De Vrolijke Noot doet haar naam eer aan

RODEN – Elke woensdagmiddag komen ze samen in de Dobbe in Roden; de dames en heren van De Vrolijke Noot. Onder de bezielende en enthousiaste leiding van Mary Dijkstra-Lutham worden oude liedjes gezongen. Dat wil zeggen: ‘Oude?’ klinkt het verontwaardigd, ‘Liedjes uit onze tijd, zul je bedoelen!’ Oké, verkeerd woord. Liedjes van vroeger dan? Dat valt in goede aarde. ‘Liedjes die we vroeger tijdens de afwas zongen. Maar we hebben nog geen noot gezongen,’ roep Mary uit, ‘Het is veel te gezellig!’
En gezellig is het. Er wordt wat afgegrapt. De 92-jarige Tinus Roede vertelt dat er vroeger veel meer gezongen werd. ‘Er was geen tv en eerst ook geen radio. En helemaal in de oorlog, dan zaten we met ons zessen rond het kacheltje. Dan brandde het vuur door de mica raampjes en zongen we liedjes. Alles verduisterd, want de vliegtuigen die overvlogen mochten niet zien dat ze boven Nederland zaten. En we mochten ook alleen heel zachtjes doen.’
Een zangkoor is de Vrolijke Noot niet. ‘Als we konden zingen, zaten we wel op een koor,’ roept een deelneemster. Naast zingen is er vooral veel leuks te beleven. ‘Laatst zijn we naar Amsterdam geweest, naar het Rijksmuseum. En we hebben ook zo’n ding gegeten, hoe heet dat ook alweer?’ Dat ding bleek een poffert te zijn.
‘We zorgen voor elkaar. Als er iemand niet is, dan houden we dat in de gaten. Eigenlijk zijn we een soort familietje,’ vertelt een van de deelnemers.
Aanvankelijk bestond de groep uit een aantal dames en alleen Tinus. Maar onlangs nam hij Peter mee. ‘Meer hoeven er niet bij,’ zegt hij gedecideerd. ‘Twee mannen is meer dan genoeg op dit kippenhok. Nog een chocolaatje?’