipt Bart. Onder dieren is het ook een zeer populair gebied. ‘Dat is aan de ene kant heel mooi, maar het is ook treurig’, schetst de boswachter. ‘Dat hier zoveel soorten dieren en insecten naartoe komen, zegt wat over de biodiversiteit buiten natuurgebieden. In dat opzicht kun je De Onlanden vergelijken met een vluchtelingenkamp. De dieren komen hier naartoe, omdat er in het “boerenland” niets te vinden is. We zitten in een biodiversiteitscrisis, dat heb je onlangs misschien wel gelezen. We moeten ons dat als mensen goed realiseren. Dat houdt in dat we zelf een andere manier van leven moeten ontwikkelen, maar dat natuurgebieden als deze ook zeer belangrijk zijn.’

Mensen het belang van de natuur laten zien, is misschien wel de grootste opdracht die Bart in zijn werk heeft. Het is ook de reden dat hij boswachter werd. ‘Ik wilde over de natuur vertellen. Mensen laten zien hoe mooi en belangrijk dit is.’ Daarom is hij ook zo blij met de Uitkijktoren in De Onlanden. ‘Door deze toren kunnen mensen gluren bij de buren. Je kunt ze laten zien waarom dit gebied zo bijzonder is. We willen niet dat men hier kriskras door de natuur loopt, vandaar dat we het aantal wandel- en fietspaden beperken. Maar onbekend maakt onbemind. Men wil het gebied kunnen zien. Dus is deze Uitkijktoren een uitkomst.’

Op de Uitkijktoren vertelt Bart over de bijzondere Exmoor Pony’s die duidelijk te zien zijn vanaf de toren. ‘Deze paarden schillen als het ware de bomen, zodat het gebied niet dichtgroeit. We willen immers geen bosvorming.’ Even later: ‘Hieronder zie je trouwens het jachtgebied van de vos. Soms kun je die vanaf de Uitkijktoren zomaar zien lopen.’ Ja, de dieren floreren in De Onlanden. Maar volgens Bart profiteren ook de mensen die rondom het gebied wonen. ‘Allereerst brengt natuur rust en geluk. Het is niet voor niets dat uit onderzoek blijkt dat Noord-Drenten het gelukkigst zijn. Wat wil je als je hier woont.’ Als hij even later vertelt over de bewoners van het aangrenzende Paterswolde, die na de aanleg van dit natuurgebied hun huis in waarde zagen stijgen, onderbreekt hij zichzelf. ‘Hé, een wulp’, zegt hij, om vervolgens weer door te gaan met zijn relaas. De ogen en oren van deze natuurliefhebber staan constant open.

‘Iedereen houdt van natuur’, zegt Bart, wanneer we even later vanaf de Uitkijktoren richting de parkeerplaats lopen. ‘Maar men heeft er maar weinig geld voor over.  Ongelofelijk eigenlijk. Ik reed laatst vanuit de Efteling weer terug naar het noorden. Dan zie je dat het steeds groener wordt. Dat geeft een goed gevoel.’ De natuur wordt echter nog wel eens verward met weilanden. De grote biodiversiteit die in De Onlanden kan worden waargenomen, stopt wanneer het gebied over gaat in landbouwgrond. ‘We willen plannen maken voor een natuurinclusieve landbouw, ook wel natuurlandbouw genoemd. Dat wil zeggen dat er meer ruimte is voor natuur op de landen, dat ze minder intensief hoeven te verbouwen.’ Nu moeten boeren volgens Bart juist intensief verbouwen, maar dat is – zijn inziens – niet de schuld van de boeren. ‘Dertig jaar geleden ging dertig procent van ons geld uit naar voeding. Tegenwoordig is dat tien procent. Het wordt steeds goedkoper en de natuur en landbouw betaalden de prijs. Als wij een eerlijker bedrag betalen voor ons voedsel, komt dat de natuur én de landbouw ten goede. Want geloof me: iedere boer houdt van de natuur. Maar zij worden gedwongen om op deze manier landbouw te bedrijven, waardoor de natuur de dupe is. En dat is niet hun schuld.’

