Dotter, Beenbreek en Dodemansvinger

Afgelopen week werd ons land bezocht door twee stormen, Ciara en Dennis. Ze hielden de gemoederen flink bezig en op sommige plekken hebben ze ook flinke schade toegebracht. Maar hoezo Ciara en Dennis? Waarom krijgen stormen een naam en wie bedenkt ze?

In de krant las ik dat stormen een naam krijgen, omdat ze dan serieuzer worden gevonden. Daar is uitgebreid onderzoek naar gedaan in Engeland. De namen worden volgens het artikel door de Ierse, Engelse en Nederlandse weerdiensten samen bedacht. Het lijkt me dat daar een doordachte namencommissie zijn tanden op vast heeft gebeten. De eerste ‘Nederlandse stormen’ staan er overigens aan te komen. Nog even wachten en dan razen Ellen, Gerda en Jan over ons land.

Tijdens de naweeën van Ciara liep ik door het beekdal van de Drentsche Aa en zag tot mijn verbazing de eerste Dotterbloemen bloeien. Februari is erg vroeg voor deze mooie voorjaarsbloeier. De prachtige okergele bloem straalde mij al van verre tegemoet, in de troosteloze winterse omgeving. Door de laatste stuiptrekkingen van Ciara werd de Dotterbloem behoorlijk heen en weer geslingerd. Ciara…Dotterbloem, dat zette me aan het denken. We geven veel ‘dingen’ een naam. mensen en stormen maar ook sterren, virussen, dieren en planten krijgen een naam.

2300 jaar geleden beschreef de Griek Theophrastus al een groot aantal plantensoorten. Deze werden enkele honderden jaren later door de Romeinse geleerde Plinius vertaald in het Latijn. De aandacht voor de geneeskundige kracht van planten en de ontdekkingen van nieuwe continenten, zorgden ervoor dat daarna steeds meer planten en dieren werden beschreven. De Zweed Carl Linnaeus (1707-1778) zorgde uiteindelijk voor orde in de chaos van beschrijvingen. Hij bedacht een systeem waarin hij de natuur in drie rijken verdeelde; het stenen-, planten- en dierenrijk. Hij gaf planten en dieren een naam, die bestond uit twee delen. We noemen dat de binaire nomenclatuur. Het eerste deel van de naam is de geslachtsnaam, het tweede deel is de soortaanduiding.

Deze wetenschappelijke plantennamen verschillen nogal met de door ons gebruikte Nederlandse namen.  Vaak benadrukken deze namen een of meerdere eigenschappen of gebruik van de plant. Daar zitten boeiende namen tussen zoals Dodemansvinger, Engelwortel, Beenbreek, Bitterzoet, Ossetong, Maagdenpalm, Boerenwormkruid en Vergeet-mij-nietje.

De herkomst van de Nederlandse naam ‘Dotterbloem’ blijkt overigens aardig voor de hand liggend. Het verwijst naar de gele kleur die lijkt op de dooier van een ei. Dotter als verbastering van dooier is een van de verklaringen. De Latijnse naam is indrukwekkender, Caltha palustris. Caltha verwijst naar kalathos wat in het Oud- Grieks kelk betekent.

Mijn interesse is gewekt… ‘Dodemansvingers’ waar slaat die naam dan op? Het blijkt een (nog) zeer giftige, zeldzame plant te zijn die zijn opmars naar het noorden heeft ingezet. De plant staat vooral aan de kust maar is al op de Drentse zandgrond gevonden. De naam dank de plant aan de giftige cilindervormige wortelknollen. Niet aankomen dus.

‘Boerenwormkruid’ werd vroeger door de (boeren) bevolking gebruikt als wormverdrijvend middel. De naam ‘Dolle kervel’ kreeg de plant omdat koeien, als ze veel van de plant hadden gegeten, als dolle dieren door de wei liepen.

Boeiende materie waar ik in mijn komende Puur Natuur verhalen vast nog eens op terug kom. Als het voorjaar straks losbarst, loop ik weer regelmatig in het veld te genieten. Ik kom daar veel bloeiende planten en gewassen tegen. Ook voor mij onbekende soorten. Zou er ooit nog een plant naar mij worden vernoemd? Liever een plant dan dat mijn naam voor een verwoestende storm wordt gebruikt. Ik laat het nu maar even bij een van mijn lievelingsplanten ‘vergeet-mij-niet’.