‘Delen, we moeten onze welvaart delen’

Pieter Wittenberg maakt zich zorgen over het lot van vluchtelingen

PEEST – Pieter Wittenberg en zijn echtgenote Liesbeth zagen de ellende op Lesbos op radio en televisie voorbijkomen en wisten meteen dat ze daar naartoe moesten om te helpen. “Het enige wat voor deze mensen telt is dat ze weg willen uit de ellende aldaar. Ellende die te vergelijken is met vluchten uit een brandend huis”, aldus Pieter. Hele gezinnen kwamen in bootjes aan, liepen met slechts een paar plastic zakken met bezittingen drie dagen lang om de bestemming te bereiken waarna ze met bussen uiteindelijk een land werden ingezet.

Toen kwam 18 maart 2016. Het is de dag dat de Europese Unie verklaart dat vluchtelingen onder andere in Nederland niet meer welkom zijn. En het is daarom ook de dag waarop Pieter besluit niet meer trots te zijn op het feit dat hij Nederlander is. “Dat ik toevallig ben geboren in Amsterdam, betekent niet dat ik meer of minder recht heb op iets.” Hij is van mening dat het niet uitmaakt waar je vandaan komt, dat je mens bent en je kennelijk thuishoort op deze planeet. Vanaf dat moment zaten de vluchtelingen in de val en was de haven binnen twee dagen overspoeld met mensen. Ze hoopten dat het Rode Kruis er was om te kunnen helpen. Maar er was geen georganiseerde opvang en dat vonden Pieter en Liesbeth heel naar om te zien. Ze vlogen terug naar Nederland. “Maar het voelde alsof we een brandend huis met vier emmertjes bluswater hadden achtergelaten en even naar huis gingen om koffie te drinken.” Ze wisten dat ze daar verder moesten en meldden zich aan bij de Stichting Bootvluchtelingen. Hier konden ze de gepensioneerde Pieter als schipper nog even niet inzetten. “Daar kon ik niet op wachten, ik wist, het moet nu gebeuren.”

Arrestatiebevel

Zo gaat hij drie maanden lang als schipper van een reddingsboot bij een Griekse organisatie aan de slag. Hij had niet kunnen vermoeden dat hij, samen met 24 anderen, zou worden aangeklaagd voor dat werk en wat daaruit voortvloeide. In augustus 2018 stond het Griekse Openbaar Ministerie met een arrestatiebevel op de stoep. Pieter was niet thuis omdat hij toevallig terug was in Nederland. Terwijl vijf van de 24 werden vastgezet kreeg hij de uitnodiging om mee te werken aan het onderzoek uiteindelijk thuisgestuurd. “Toen ik zo goed en zo kwaad als het ging het formulier had vertaald, zag ik dat het ging om de periode dat ik als schipper op de reddingsboot had gewerkt.” De periode ook dat hij samen met nota bene de UNHCR de protocollen opstelde voor het efficiënt verdelen en regelen op het strand. Hij belde de politie om te vragen wat hij voor ze kon betekenen en kreeg te horen dat hij naar de onderzoeksrechter kon gaan. Misschien wilde hij hem nog verhoren. Zo werd Pieter in december 2018 twee dagen lang verhoord, werd er een proces verbaal opgemaakt en werd hij ter beschikking gesteld van de officier van justitie. Pieter denkt dat de officier toen eieren voor z’n geld heeft gekozen. Vijf van de 24 vrijwilligers hadden net 190 dagen in voorarrest gezeten en zij waren tien dagen voor het verhoor van Pieter op borgtocht vrijgelaten. “Hij moet gedacht hebben, dat ga ik niet nog een keer meemaken, wat een werk om nog eens iemand op borgtocht vrij te laten, ik kan hem beter laten gaan.”

