Dood – leven

Uit het niets zag ik iets in het licht van de linker koplamp verschijnen. Ik reed in het donker onderweg naar huis. Het was laat en ik was de enige automobilist op de onverlichte landweg. Mijn voet vloog in een reflex van gas- naar rempedaal, maar het was al te laat. Een doffe dreun en daarna stilte, op het ronken van de automotor na. Wat had ik geraakt? Even verderop keerde ik de auto en reed naar de plek waar het ongeveer was gebeurd. In het licht van de koplampen zag ik een haas bewegingloos in het bermgras liggen. Ik stapte uit, het dier zag er nog gaaf uit. Toen ik aan de haas voelde was het nog warm, maar dood. Ja dus, ik had voor het eerst van mijn leven een dier doodgereden. Wat nu?

Er vlogen allerlei gedachten door mijn hoofd. Meenemen en opeten? Dierenambulance of politie bellen? Wat doe je in zo’n geval? Nee, dacht ik. Ik geef het dier terug aan de natuur. Ik heb de haas opgepakt en een eind verderop in het bos gelegd.

Dat leverde, een dag later, boeiende discussies op. “Jij bent gek” zei een kennis. “Die had ik graag gevild en opgegeten”. “Teruggeven aan de natuur, dat zouden meer mensen moeten doen” zei een ander. “Wat smerig, ik raak zo’n dood beest niet aan” en “Het zal daar wel stinken nu” zei weer een ander. En zo liepen de reacties flink uiteen.

Ik ben blij dat ik hem in het bos heb gelegd. Terug in de natuur. Enige tijd geleden vond ik een vrij gave dode reegeit in het bos. Het zal daar hooguit een paar dagen hebben gelegen. Ik besloot de ree daar te laten liggen en te volgen wat er met haar gebeurde. Regelmatig ging ik kijken. Tot mijn verbazing stonk het dier niet. De dode ree bleek een restaurant voor aaseters. Ik zal hier niet in details treden maar het was boeiend om te zien. Na anderhalve maand was het dier volledig kaalgevreten.

Het is in ons land niet gebruikelijk om dode dieren aan de natuur terug te geven. Op de weg aangereden wild wordt opgehaald en naar destructiebedrijven gebracht. We zijn min of meer van de dood vervreemd geraakt. Een dood vogeltje in de tuin verdwijnt vaak in de groene container. Jammer, want dode dieren horen bij de natuur. Het is voedsel voor uiterst nuttige aaseters. Eigenlijk zijn er te weinig kadavers in ons land. Kadaver schaarste noemen we dat.

Over dode dieren op de weg wil ik nog wel iets kwijt. Het is dieronwaardig. Als je een dier aanrijdt en dat hoor en voel je wel, kijk dan wat er is gebeurd. Natuurlijk niet op de snelweg maar wel op een landweg. Het is eigenlijk je plicht. Mogelijk leeft het dier nog en kun je het dier redden of uit zijn lijden (laten) verlossen. Bel de politie of dierenambulance indien nodig. Laat ze niet op de weg liggen of creperen in de wegberm. Dode dieren trekken immers aaseters aan die op hun beurt weer gevaar lopen. Leg het dode dier daarom een eindje van de weg af. Helaas rijden veel mensen door na een aanrijding en laten ze de aangereden dieren op de weg liggen, waaronder egels, vogels en katten. Meerdere auto’s rijden het dier nog eens lekker plat. Amerikanen hebben er een woord voor ‘raodpizza’s’. Platgereden dieren op de weg.

Geef dode dieren een ‘tweede leven’ en geef ze terug aan de natuur. Uiteindelijk is de een z’n dood de ander z’n brood.

Andre Brasse – Puur Natuur nr. 62 – jan 2022