‘Dit is mijn vak, ik woon erin, dit ben ik. En dat is nog steeds zo’

Aaltje Bron stopt na 40 jaar fysiotherapie

RODEN – Het icoon stopt ermee. Na bijna 40 jaar fysiotherapie is het over voor Aaltje Bron. Nog iedere dag gaat ze met een vreugdegevoel aan het werk. Maar ergens moet je een keer stoppen, vindt ze. Wachten tot je oud en versleten bent is geen optie. Geen reclame voor het vak, zegt Aaltje die ondanks alles wat ze meemaakte een heel tevreden mens is. “2019 wordt een jaar van loslaten.” De Krant spreekt Aaltje. Over het leven, werk en sport.

Aaltje zwaait de deur van haar praktijk aan de Roderweg open. Vrolijk als altijd. Wie Aaltje kent, kent haar lach. Altijd in voor een praatje. Na 35 jaar is ze nog steeds trots op haar praktijk die is uitgerust met drie royale behandelkamers en een oefenzaal. Ze wijst bij binnenkomst op de frisse, lichte wachtkamer dat vroeger een donker hol was. En de toiletruimte die ze tien jaar geleden helemaal opnieuw liet aanleggen. Rolstoeltoegankelijk en met douche, want dat hoort in een moderne praktijk. Als mensen vanuit hier doorgaan naar werk moeten ze zich kunnen afspoelen vindt ze. “Zeg nou zelf; nog als nieuw toch?”, lacht Aaltje terwijl ze vooruit loopt naar de ruimte voor de administratie en waar de medewerkers een broodje kunnen eten. “Dit was de garage. Nu zitten we hier te lunchen. Lekker hoor. Uitzicht op de tuin. Vanochtend zat hier een specht. Zo leuk om te zien. Het geluk van het leven zit in kleine dingen. De keuken heb ik erin laten zetten. Met een kleine vaatwasser. Niemand houdt van afwassen. Koffie?”

Aaltje studeerde in 1980 af als fysiotherapeut. Dat ze het zou worden had ze niet van tevoren bedacht. Aaltje had de PA afgerond. Is bevoegd onderwijzeres. 21 was ze. “Ik was jong, vond dat ik nog van niks wist. En bovendien: 1 plus 1 blijft 2. Dat zal nooit veranderen. De Sportacademie, dat leek me wel wat. Sport en bewegen was mijn leven, nog steeds. Ik volg alles. De Sportacademie lukte niet. Ik had te weinig ondergrond. Vooral voor de sporten turnen en zwemmen. ‘Waarom doe je geen fysiotherapie’, zei een docent toen. Ik wist niet precies wat het was. Het vak stond lang niet zo in de picture als nu. Na een toelatingstest ben ik aangenomen. Tijdens de opleiding wist ik: dit is mijn vak. Ik woon erin, dit ben ik. En dat is nog steeds zo. Geef mensen handvatten. Ik doe dat wat ze zelf niet kunnen, maar de patiënt is veel belangrijker geworden in de hulpvraag . Dat is de omwenteling in het vak. Vroeger was het: tasje mee, handdoekje erin, ik ga naar de masseur. Een tamelijk passieve houding. Hoe anders is dat nu. Veel meer interactie. Er zit altijd een logica achter een klacht. Als je een klacht terugbrengt naar een probleem kun je het oplossen. Dat lukt trouwens niet altijd. Soms heb ik het ‘niet pluis-gevoel’. Iets reageert niet zo als het zou moeten. Dan stuur ik de patiënt terug naar de huisarts. Dan moet er eerst aanvullend onderzoek gedaan worden. Een medische stoornis kan een probleem in stand houden.”

Borstkanker

Dat er bij Aaltje zelf iets niet pluis zat, daar had ze nooit aan gedacht. 2012 was het, toen het noodlot toesloeg. “De huisarts kwam langs op de praktijk. Of hij even een gesprekje met mij kon hebben. Nou nee. Ik was bezig met een patiënt.  Dacht nog dat hij overleg wilde hebben over een patiënt. Ik liep met hem mee naar de deur toen hij zei: ‘Aaltje, jouw foto is niet goed.’ Je weet wel, de foto voor het Bevolkingsonderzoek, gemaakt in de bus bij De Hullen. Zeker, dat was even schrikken. Ik had in 32 jaar nog nooit één ziektedag gehad.” Een echo volgde, een punctie ook. De uitslag was niet goed: borstkanker. Ze konden het borstsparend weghalen, zeiden ze. Dat gebeurde op vrijdag 13 april 2012. Of ik van slag was? Nee. Ik ben heel feitelijk. Pragmatisch. Als je de diagnose hebt wil dat niet zeggen dat je doodgaat. Er wordt veel onderzoek gedaan naar borstkanker. De cijfers schuiven steeds verder op.”

De behandeling hakte er wel in. Aaltje kampt nog steeds met een doof gevoel in handen en voeten. “Cadeautje van de chemokuren. Ik heb er wel meer cadeautjes aan overgehouden. Krampen, pijn in de gewrichten. Ik heb de ruimte genomen om te herstellen en dat lukte met ondersteuning van de collega’s. Je bent behoorlijk verzwakt. Gelukkig is mijn tastgevoel wel goed gebleven. Zeker ben ik mezelf wel eens tegen gekomen. Soms kom je op onverwachte momenten in een emotie terecht. Dat zie ik niet als teken van zwakte. Als het komt, komt het. Je hebt iets in je bagage zitten waardoor je in een andere levenssetting komt. En het brengt je ook iets: bewustzijn. Je ziet de kwetsbaarheid van het leven. Het besef dat je moet genieten van kleine momenten. Iedere ochtend proef ik op het balkon de buitenlucht. Ik ben een buitenmens. Elk seizoen heeft iets moois.”

