‘De wolf wordt de nieuwe plaag, dat voorspel ik je’

Eierzoeker Heine Hut vreest voor toekomst weidevogels

ZEVENHUIZEN – Woensdagochtend, half elf. De kleine zwarte bolide van eierzoeker Heine Hut staat geparkeerd voor de ingang van een boerenweiland aan De Haspel. Enkele weken stuurde hij een verontrustende mail naar de redactie van de Krant. Onze nationale trotsvogels als de Kievit, de Grutto en de Tureluur worden in hun voortbestaan bedreigd, stelt hij. Het aantal weidevogels is de laatste 50 jaar schrikbarend hard achteruit gegaan, schreef Heine die namens Landschapsbeheer Drenthe en Groningen aan nazorg doet. In samenwerking met boeren probeert hij de nesten van de vogels te beschermen en te redden uit de klauwen van de vijand.

Op het land van boer Van der Ploeg in Zevenhuizen wijst Heine Hut de redacteur van deze Krant op een Kievitsnest. Vier bruine gevlekte eieren liggen erin. Verderop is een ijzeren pen met een rood-wit lintje in de grond geprikt. “Zo kan een boer zien waar een nest is wanneer hij op de tractor het land bewerkt. Goede samenwerking met de boeren is ongelofelijk belangrijk, wil je weidevogels beschermen. Gelukkig is dat hier het geval. Wanneer de boer het land wil bewerken, met mest wil injecteren bijvoorbeeld, worden wij gebeld. Moet hij met zijn tractor over het stuk waar het nest zich bevindt, halen we de eieren uit het nest en stoppen ze in en rieten mandje. Zodra de boer klaar is, plaatsen we de eitjes terug in het nest. De vogel gaat er daarna gewoon weer opzitten.”

Eieren zoeken mag formeel tot 5 april. Dat zou Heine liever anders zien. “De natuur begint steeds vroeger. Daar moet je in meegaan. Beter zou je die datum verlengen tot 15 april. Als je de eerste broedsels weghaalt, ‘dwing’ je de vogel om tot een latere leg te komen. Vogels kunnen wel tot drie keer een nestje uitbroeden. Haal je het eerste weg, kan de boer zijn land bewerken en als al die werkzaamheden zijn uitgevoerd kan de weidevogel ongestoord aan zijn tweede of derde leg beginnen.”

Bureaucraten

Verderop in het land ligt een scholeksternest verstopt tussen de trekkersporen. Het nest is leeg. “Leeg gevreten door een das. Kijk, de printjes van zijn poten zie je nog. Daar is niets tegenop gewassen. Om moedeloos van te worden. Het is een plaag. Net als de steenmarter. Neem de Onlanden. Een prachtig natuurgebied. Bedacht door Natuurmonumenten. Door bureaucraten, vanachter een bureautje. Zo van: ‘hier hebben we een mooi natuurgebied waar we de natuur z’n gang laten gaan.’ Dassen, marters en vossen hebben er vrij spel. Dassen stropen iedere vierkante meter af op zoek naar eten. Kilometers leggen ze ’s nachts af. Dat weet je. Ze laten niets onbenut. Ooievaars doen dat ook. als militairen speuren ze het terrein af. Ze hebben nagenoeg het hele weidevogelgebied rondom het Leekstermeer als voedselgebied voorgeschoteld gekregen. ‘Ga maar lekker proletarisch winkelen’ zeg je feitelijk. De Grutto is onze nationale trots! Hoe dan? De Patrijs en de Fazant zijn nagenoeg uit beeld verdwenen. Het bewijs dat menselijk ingrijpen, hoe goed bedoeld ook, het tegenovergestelde oplevert. Beter hadden ze geluisterd naar mensen met ervaring in het veld ”, meent Heine die ook waarschuwt voor de wolf. “Onbegrijpelijk dat we de wolf hier willen. Dat wordt de nieuwe plaag, dat voorspel ik je. Een wolf hoort hier niet. Onze natuur is daar niet op ingericht.”

Regulatie

Heine pleit voor regulatie van dassen-, marters- en vossenstand door jagers. Daar zou Natuurmonumenten voor moeten zorgen, zegt hij terwijl een mannetjes kievit spot. “Als je eieren zoekt, kijk je niet naar de grond. Je kijkt waar de vogels vliegen. Het mannetje waakt over het nest terwijl het vrouwtje op pad is om eten te zoeken.” Die vrouwtjes blijken overigens aardig goochem. Bespeuren ze onraad, lopen ze zo’n vijfentwintig meter van het nest af om de boel om de tuin te leiden. “Regulatie door jagers zou goed zijn om de weidevogels te beschermen tegen natuurlijke vijanden. De grootste vijand, de mens, is een ander verhaal. Dat is ook de reden waarom ik aan nazorg ben gaan doen. Vorig jaar had ik een aantal kievit-broedsels gevonden en gemarkeerd. Tijdens het bewerken van het land was de -waarschijnlijk te onduidelijke- markering onzichtbaar in de tractor, de broedsels waren allemaal kapot gereden.”

Nazorg doen betekent een goede samenwerking met de boer. “Je moet toestemming hebben om in zijn land de nesten te mogen markeren.  Via een appje op de avond voor de landbewerking informeert de boer mij wat er precies gaat gebeuren. De boeren in deze streek werken gelukkig heel goed mee. Het moet zeker gezegd: complimenten aan Menze en Folkert van der Ploeg, Gerhard Uneken aan De Haspel en Antoon Voorburg aan de Veldstreek. Nazorg is samenzorg!” Heine hoopt dat ook jongeren willen meehelpen als ‘nazorger’. Het is drie voor twaalf, om maar even in clichés te spreken. Als ik straks (en met mij vele anderen) in een bungalow zit hoop ik dat er een nieuwe generatie klaar staat.”

Nog een punt wat de weidevogels niet ten goede is gekomen, is de ruilverkaveling en de verlaging van de grondwaterstand. “Vroeger had je veel kleinere percelen. Het was voor de boer gemakkelijker om een nest te beschermen. Door de ruilverkaveling hebben veel akkers plaatsgemaakt voor hybride grassoorten. En de verlaging van de grondwaterstand is funest voor weidevogels. Bovendien kun je je afvragen wat het heeft opgeleverd voor de boer. Door het veranderende klimaat en de droge zomers moet er veel beregend worden om de gewassen te redden. Misschien kun je concluderen dat het helemaal niet zo goed is als er altijd verondersteld is.”

Na een leerzame rondleiding over de boerenakkers lopen we terug. “Kun je voorstellen dat ik geniet als ik zo in het veld loop?, roept Heine met een grote glimlach. “Dit is rijkdom.”