De reeën zijn terecht

Afgelopen week lag er ijs en sneeuw op ons land. Een welkome afwisseling in deze, voor velen, beklemmende coronatijd. Volop sneeuwpret met blije en lachende gezichten. Op veel plekken waagde men zich weer eens op het ijs. In de Onlanden en op het Leekstermeer zag ik schaatsers tussen de rietpluimen. Een bijzonder gezicht want normaal gesproken is dit het domein van (water)vogels. We waren duidelijk aan een verzetje toe en de warme chocolademelk en het broodje geurende rookworst smaakten me bijzonder goed.

Voor veel dieren levert de sneeuw en het ijs de nodige problemen op. Ik vertelde eerder al, dat onder andere ijsvogels het niet makkelijk hebben. Deze week ontving ik het bericht van een boerin die een dode Kerkuil in haar schuur had gevonden. Ook (kerk)uilen hebben het moeilijk. Muisjes leven onder de sneeuw en zijn daardoor lastiger te vangen. Gelukkig strooien veel mensen vogelvoer in de tuin, zodat veel tuinvogels het wel redden.

‘Hoe gaat het met de reeën?’ werd mij regelmatig gevraagd. Vast en zeker omdat ik onlangs schreef dat ik de laatste tijd weinig reeën zag. Wees gerust, reeën redden zich prima, tenminste als ze niet teveel gestoord worden. Dieren gaan in wintertijd spaarzaam met hun energie om. Dus hoe minder ze bewegen, hoe beter het is. Er is niet veel sneeuw gevallen, zodat er voldoende open plekken zijn met gras. Waar wel sneeuw ligt, krabben ze met hun poten de sneeuw weg.

Naar aanleiding van mijn reeën column reageerden veel lezers. Ik kreeg reacties van lezers die ook minder reeën in het veld zagen. Tegelijkertijd ontving ik reacties van lezers die een of meerdere reeën hadden gezien. Leuk om die betrokkenheid te voelen. Ik heb beloofd hier op terug te komen.

De sneeuw hielp me met zoeken. Overal lagen sporen in de sneeuw. Er blijken overal reeën rond te lopen. Ook ben ik meerdere keren in de ochtend en avond, op pad gegaan om reeën te ‘spotten’. Gelukkig kan ik meedelen dat ze er nog steeds zijn. Beide foto’s zijn afgelopen weekend gemaakt. Waarom we ze minder vaak zien? De conclusie van reeënkenners is, dat door de toegenomen drukte in de natuur, de reeën zich dieper in de rustige gebieden terugtrekken. Ze laten zich minder vaak zien.

En aanvullende reden is de toegenomen overlast van loslopende honden. Er komen vaker meldingen binnen over gebeten (wilde) dieren waaronder schapen maar zeker ook reeën. En ja, ik weet het, er zijn honden die onder appel staan maar lang niet allemaal. Er zit ’s winters minder blad aan de bomen en struiken, waardoor reeën minder schuilmogelijkheden hebben. Opgejaagde reeën raken in de stress en verliezen veel energie. Dat is normaal gesproken al een probleem en zeker tijdens de wintermaanden. Daarom vraag ik het nog een keer met klem, hou je hond aan de lijn in natuurgebieden. Ik zie het met eigen ogen in het veld. Wandelaars lopen op enige meters afstand langs een groepje reeën zonder dat ze het door hebben. De hond ruikt ze echter wél en loopt vervolgens ‘even’ van het pad af. Reeën en ander wild sprinten alle kanten op. Na enige tijd loopt de hond terug naar de baas en krijgt een compliment, omdat dat ze weer terug is.

Natuur doet ons allemaal goed, zeker in coronatijd. Maar laten we niet vergeten dat we te gast zijn in de natuur. Laten we rekening houden met wat er ‘groeit en bloeit’ en blijf op de paden. Dan blijven we genieten van de mooie natuur en landschappen die we in Noord Nederland rijk zijn.

Andre Brasse februari 2021.