‘Dit is een investering voor de komende honderd jaar’

Gevangenismuseum Veenhuizen blijft inzetten op groei

VEENHUIZEN – Het Gevangenismuseum Veenhuizen wil uitbreiden. Sterker nog: eigenlijk moeten ze uitbreiden. Jaarlijks kan het museum tussen de 115.000 en 120.000 bezoekers verwachten. ‘Uitgesmeerd over het hele jaar zou dat geen enkel probleem zijn’, vertelt directeur Peter Sluiter in zijn kantoor. ‘Maar de realiteit is dat wij op sommige dagen meer dan duizend bezoekers hebben, terwijl wij dagelijks eigenlijk niet meer dan zeven à achthonderd bezoekers aankunnen. Om de kwaliteit van het bezoek te waarborgen, is uitbreiding nodig.’

‘Het is een ingewikkeld proces’, aldus Sluiter. ‘We hadden zelf een vrij simpel plan om uit te breiden. Ons idee was om de kantoren, die nu op de begane grond gelokaliseerd zijn, te verplaatsen naar de eerste verdieping. Zo zouden we aanzienlijk meer expositieruimte krijgen.’ Een goed plan, zo oordeelde de Bank Giro Loterij. Zij schonk het Gevangenismuseum derhalve een bedrag van 600.000 euro. Datzelfde deed het Rijksvastgoedbedrijf, tevens de eigenaar van het gebouw, en ook de gemeente Noordenveld bracht samen met de Provincie Drenthe zes ton op tafel. ‘We hadden het geld dus al rond’, zegt Sluiter. ‘Maar omdat er meerdere partijen om tafel zaten, bracht ook eenieder zijn eigen mening in. We werden erop gewezen dat, wanneer wij de kantoren naar boven zouden verplaatsen, er aanpassingen aan het pand moesten plaatsvinden. Zo zouden er lichtstroken moeten worden aangebracht. En aangezien het gebouw een Rijksmonument is, ziet men het liefst zo min mogelijk veranderingen aan het gebouw.’

Daarnaast kwamen er plannen op tafel om een afgebroken gedeelte van het voormalige gevangenisgebouw in ere te herstellen. ‘Vroeger was dit een carré, maar in 1928 werd één deel afgebroken. Hiervoor is een nieuw gebouw in de plaats gekomen, maar zoals men kan zien is dat in een heel andere stijl gebouwd. Het idee werd geopperd de carré weer in ere te herstellen, zodat het originele gebouw weer helemaal hersteld zou zijn’, zegt Peter. ‘Tijdens dit proces zijn we ook in oude documenten gedoken. Aan de hand van een foto bleek dat er vroeger, midden in de carré en los van het gebouw, een klein bijgebouwtje stond. Ik vermoed dat deze vroeger fungeerde als keuken annex wasserij, aangezien hier hoge temperaturen bij kwamen kijken en men vanuit het brandveiligheidsoogpunt dit vaak los van de originele gevangenis bouwde.’ Al gauw kwam het plan op tafel om dit gebouwtje eveneens in ere te herstellen en hier zelfs een soort welkomstgebouw van te maken. ‘Momenteel is de receptie gevestigd in een nieuw aangebouwde gevel. Die zou dan moeten verdwijnen en dan zou de entree in het kleine gebouwtje midden in de carré komen.’

Nu ligt er dus een plan op tafel waarbij er drie concrete aanpassingen zullen worden gedaan. Het huidige ontvangst (en dus de nieuw gebouwde gevel) verdwijnt, het voormalige gebouw op de binnenplaats verrijst en zal als entree dienen en er wordt een begin gemaakt om het oude gedeelte van de gevangenis in ere te herstellen. ‘Het gaat hier dan om een hoek. We zullen dat gedeelte in fases moeten laten herrijzen’, licht Sluiter toe. ‘Dat maakt de plannen complexer en duurder. In totaal zal er dan nog negen ton bij moeten. Daarnaast willen we het goed en zorgvuldig doen, zeker met het oog op de nominatie voor de UNESCO Werelderfgoedlijst. Zo zal er bouwhistorisch- en bodemonderzoek plaatsvinden. Dat neemt weer extra tijd in beslag.’

