Een bijna ongeluk

Puur Natuur

Vanaf half maart tot begin juli bezoek ik drie gebieden eens per twee weken om er de vogels te inventariseren. Die inventarisaties vangen een uur voor zonsopgang aan. Nu de dagen steeds langer worden en het vroeger licht is wordt de aanvangstijd wekelijks een kwartier vervroegd. Afgelopen zondag begon de telling om 5.15 uur, een tijd dat zo’n beetje iedereen nog op één oor ligt. Onderweg kwam ik dan ook niemand tegen, maar omstreeks 6 uur hoor je het verkeer al op gang komen.

Het is niet voor niets dat ik het liefst op zondag vogels tel. Op andere dagen begint het werkverkeer vroeg op gang te komen en is het al gauw lawaaiig. Het mooist is het dat je ’s morgensvroeg dit soort werk in stilte kunt verrichten, maar dat zit er dus niet of nauwelijks in. Straks in juni kan het nog lekker lang stil zijn als de aanvangstijd is verlegd naar iets na vieren. Dan maak ik wel eens mee dat ik in Roden volk uit de kroeg zie komen. Zij zijn dan op weg naar hun bed, waar ik iets eerder uit het mijne ben gekomen. Op zondag is het dus relatief rustig, maar sommige vogels zijn dan al een tijdje op stoom geraakt, vooral Merels. In een dorp als Roden (en andere) is dat de grootste herrieschopper…  volgens sommigen. Zelf heb ik daar geen last van. Buiten het dorp zijn ze wat rustiger is mijn ervaring. Dat ze in dorpen en ander urbaan gebied luidruchtig aanwezig zijn zal ongetwijfeld te maken hebben met het feit dat ze daar zeer talrijk zijn en daardoor vrij kleine territoria hebben. Op een relatief klein gebied zijn er veel Merels die tegen elkaar opbieden lijkt het dan.

Ook andere dieren zijn dan actief, zij het dat ze vaak de rust gaan opzoeken. Toen ik zondag de deur uitging zag ik bij ons in de straat een Haas lopen. Die zie ik er wel vaker en vraag me af waar hij overdag verblijft. Ook zie ik met enige regelmaat een Vos (buiten het dorp), maar daar weet je van dat die zich overdag zelden laat zien. Wel zie je vaak Reeën, ook overdag, maar het hangt er maar vanaf waar. De kop boven dit stukje luidt: ’Een bijna ongeluk’, bijna, want het is dat ik op weg naar mijn telgebied rustig rijd. Dat was maar goed ook, want anders had ik in Foxwolde een Ree aangereden die daar net de weg overstak. Dat zou vervelend zijn voor het dier, ze overleven zo’n klap meestal niet, maar ook de schade aan de auto is erg vervelend. Voor veel mensen is het aanschouwen van een Ree een bijzondere ervaring, maar als je wilt zijn ze op diverse plekken te bewonderen. Het biedt ’onze fotografen’ nogal eens de gelegenheid er mooie plaatjes van te schieten. Die boven dit stukje is van Pia Zomer.

Sterke afname

Jaarlijks heb ik het idee dat ik minder vogels in mijn plots tegenkom. Uiteindelijk valt dat dan toch wel weer mee, want cijfers liegen niet. Ze geven de feiten weer. Waar eenieder naar uitkijkt zijn de krenten in de pap. Die mis ik dit jaar nog en dat scheelt. Vorig jaar waren er nog enkele spectaculaire waarnemingen, maar nu tuur ik tevergeefs de hemel af op zoek naar een overvliegende Rode- of Zwarte wouw. Een Visarend zou ook wel leuk zijn. Nu moest ik me tevreden stellen met enkele teruggekeerde Gekraagde roodstaarten, een bijzonder mooi vogeltje, en een verdwaalde Sprinkhaanzanger. Verdwaald omdat hij zijn liedje ten gehore bracht in een laantje in de Kleibos en niet ergens in het rietmoeras. Minder vogels zijn er sowieso in het boerenland waar te nemen. Zaterdag publiceerde het DvhN de schrijnende cijfers over de weidevogelstand. Vanaf 1990 zijn de aantallen gemiddeld met wel 50% afgenomen. Dat is desastreus te noemen. Ik heb het hier al vaker benoemd: weidegebieden worden woestijnen waar geen leven meer mogelijk is.

Kuifmees

Enkele weken geleden ontving ik van iemand een bericht dat er een Kuifmees gebruik maakte van een nestkast. Onder de mezen is de aan naaldbomen gerelateerde Kuifmees mijn favoriet. Daar had ik graag iets meer van willen weten, maar kan de afzender niet meer achterhalen. Wil degene die er gewag van maakte nog eens reageren?