Duivelseieren, -ogen en piemels

Paddo-professionals herkennen paddenstoelen in het veld met hun ogen maar ook op basis van geur en smaak. Dat laatste zou ik overigens aan de echte kenners overlaten. Sommige paddenstoelen proef je namelijk maar één keer omdat ze giftig zijn. Ik behoor niet tot de proevende professionals en beperk het eten van paddenstoelen daarom tot champignons en oesterzwammen.

Regelmatig loop ik met een groepje natuurliefhebbers in het bos. Het kan zomaar zijn dat ik plotseling stil sta en zeg, ‘wie vindt de paddenstoel binnen een straal van 10 meter’? Vooral kinderen vinden dit prachtig en kijken al speurend om zich heen. Is de paddenstoel eenmaal gevonden dan zijn de reacties voor de hand liggend. De mannen roepen ‘wat een lullige paddenstoel’ en de vrouwen mompelen giechelend iets van ‘doet me wel ergens aan denken’. Inderdaad het gaat meestal om de grote stinkzwam.

Voor degen die niet zo thuis zijn in de wereld van paddenstoelen, de Latijnse naam van de grote Stinkzwam is Phallus impudicus. In het Nederlands betekent dat ‘ondeugende of onbeschaamde penis’. Niet zo verwonderlijk als je de vorm van de paddenstoel ziet. Dat verklaart gelijk de reacties van de beginnende paddenstoelenzoekers. Deze veel voorkomende paddenstoel heeft meer bijzondere familieleden zoals de minder vaak gevonden Kleine stinkzwam en de zeldzame Inktviszwam.

Wat veel mensen niet weten is dat de Stinkzwam uit een slijmerig ei ‘kruipt’. Als je nu in het bos zoekt vindt je op veel pekken van deze ‘eieren’. Ze worden in de volksmond ‘duivelseieren’ of ‘hekseneieren’ genoemd. Vroeger wist men niet waar deze eieren zo plotseling vandaan kwamen dus die moesten wel door de duivel of heksen in het bos zijn neergelegd. De leerachtige wit/grijze eieren komen uit de bodem omhoog en scheuren open als ze rijp zijn. Uit de slijmerige geleiachtige vloeistof komt de paddenstoel tevoorschijn. Binnen een paar uur staat er vervolgens een 10-20 cm hoge stinkzwam.  

Een ‘verse stinkzwam’ heeft een donkere hoed met een groene slijmerige sporenlaag. Sporen zijn de zaadjes van de paddenstoel. De stinkzwam stinkt ‘een uur in de wind’ en verspreidt een penetrante zoete aasgeur. Het is deze aasgeur die de stinkzwam in het bos verraad. De geur trekt vliegen en kevers aan die smullen van de groene sporenlaag. Zo zorgen ze voor de verspreiding van de sporen. Eenmaal ‘kaalgevreten’ blijft er een stinkzwam met een witte kop over die binnen enkele dagen vergaat.

Ik sprak eens een oude man in het bos die me vertelde dat deze duivelseieren ook wel duivels- of drakenogen worden genoemd. Of dit lokaal is dat weet ik niet maar ik kan me er wel iets bij voorstellen. Een duivelsei waar de donkere kop met eitand uit tevoorschijn komt, lijkt wel erg op een ‘boos’ oog (zie foto). Je bent dus gewaarschuwd als je het bos in gaat. Je wordt in de gaten gehouden….