Verandering

Aaltje heeft alle veranderingen in het vak meegemaakt. Neem alleen al de regelgeving en wetgeving . “Vroeger had je particulier of ziekenfonds. Meer was er niet. Nu is er veel meer diversiteit. Heb je met 20 verschillende zorgverzekeraars te maken die ieder hun eigen regels en voorwaarden hebben. Er zitten veel meer stappen in. En vergeet niet de digitale opmars, meten en weten. Maar ook in de uitleg naar patiënten toe is er veel veranderd. Ze weten waardoor een klacht zich onderhoudt. Je geeft mensen inzicht en aanwijzingen wat ze zelf kunnen doen. Tegenwoordig zie je veel sportapparatuur in fysiotherapiepraktijken. Ik ben juist van de één op één behandeling. Daarbij gebruik ik vaak de spiegel. Wat zie je? , vraag ik. Ik let op houding. Staan de schouders gelijk? “Zo heb ik nog nooit naar mezelf gekeken”, hoor ik vaak. Er zit een mens om een klacht heen. Een verhaal. Dat is wezenlijk om mee te nemen. Soms zie ik mensen waar geen lach meer zichtbaar is. Verdwenen in somberheid. Letterlijk vastzitten. Als je ze dan meeneemt in hun herstelproces,  kunt laten zien en voelen , dat ze ‘ontdooien’ en dat in elke dag wel iets zit wat de moeite waard is, is dat mooi. Ik is niet voor niets ik. Fiere letters, net als mensen. De punt op de i, het hoofd op de romp.”

Loslaten

Ondanks alles wat  ze meemaakte (en nog steeds hinder van ondervindt) hoor je Aaltje niet klagen. De lach verdwijnt niet van haar gezicht. “Ik ben een heel tevreden mens. Nooit sikkeneurig en altijd opgewekt. Mensen klagen wel eens, en de een heeft meer dan de ander, maar in totaliteit hebben we het prima. Een warm bed en te eten.” De vraag hoe lang ze nog door wilde gaan met haar fysiotherapiepraktijk speelde al langer in haar hoofd. “Steeds vaker kwam het terug: hoe lang wil je nog doorgaan? Totdat je de kracht niet meer hebt? Oud en versleten bent? Dan ben je niet meer energetisch voor je patiënten. Dat is geen reclame voor het vak. Mantelzorgen voor mijn moeder heeft veel energie gevergd. Continu naar Winsum op en neer, waar ze na haar ziekenhuisopname verbleef. De vele (ziekenhuis)bezoekjes. Ze is onlangs overleden. Toen dacht ik: dit wordt het jaar van loslaten. Ik stop met de praktijk. Het is tijd voor verandering. Ergens is het een keer klaar”, vertelt Aaltje die nóg een besluit neemt.  Ze stopt met de medicatie tegen borstkanker. “Omdat de kanker hormoongevoelig is slik ik hormoontabletten. Zeven jaar nu. Na vijf jaar mag je stoppen maar het hoeft niet. Je kunt er ook voor kiezen om door te gaan. Ik heb het twee jaar langer gedaan, na overleg met de oncoloog. Het laatste pakje is aangebroken, dan stop ik. Of ik ‘schoon’ verklaard ben? Nee. Borstkanker kan terugkomen. Ook na 10 of 20 jaar.”

Bordjes

Reken er maar niet op dat Aaltje zich gaat vervelen, nu ze besloten heeft te stoppen. Nee zeg. Er ligt nog meer dan genoeg op haar bordjes, zegt ze. “Sommigen zeggen: vakantie! Nou, ik rij niet halsoverkop ergens naar toe. Het vakantiegevoel zit in jezelf. Walter (oud-FC Groningenvoetballer Walter Waalderbos, red.) en ik doen graag dingen samen. Daar is nu meer tijd voor. Hij is al gepensioneerd. Walter zegt vaak: jij bent altijd met de praktijk bezig. Daar komt nu verandering in. We kunnen uren praten over het leven en sport. We volgen alles. Van voetbal tot volleybal, van schaatsen tot korfbal. En ik ga graag ergens naar toe. Het Pauperparadijs bijvoorbeeld. Walter heeft er niets mee, ik vind het fantastisch. Dan ga ik alleen, al of niet op mijn mooie fiets met ondersteuning, een feestje. Of ik er naar uitkijk? Nee. Dat zou niet goed zijn. Het voelt niet als last. De praktijk gaat gewoon door. De vijf dames die hier werken nemen het over. Ze gaan verder op dezelfde locatie. Wel onder een andere naam. En dat snap ik.  Nu ruimte voor andere dingen.

Afscheidsreceptie

Aaltje organiseert voor iedereen die haar graag nog even de hand wil schudden een informele afscheidsreceptie op zaterdag 4 januari. Plaats: skihut Snow&Co, Gedempte Haven 7 in Roden. Tijd: 16:00-18:00. Gasten kunnen rekenen op een hapje en een drankje.