Dierentuin

Graag loop rond in mijn eigen ‘dierentuin’. Misschien bezit ik, maar jullie ook, meerdere dierentuinen nu ik er over nadenk. Vanuit onze tuinveranda heb ik mooie zicht op wat er zoal in onze tuin rondloopt, kruipt en vliegt. Kikkers en salamanders in de vijver, vogels in de bomen en struiken, slakken op de planten en insecten op en rond de bloemen. En nog veel meer. Maar daar wil ik het niet over hebben. Vandaag neem ik jullie mee naar mijn andere dierentuin, de plantentuin.

Wellicht bezit je zelf een ‘dierentuin’ zonder dat je het door hebt. Een waarin je nauwelijks hoeft te voeren, misschien een druppel water en wat mest. Als je tuin vol steen, beton, kunstgras of tegels ligt is de kans op een privé dierentuin aanzienlijk kleiner maar nog steeds niet nul.

Waar wil ik naar toe? Veel inheemse maar ook gekweekte (tuin)planten hebben dieren in hun naam. Denk aan Slangenwortel, Ossentong, Havikskruid, Koekoeksbloem, Hondsdraf, Paardenbloem, Wolfsklauw, Berenklauw, kattenstaart, kievitsbloem en het Made-liefje. Die laatste is boeiend. Je krijgt nu vast andere associaties bij het laatstgenoemde lieve bloempje. Er zijn nog veel meer voorbeelden. Waar komen die dierennamen vandaan?

Over de Koekoeksbloem bestaat een oud volksgeloof dat zegt ‘waar de koekoek heeft gespuugd, daar groeien nieuwe koekoeksbloemen’. Ik ga er daarom blindelings van uit dat de koekoek onze tuin ooit eens heeft bezocht. Een aannemelijker verklaring is dat je op de plant vaak het zgn. ‘koekoeksspuug’ ziet. Het schuim waarmee de larve van de schuimcicade zicht omhult.

De Paardenbloem zou zo heten omdat de planten vroeger aan paarden en varkens werden gevoerd. Het zou de melkafscheiding stimuleren. In Duitsland heet de bloem Kuhblume, een logischer naam gezien de melkafscheiding. Het blijft onduidelijk waar de naam echt vandaan komt.

Hondsdraf vind ik een mooie naam al zie ik geen verband tussen het dravende huisdier en de plant. Die blijkt er niet te zijn. Volgens mijn naslagwerk is het een verbastering van het oud Duitse woord Gundreba, dat mogelijk verwijst naar de Noorse godin van het slagveld. Gundreba betekent ‘kruipende plant die zwerende en etterende wonden heelt’. De naam verwijst dus naar de geneeskrachtige werking.

De naam Berenklauw ligt iets meer voor de hand. In de handspletige vorm van de behaarde bladeren kun je iets herkennen van een grote berenklauw. Dat ligt anders bij de Wolfsklauw, een letterlijke vertaling van de wetenschappelijke geslachtsnaam Lycopodium. Het Griekse woord lukos betekent wolf en podion betekent poot. Volgens anderen zou Wolfsklauw toch ook verwijzen naar de jonge, dicht bebladerde stengels die lijken op de behaarde poten van een wolf.

Kattenstaarten zie je steeds vaker bij tuinvijvers. Een mooie inheemse plant met bijna oplichtende bloedrode-paarse bloemen, ook wel Purperwedrik genoemd. De naam kreeg de plant door de vorm van de lange bloeiaar die op een kattenstaart zou lijken. De latijnse Lythrum salicaria betekent met bloed bevlekt. Dit verwijst mogelijk ook naar de bloedstelpende werking.

En dan het Madeliefje. Ik kan jullie gerust stellen. Het Madeliefje heeft niets met maden te doen. De latijnse naam ‘Bellis’ betekent lief en mooi. Het bloempje waarvan kinderen kettingen rijgen wordt ook wel meizoentje genoemd. Made wordt gelinkt aan het woord maagd… lieve maagd. Daarmee is de door mij eerder gesuggereerde koppeling met maden ook weer uit de lucht.

Ik trek me nog even terug in de veranda in mijn eigen ‘dierentuin’. Ik vraag me ineens af of er mensen zijn met bijzondere thematuinen. We kennen de bijentuinen, geneeskrachtige tuinen, eetbare tuinen, kleurtuinen. Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat er nog meer is bedacht.