Drentse Historische Prijs voor boek over Franse para´s

HUIS TER HEIDE – In de nacht van 7 op 8 april 1945 landden 702 Franse parachutisten in Drenthe tijdens operatie Amherst. Zij kwamen onder andere terecht in de buurt van Huis ter Heide. Harold de Jong schreef een boek over deze operatie, waarvoor hij vorige week de Drentse Historische Prijs 2020 ontving.

De Jong vond het belangrijk om het verhaal van de Franse para’s in Drenthe te vertellen, omdat hij als  beroepsmilitair onderzoek deed naar de dood van Nederlandse militairen in Afghanistan. Hierdoor ontdekte De Jong dat het voor nabestaanden heel belangrijk is om te weten wat er precies is gebeurd. ‘Dat gold ook voor de familie van de Franse parachutisten,’ aldus De Jong. ‘Van velen van hen was geen foto bekend, waardoor zij geen gezicht hadden. Met dit boek heb ik geprobeerd de para’s weer een gezicht te geven.’ Van 31 van de 33 gesneuvelde parachutisten wist De Jong een foto te traceren, alleen van de bij Huis ter Heide omgekomen Marcel Leveque en Robert Spina ontbreekt nog een beeltenis.

Leveque en Spina behoren tot de zes Franse parachutisten die worden herdacht op een witmarmeren plaquette aan de gevel van de schuur aan de Koelenweg 10 in Huis ter Heide. Zij werden gedropt om de bruggen ten noorden van Assen over het Noord-Willemskanaal en ten westen van Assen over de Kolonievaart veilig te stellen. Daarnaast moesten zij onrust veroorzaken en contact leggen met verzetsstrijders.

Door het slechte weer en problemen met de radar kwamen de para’s vaak niet terecht op de bedoelde plekken en raakten zij verspreid over het gebied. Eén van de parachutisten kwam terecht in het water en verdronk. Een ander brak zijn enkel toen hij op het dak van een boerderij terechtkwam. Desondanks wisten de para’s elkaar relatief snel te vinden om op weg te gaan richting Norg. Onderweg vielen mannen af door de optrekkende mist en het hoge tempo. Bij aankomst op de Koelenweg waren nog maar drie para’s over. Zij vonden onderdak in de schuur op nummer 10, waar vier anderen zich later bij hen voegden. Hier werden zij verraden, nadat landwachters (gewapende leden van de NSB) zagen hoe de parachutisten buiten hun kleding wasten, hierbij geholpen door Tjitske en Antje Buist. De vrouwen gaven de Fransen het advies de landwachters dood te schieten, maar zij zagen het gevaar op dat moment niet waardoor de landwachters konden ontkomen. ‘Dat werd hun dood,’ zegt De Jong.

In de vroege ochtend van 10 april trekken de Duitsers op naar de schuur. De Fransen hebben nauwelijks tijd om zich aan te kleden en hun posities in te nemen. Wanner de Duitsers een lichtspoor afvuren vat het dak van de schuur vlam. Drie Franse para’s komen om wanneer een deel van de schuur instort. De anderen vluchten naar buiten en gaan daar tevergeefs het gevecht aan met de Duitsers. Drie van hen sneuvelen in het vuurgevecht, de laatste weet te vluchten naar Assen en het verhaal van het drama aan de Koelenweg te vertellen.

Operatie Amherst, waar de gebeurtenissen in Huis ter Heide deel van uitmaken, is relatief onbekend. Dat komt volgens De Jong doordat de Franse para’s deel uitmaakten van een geheime eenheid, slechts vijf dagen in Drenthe waren en verward werden met de Franstalige Canadese bevrijders, die langer in de provincie verbleven en met grotere aantallen aanwezig waren. Ook wilde de Britse premier Churchill niet dat de Franse generaal De Gaulle met de eer streek, waardoor de operatie de boeken in is gegaan als een geallieerde actie.

Hoewel de operatie onder de radar is gebleven, is deze wel degelijk van belang geweest voor de omgeving volgens De Jong. ‘Als de Fransen niet waren geland was de opmars van de geallieerden waarschijnlijk langzamer verlopen,’ zegt hij. ‘Dan hadden de Duitsers nog meer mensen uit het Scholtenhuis gehaald om te executeren, zoals in de bossen bij Norg is gebeurd. Mogelijk hadden de Duitsers dan ook meer tijd gehad om te hergroeperen, waardoor de strijd om Drenthe heviger was geweest.’ De Jong geeft aan dat er historici zijn die de impact van de operatie bagatelliseren, omdat Nederland toch wel bevrijd zou zijn. ‘Maar voor de mensen hier was het wel heel belangrijk. Een paar dagen kan veel uitmaken in de oorlog,’ aldus De Jong.

De Drentse Historische Prijs wordt ieder jaar uitgereikt aan een persoon, groep of instelling die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor de Drentse geschiedschrijving. Commissaris van de koning Jetta Klijnsma, die de prijs uitreikte, noemde het boek van De Jong heel mooi en zorgvuldig. ‘Het allerfijnste is dat er zo mooi naar voren komt dat deze Franse jongemannen hun leven in de waagschaal hebben gesteld voor ons hier in Drenthe,’ aldus Klijnsma.

De prijs bestaat uit een oorkonde en een bedrag van 1000 euro. De Jong gaat het geld gebruiken om kransen aan te schaffen, die dit jaar worden gelegd bij alle monumenten waarop Franse parachutisten worden herdacht. ‘Daarom wilde ik ook graag de Drentse Historische Prijs winnen,’ zegt De Jong. ‘Niet voor mijzelf, maar zodat we de Franse parachutisten kunnen blijven herdenken.´

In 2020 stond een grote herdenking gepland in het kader van 75 jaar vrijheid. Naast de publicatie van het boek van De Jong stond een reünie, een tentoonstelling en een grote landing met 200 parachutisten bij Huis ter Heide op de agenda. Dit kon niet doorgaan door de coronapandemie, maar het is de bedoeling dat deze grote landing in 2022 alsnog plaatsvindt.

Samen met Joël Stoppels van Battlefield Tours werkt De Jong momenteel aan een tweede boek, dat over de bevrijding van Drenthe zal gaan.