Ecodorp als groene tegenhanger voor ‘gewone’ buurten

Wie heeft ruimte voor Klein-Groenland?

RODEN – Een groep enthousiastelingen uit Roden en omgeving is bezig met het ontwerpen van een eigen ‘ecodorp’. ‘Een groene woonplek’ waar termen als ‘klimaatbewust’, ‘biodiversiteit’ en ‘Naoberschap’ kernwaarden zijn. Een eigen wijk die midden in de maatschappij staat en waarin het saamhorigheidsgevoel hoogtij moet vieren. Hoog tijd voor een nadere kennismaking met dit bijzondere initiatief.

‘Kleinerwonen, minder vaste lasten en meer buiten’. Kaj Pieneman vat het even heel kort samen. Samen met Anja van Balen, Maartje Ronda, Eline Hendriks, Dominic Houwing, Albert van Holthoon en Sandra Jongedijk is hij de aanjager van het nieuw te verschijnen ecodorp. Samen met zijn partner Maartje vraagt hij zich al geruime tijd af wat je als mens nu eigenlijk écht nodig hebt. ‘Je komt erachter dat je met minder even gelukkig kunt zijn’, stelt Maartje. Dat beaamt Sandra. ‘We leven in een consumptiemaatschappij. Als je alleen al kijkt hoe vervuilend de productie van kleding is, dan is het te gek om te bedenken dat we nog steeds overal onze kleren vandaan halen. Zeker als we die niet nodig hebben.’

De bedoeling is om een eigen wijk te creëren. Een dorp in een dorp, als het ware. Waarbij men meer teruggaat naar de basis, zonder een sprong terug in de tijd te doen. ‘Het is niet zo dat we teruggaan naar de tijd van voor de laptops en dergelijke’, lacht Albert. ‘Zeker niet. Ook wij hebben onze pc en dergelijke nodig.’ Kaj legt uit: ‘Kijk, op den duur kom je erachter dat je veel dingen die je hebt, niet gebruikt. Neem nou een grasmaaier. Bijna iedereen met een gazon heeft er één, maar niemand gebruikt hem tegelijk. Waarom zou je dan allemaal zo’n ding moeten hebben. Als één hem heeft, kun je hem van elkaar lenen.’

Er zit duidelijk een bepaald gedachtegoed achter Klein-Groenland. Dat onderschrijft Anja van Balen, die zich meteen tot het idee aangetrokken voelde. ‘Ik heb in Utrecht acht jaar in een soortgelijke woonvorm geleefd. Daarbij deel je meer, er is meer saamhorigheid. En dat zonder dat je op elkaars lip zit. Dat spreekt mij erg aan.’ Eline woonde een tijd lang antikraak. ‘Dan deel je als het ware ook de ruimte, maar behoud je ook je eigen stek. Je deelt een voordeur, maar iedereen woont toch anders.’

Een voordeur hoeft men niet te delen in het toekomstige Klein-Groenland. Gemeenschapszin is echter wél van belang. Niet dat bewoners worden geacht iedere dag een klusje op zich te nemen, maar een actieve houding wordt zeker gewaardeerd. Hierbij nemen de initiatiefnemers een voorbeeld aan overige ecodorpen. ‘Er zijn al een aantal initiatieven in Nederland’, zegt Albert. ‘We zijn van plan daar een kijkje te gaan nemen. We hoeven het wiel echt niet opnieuw uit te vinden.’

Maartje: ‘Ik zou me zo kunnen voorstellen dat het een wijk wordt met een eigen activiteitencentrum en een gedeelde keuken. Maar ook met een moestuin.’ Daarbij moet de wijk geen afgesloten geheel worden. ‘We willen juist middenin de maatschappij staan’, zegt Kaj. ‘Het zou mooi zijn om mensen uit de omgeving te ontvangen of om scholieren rond te leiden.’

De huizen in het ecodorp, die met zoveel mogelijk duurzame en /of ecologische materialen gebouwd worden, zullen tussen de vijftig en honderd vierkante meter in oppervlakte zijn. Bewoners mogen zelf de grootte bepalen. ‘Hiervoor hebben wij nog wel grond nodig’, benadrukt Kaj. ‘Een kavel tussen de twee en drie hectare zou ideaal zijn.’ Het liefst zien de initiatiefnemers een demografische mix ontstaan. Levensloopbestendige woningen spreken dan voor zich.

Aan interesse is er in ieder geval geen gebrek, zo laat men weten. ‘Maar voor we verder gaan, willen we eerst onze visie verder uitwerken’, zegt Albert. ‘We hebben vorig jaar al wat geflyerd in en om Roden, waardoor er nu een vaste groep om onze kerngroep is ontstaan. Animo is er dus voldoende. Dat zie je ook bij andere ecodorpen in Nederland, waar er doorgaans wachtlijsten zijn.’

Vanwege de grote belangstelling, zal er geballoteerd worden. ‘Er moet een bepaalde klik zijn’, benadrukt Sandra. ‘Maar je hoeft niet per se vegetariër te zijn of zo. Al is het in zo’n omgeving wel handig als je beetje een natuurmens bent. Dat spreekt voor zich.’

Op welke termijn het ecodorp moet verrijzen, is nog zeer de vraag. ‘Het kost tijd om alles in te richten’, benadrukt Albert. ‘Maar 2025 zou een mooi streven zijn.’ Maartje denkt er net zo over. ‘Al hebben we ook al mensen gehoord die dit te lang vinden duren. We willen zelf natuurlijk zo snel mogelijk.’

Momenteel zit alles nog in de verkennende fase. De grond in de gemeente Noordenveld is eveneens schaars. Idealiter blijft men binnen de gemeentegrenzen, maar wanneer dat écht niet kan, breekt nood wetten. ‘We zijn nu vooral op zoek naar grond en naar ecologische bouwers’, zegt Kaj.

Eline benadrukt dat we in Nederland anders moeten kijken naar de dingen die we doen. ‘Dat kan voor bouwbedrijven en architecten ook heel interessant zijn. Maar de vraag is natuurlijk: wat is anders? Dat kunnen de bewoners straks zelf veelal invullen. Iedereen wordt daarin vrijgelaten.’ Terug naar de basis, zonder de moderne tijd uit het oog te verliezen. De grote vraag die nu overheerst is: wie heeft er ruimte voor Klein-Groenland?

Kijk voor meer informatie op www.klein-groenland.nl.