Deel 3: Vrolijke foto bij het Piepke ondanks het besef van naderend onheil

    Oorlog & Vrijheid: een serie in het kader van 75 jaar vrijheid

    In het kader van 75 jaar bevrijding komt De Krant met een reeks artikelen over de Tweede Wereldoorlog, de Jodenvervolging en natuurlijk de bevrijding. Van allerlei kanten wordt de oorlog belicht, met telkens een ander verhaal uit de regio. In de aanloop naar 4 en 5 mei zullen deze verhalen wekelijks in De Krant verschijnen. Deze week het verhaal van de familie Denneboom uit Leek, zoals hier geportretteerd op een foto bij het ‘Piepke’ in 1942. Hoewel de vrolijke foto anders doet vermoeden, wist de familie op dit moment al van het naderende noodlot van de Joden. Niet lang na deze foto, werd de Joodse familie Denneboom uit elkaar gereten.

    De familie Denneboom nam sinds 1917 een prominente rol in binnen de Leekster gemeenschap. Toen waren het Duifje en Hartog Denneboom die zich vestigden in Leek en er een manufacturenwinkel startten. Zij kregen vier zonen, waarvan Herman en Bram (Abraham) de firma Denneboom overnamen. Op de foto, die uit juli 1942 stamt, staat Herman met zijn vrouw Eva en hun drie dochters Ducie, Selma en Hertha bij het Piepke. Ook ‘opa’ Hartog staat nog op deze foto, met Davidsster.  

    Op het moment dat de oorlog in Nederland uitbreekt, is Ducie (officieel Duifje) 17 jaar. Haar zusje Selma (officieel Saartje) is dan 13 en jongste zusje Hertha is net 9 geworden. De familie Denneboom was politiek bewust en zionistisch georiënteerd. Dit maakte dat zij al vrij snel een besef hadden van wat zich in Duitsland afspeelde en, later, wat zich in ‘het oosten’ afspeelde.

    Vooral het trieste oorlogsverhaal van Ducie spreekt tot de verbeelding. In 1941 verloofde zij zich met Leo van Essen. Leo was aangesloten bij een zogeheten ‘hachsjara’ instelling. Deze instelling bereidde jongeren voor migratie naar het toenmalige Palestina, om aldaar een eigen Joodse staat te stichten. Ducie zelf werkte in Groningen, maar toen de opleiding werd opgeheven kwam zij samen met Leo terug naar Leek.

    Vader Herman werd aan het begin van de zomer van ’42 opgepakt en in Westerbork te werk gesteld. Terwijl Ducie en Leo in juli trouwden, was haar vader al op weg naar Auschwitz, alwaar hij een maand later zou worden vermoord. De familie dacht op het moment van trouwen nog dat vader Herman in Westerbork zat. Herman had bij het verlaten van zijn gezin zijn dochters proberen gerust te stellen. ‘Het is niet zo erg, we gaan naar een werkkamp’, had hij gezegd.  Maar het gezin hadden de tranen in Hermans ogen zien staan. Dochter Selma nam zich vanaf dat moment voor niet meer te lachen, totdat ze wist waar haar vader was. In 1945 trof ze de naam van haar vader aan op de dodenlijst van het Rode Kruis.

    Na het trouwen voor de gemeente Leek, zou er ook een huwelijksvoltrekking in de Leekster synagoge plaatsvinden. Dit zou op 23 augustus gebeuren, maar op de 20ste kwam Leo in Westerbork terecht. In september kon de moeder van Ducie samen met haar twee zusjes onderduiken. Ducie hielp bij de voorbereidingen voor de onderduik, maar ging zelf niet mee. Op 5 oktober werd zij met haar opa Hartog Dennboom opgepakt en via Groningen naar Westerbork vervoerd.

    Opa Hartog ging vrijwel direct door naar Auschwitz waar hij een maand later werd vermoord. Leo en Ducie werden ondertussen te werk gesteld bij boeren in de omgeving van Westerbork en wisten sporadisch brieven te schrijven naar bekenden. Op 14 september werden zowel Leo en Ducie op transport gezet naar Auschwitz.

    In Auschwitz hield Leo het nog vijf maanden vol, maar begin 1944 liet hij het leven. Ducie kwam in de medische experimenten-afdeling van Auschwitz terecht. Toen de Russen in aantocht waren, liep zij mee in de Dodenmars naar Bergen-Belsen. In het overvolle kamp – waar vreselijke ondervoeding, uitputting en bovendien ziektes als vlektyfus heerste – kwam Ducie op 22 maart 1945 om het leven. Slechts drie weken voor de Britten het kamp kwamen bevrijden. Een week later zouden medegevangenen Anne en Margot Frank ook om het leven komen.

    Met de kennis van nu

    Het verhaal van Ducie en haar familie is er één van uitersten. Wie met de kennis van nu naar de foto bij het Piepke kijkt, moet hier een vreemd gevoel bij krijgen. Want waarom lachen de geportretteerden, terwijl ze dondersgoed wisten welk lot ze boven het hoofd hing? Vader Herman zou kort na de foto worden afgevoerd naar Westerbork, van waaruit hij niet veel later naar Auschwitz zou worden vervoerd. De vraag is wat het gezin Denneboom anders had gemoeten. In een periode waar wanhoop aan de orde van de dag is en zelfs het leven beïnvloedt, is hoop het enige beetje houvast. Ook al lijkt die hoop ijdel.

    Moeder Eva overleefde de oorlog in de onderduik, evenals de zusjes van Ducie. De drie emigreerden naar Israël en kwamen sporadisch terug naar Nederland. Selma en Hertha waren zelfs aanwezig bij de opening van het Museum Het Joodse Schooltje in 1995. Toch heeft de oorlog diepe sporen in hun leven nagelaten. Zo sprak Hertha pas toen zij zestig was voor het eerst over de oorlog en ook de bezoeken aan Nederland waren niet altijd even makkelijk, gezien de vele herinneringen die er liggen. Ook op de ontwikkeling van de zusjes had de Tweede Wereldoorlog een grote impact. De meiden hadden ten tijde van de oorlog zo ongeveer moeten beginnen aan de middelbare school, maar veel onderwijs kregen zij in oorlogsjaren niet.

    ‘Het is Hitler niet gelukt’

    Vandaag de dag leven Selma en Hertha nog steeds (zie foto). Selma is inmiddels 93 jaar, terwijl Hertha de respectievelijke leeftijd van 89 heeft bereikt. De twee kranige tantes vertellen hun oorlogsverhaal inmiddels door en hebben nog steeds contact met het Joodse schooltje. Wie op bezoek gaat bij Selma en Hertha, merkt dat ze nog steeds een woordje Nederlands spreken, bovendien met een Leekster accent. De twee hebben veel kinderen en kleinkinderen, wat hen ontzettend trots maakt. ‘Het is Hitler niet gelukt om ons uit te roeien’, klinkt het steevast.