Ebel Duursma, secretaris Visserijvereniging Veenhuizen



VEENHUIZEN – “Volgend jaar bestaat de Visserijvereniging Veenhuizen 95 jaar. Een hele historie. Zelf ben ik nu 23 jaar secretaris. Geïnstalleerd op 23 april 1996. Er is een hoop veranderd de laatste jaren. We zijn van 700 leden naar ongeveer 100 gegaan. Dat heeft alles te maken met het feit dat de pachtwateren zijn overgenomen door het waterschap. Ze hebben het beheer overgedragen aan de federatie Groningen-Drenthe. Vroeger hadden we ons eigen pachtwater. Je moest lid zijn van onze vereniging als je er wilde vissen. Kostte bijna niks hoor. Voor vijf euro per jaar was je lid. Inclusief een feestavond met livemuziek en een rad van fortuin. Een geweldige tijd. Dat is sinds een jaar of zeven verdwenen. Iedereen met een geldige vispas mag overal vissen. Voor onze vereniging betekende dat een aderlating. Van 700 naar 100 leden. Vroeger was Veenhuizen sowieso behoorlijk gesloten. Verboden toegang zelfs voor niet-Veenhuizenaren. Je riskeerde een boete als je toch het dorp binnenreed. Als ik bezoek kreeg moest ik aan de meldkamer doorgeven hoeveel mensen er kwamen en het kenteken van de auto. Wat dat betreft is er een hoop veranderd. Of we nu nog wel viswedstrijden organiseren? Jazeker. Vanaf mei zes avondwedstrijden op maandagavond. We vissen in de kanalen van Veenhuizen. Verzamelen doen we bij de dam bij PI Groot Bankenbosch. Vanuit daar zoekt iedereen z’n eigen stekkie. Meestal hebben we een vaste club zo tussen de tien en twintig man. We vissen tussen twee dammen in. De prijzen reiken we uit aan de waterkant. Een clubhuis hebben we niet, haha. Als vereniging verzorgen we ook de vispassen voor onze leden. Die komen we, als ze betaald zijn,  aan de deur bezorgen. Hoe lang ik nog secretaris blijf van de club? Ik heb vorig jaar al eens aangegeven dat ik er op termijn mee wil stoppen. Ik ben ook nog betrokken bij zes andere verenigingen. Ben onder andere voorzitter van de badmintonvereniging in Norg. Een opvolger heeft zich nog niet gemeld. Ach ze willen me nog niet kwijt, dus we zien wel.”