Pieter heeft altijd gezegd dat hij bij de rechtszaak aanwezig zal zijn. Hij is van mening dat hij het allemaal kan verklaren en hij vertrouwt de Griekse rechter volledig. Terwijl hij met zijn Stichting Shower Power nog jaren op en neer reist om vluchtelingen een warme douche te bieden en te voorzien van koffie en thee, krijgt hij afgelopen augustus de dagvaarding. “In eerste instantie moesten we lachen. Spionage? Mensensmokkel? Criminele organisatie? Geld witwassen?” Lachen ging over in een gevoel van ‘dit kon toch niet waar zijn’ en een besef dat hij er dan ook bij wilde zijn als ze zouden gaan oordelen. Hij had immers niets te verbergen. Bovendien speelde een juridisch aspect ook een rol. Als hij er niet zou zijn, zou hij bij verstek veroordeeld kunnen worden.

Geen zorgen

“Of ik angst had om te gaan? Nee, helemaal niet, dat wil ik ook niet.” Dat dit dieper gaat laat hij zien aan de hand van een foto die naast hem op tafel staat. “Kijk, dit is Joost. Dit is onze zoon die zich in 2015 doodreed tegen een boom.” Pieter en Liesbeth hebben op de dag dat ze deze boodschap kregen tegen elkaar gezegd dat ze zich nooit meer zorgen zouden maken. Op deze dag ontdekten ze namelijk dat de dood van hun zoon veel en veel erger is dan dat je je voor kunt stellen. Het veranderde hun leven. “Bij dingen die we niet kunnen overzien, maken wij ons geen zorgen meer.” Dus ook niet in Griekenland. Hij zegt dat hij nog niet is veroordeeld en vindt dat de rechter het maar uit moet maken. Hij houdt rekening met nul tot 25 jaar, maar gaat zich daar op voorhand niet mee bezighouden. Zo staan Pieter en zijn medeverdachten afgelopen 18 november in de rechtbank in Griekenland. Omdat alle 24 mensen dezelfde dagvaarding hebben gekregen en dus van precies hetzelfde worden verdacht, vindt de zitting plaats op één dag. “Dat op zich is al heel bijzonder dat we allemaal voor hetzelfde worden aangeklaagd.” Echter, toen de zitting werd geopend en enkele advocaten hadden verklaard, meldde een van de verdachten, een advocaat, dat hij volgens de Griekse wet niet door deze rechtbank mocht worden veroordeeld. En zo gebeurde het dat de rechtbank zich terugtrok en het proces doorschoof naar volgend jaar. “Zo zal dit hele circus met de rare dagvaarding in Griekenland straks bij een andere rechtbank in april/mei gaan plaatsvinden.”

Ondertussen maakt Pieter zich druk over andere vrijwilligers. Door deze situatie houden vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties zich gedeisd. “We kunnen broodjes en appels uitdelen, maar verder kunnen we niets, stel je voor dat …” Hij is van mening dat het niet interessant is als hij in de gevangenis komt. Maar dat vluchtelingen niet worden geholpen dat raakt hem, dat moet veranderen. “De mensheid moet weten wat hier gebeurt. En wij zijn het die via stemmen kunnen bepalen, wát er gebeurt!”

Dat is Pieter. Hij vertelt dat hij altijd al tegen de draad in ging, dat hij altijd waakzaam was en zich altijd verbaasd heeft over een bepaald gedrag. Zo werkte hij eens bij een grote werkgever waar door de regering werd opgelegd dat ze allochtonen in dienst zouden nemen. Toen hij de brief kreeg waar hij moest invullen waar z’n ouders vandaan kwamen, weigerde hij deze in te vullen. Z’n moeder kwam uit Indonesië en z’n vader was geboren in Tsjechië. “Bingo, dan ben ik allochtoon, dan hebben ze er eentje en dan kunnen ze met mij goede sier maken. Dat schiet z’n doel voorbij.”

Toen hij met pensioen ging zette hij zich meer en meer in voor het milieu, maar zag hij ook de ellende in Griekenland. Terwijl Pieter weet dat hij voor het grote geheel niets kan betekenen, helpen alle kleine beetjes wel. “Je zult maar onder de douche kunnen. Als je hier langs de A7 met een lekke band staat, hoop je dat er ook één iemand stopt.” Pieter en Liesbeth gaan door. Volgens hem is de oplossing heel simpel. “Delen, we moeten onze welvaart delen. Dan hoeven de mensen die daar hun roots hebben niet weg.”