We zijn aangekomen op de parkeerplaats, alwaar we plaatsnemen in één van de elektrische karren van Natuurmonumenten. We gaan het gebied in, zodat Bart nóg duidelijker kan laten zien hoe gevarieerd het gebied is. Hij vertelt over de terugkeer van de otter, die het uitstekend doet in De Onlanden. Maar ook de roerdomp komt voorbij – ‘een bizar beest, lijkt net een soort reiger’ – en ook de zeearend is al eens gespot in het gebied. ‘Het is wachten tot we hier een keer een broedende zeearend hebben.’

Terwijl we rijden over de Drentse Dijk, die Natuurmonumenten het liefst autovrij ziet worden gemaakt, vertelt Bart over trilveen en weide vogels. Die vogels hebben het in De Onlanden als één van de weinige diersoorten niet makkelijk. ‘Dat komt omdat er veel predatoren in het gebied zijn. Roofvogels kunnen vanuit de bomen uitstekend zien waar de weidevogels zijn. Hierdoor zijn er niet zoveel  weidevogels te vinden hier.’

We rijden noordelijker richting Eelderwolde. Bij De Onlanderij – de uitvalsbasis van Natuurmonumenten – drinken we koffie in de zon. Bart verhuisde tien jaar geleden vanuit Noord-Holland naar Vries en werkt sindsdien voornamelijk in De Onlanden. Als we even later langs de rand van het gebied komen, zien we kasten van huizen. Bart benijdt hun welvaart niet. Hij telt juist zijn zegeningen. ‘Zij zitten nu op kantoor, zijn druk met cijfers bezig of zitten in vergadering. Ondertussen rijden wij door de meest prachtige natuur en ook nog eens met mooi weer. Dat is mij veel meer waard.’ Precies op dat moment spot Bart een jagende kiekendief. Hij houdt halt en kijkt met ingehouden adem toe. ‘Kijk, die is op zoek naar een muisje….’ Het duurt niet lang, of de kiekendief wordt belaagd door een kokmeeuw en een kievit. ‘Hij komt te dichtbij hun nest. Grappig hè? Ze jagen hem gewoon weg.’

Gebiedsvisie

Momenteel is Natuurmonumenten, samen met Staatsbosbeheer, het Groninger Landschap en het Drents Landschap, druk bezig met een gebiedsvisie. Deze visie moet voor de komende achttien jaar gelden. Hierin worden verschillende thema’s uitgelicht. Zo komt cultuurhistorie, recreatie, invasieve soorten en natuurinclusieve landbouw naar voren. Onlangs organiseerden de betrokken partijen drie infoavonden in Eelderwolde, Peize en Roderwolde. ‘De gebiedsvisie moet een inspiratie vormen voor onze toekomst’, zegt Bart. ‘We kijken naar waar we wel en geen paden willen hebben. Recreatie toestaan waar het kan. Je moet namelijk weten dat er aan weerskanten van een pad verstoring is van de natuur. Te veel paden, zorgt voor teveel verstoring. En dat willen we niet.’

Klimaatverandering

Het zijn niet alleen maar halleluja-verhalen die Bart vandaag vertelt. Hij is eerlijk en zegt zich zorgen te maken. Over de toekomst, over de klimaatverandering. ‘De klimaatverandering is ontzettend aan de gang en dat merk je bijvoorbeeld in de extreme droogtes die we gehad hebben. Het baart me zorgen, al denk ik zeker niet dat het te laat is. De natuur is veerkrachtig, we kunnen er iets aan doen. Dat zie je aan dit gebied.’ Van ontkenners van klimaatverandering wil Bart niets weten. ‘Zo’n Baudet die roept dat er niets van de klimaatverandering deugt, terwijl 98 procent van de wetenschappers constateren dat we een probleem hebben. Hoe haal je het in je hoofd?’
Vrezen doet de optimistische natuurliefhebber niet. ‘Nee, waarom zou ik? We gaan juist een hele interessante periode tegemoet. We zullen onze leefstijl enigszins moeten omgooien, maar dat hoeft echt geen probleem te zijn. Het is juist een uitdaging!’