Toch vindt Sluiter die vertraging niet zozeer vervelend. ‘We willen het goed doen. Kijk, dit is een investering voor de komende honderd jaar. En dan maakt driekwartjaar vertraging niet zoveel uit. Aan de andere kant willen we natuurlijk zo snel mogelijk, want we merken dat we de extra ruimte goed kunnen gebruiken. Zeker als we volgend jaar zomer toetreden tot de Werelderfgoedlijst. Ik ga er eigenlijk van uit dat dit wel zal gaan gebeuren. En dan komen er in plaats van 120.000 misschien 150.000 bezoekers. Dan heb je extra ruimte nodig om de bezoekers kwaliteit te kunnen bieden. Want van UNESCO-erfgoed wordt zeker kwaliteit verwacht.’

Zeker in de maand augustus was het soms gewoon te druk bij het Gevangenismuseum. ‘We hadden tijdens een fors aantal dagen meer dan duizend bezoekers. Dat gaat ten koste van de kwaliteit. Het wordt lawaaierig, het is dringen en er staan rijen. Dat is enerzijds een compliment, maar wel een lastig compliment. Want als mensen ontevreden weggaan, is dat natuurlijk geen reclame. Ook met het parkeren hadden we een probleem. Gelukkig is de gemeente nu bezig met het uitbreiden van die parkeerplekken’, aldus de museumdirecteur.

Steeds populairder

Dat het Gevangenismuseum al jaren zo populair is, had men vijftien jaar terug niet kunnen bevroeden. ‘In een optimistisch plan van vijftien jaar geleden, stond dat men met veel geluk mocht rekenen op 60.000 bezoekers per jaar’, herinnert Sluiter zich. ‘Binnen een aantal jaren hebben we dat aantal verdubbeld.’ Wie vijftien jaar geleden voor het laatst bij het Gevangenismuseum is geweest, zal dan ook weinig herkennen in de huidige expositie. ‘We hebben zeventig procent van de binnenkant heringericht en verbeterd. Daarnaast hebben wij er de afgelopen tien jaar veel informatie bij gekregen. Er zijn boeken geschreven over Veenhuizen en men heeft de historie uitgediept. En wanneer je meer weet, kun je meer vertellen. In het noorden van Nederland heeft eigenlijk iedereen wel een paar associaties bij de naam ‘Veenhuizen’. Veel mensen kennen het.’

Ook in het buitenland is dat steeds meer het geval. ‘We zien steeds meer Vlamingen, maar ook Duitsers weten ons te vinden. Of ik bang ben dat we straks ook busladingen Chinezen kunnen verwachten? Nee, dat geloof ik niet. Ik denk ook niet dat je het moet willen. Als je kijkt naar Giethoorn, waar een bezoek bijna een vervreemdende ervaring is omdat negentig procent van de toeristen Chinees is, dan zie ik daar de meerwaarde niet van in. Voor het snelle geld zal het ongetwijfeld goed zijn, maar voor de rest….’

Pauperparadijs

Dat veel mensen Veenhuizen kennen, komt niet in de laatste plaats door het Pauperparadijs. Een eerste poging om de voorstellingen wederom naar Veenhuizen te halen, mislukte. Desondanks heeft Sluiter goede hoop dat de voorstelling wellicht terugkeert. ‘Ik spreek de regisseur binnenkort en dan ga ik het zeker ter sprake brengen. Uit een marktonderzoek is al gebleken dat veertig extra voorstellingen zeker mogelijk moet zijn.’

Klaar voor jubileum

Omdat Sluiter ervan overtuigd is dat Veenhuizen volgend jaar zomer op de UNESCO Werelderfgoedlijst komt, is enige haast geboden bij de uitbreiding. ‘Ik hoop dat we eind 2020 hebben uitgebreid. Dat wordt hard werken, maar vóór het bezoekersseizoen van 2021 moet dat eigenlijk. Bovendien: in 2023 staat dit gebouw er exact tweehonderd jaar. Het zou toch mooi zijn als wij dan de carré van vroeger volledig hebben hersteld?’