Een brulaap, twee kettingzaagmoordenaars en een geniale griezeltunnel

peize-spooktocht-04

peize-spooktochtpeize-spooktocht-02peize-spooktocht-03‘Doodenge’ Spooktocht Peize

PEIZE – De Spooktocht van Peize was een échte spooktocht: spannend, doodeng en geniaal. En dat onder ideale omstandigheden: volle maan, beetje mistig, geheel passend op dé avond van Halloween, het steeds populairder wordende Ierse Allerheiligenfeest. Het evenement werd georganiseerd door Dorpshuis Peize. De spoken werden geleverd door Belangenvereniging Altena, die ervaring heeft. Van te voren was het aangekondigd: het is echt heel eng. Bijna honderd mensen, jong en oud, durfden het aan.

Kinderen onder de zestien jaar zouden een minder enge versie van de spooktocht krijgen, maar de animo onder de jeugd blijkt nihil. Op het laatste moment melden zich nog twintig kinderen aan bij Jolanda Massink. Enkelen komen lijkbleek terug Jolanda telt 97 deelnemers. De grootste groep zijn volwassenen. In het Dorpshuis drinken enkele personen van te voren moed in. Dan gaan meer dan 20 groepen- kleine groepjes, heel goed bedacht- om de vijf minuten op pad. De route is goed aangegeven met pijlen. Meteen een obstakel, een veredelde tunnel. Dat het in een tunnel donker is merkt de verslaggever, die de uitgang niet kan vinden, via de zijkant bijkans op de schoot van een griezel belandt en dan nog eens met een plantenspuit bewerkt wordt, om het nog erger te maken. De tunnel in gruzelementen achterlatend. Die tunnel was geniaal. En voor sommige meiden zo eng dat ze zich eerst verstoppen en een kwartier wachten op een andere groep. Wát een begin. Wat rest is een donker bos. Onderweg moet je vragen beantwoorden. Vragen, vooral rekenvragen en een enkele schimmige tekst als ‘eng he?’. “Maar het is zo donker dat ik de dop niet meer op de stift krijgt”, beschrijft een vrouw de situatie. Voor velen zijn de spoken eng, maar het pad niet kunnen vinden is voor sommigen nog enger. Ondanks de lampjes, die je enigszins op het rechte pad houden. We komen van alles tegen. Tuinstoelen, die bewegen bijvoorbeeld. Maar ook een man op een fiets. Deze blijkt geen figurant, maar de plaatselijke tandarts. “Dat is pas eng”, roept iemand. Maar op de fiets? “Wat dacht je dan, dat ik op paard kwam”, antwoordt de tandarts. Overigens niet zo verwonderlijk dat de man, die vlakbij woont, poolshoogte komt nemen wat er allemaal uitgespookt wordt in het Bosplan, want het gekrijs en geschreeuw is tot in verre omtrek te horen. Een schreeuw lijkt afkomstig van een brulaap, maar blijkt een zwarte duivel die uit een boom springt. “Ik heb hem niet gezien”, zegt Bianca Kosters. Geen wonder. Ze had de ogen dicht. Van pure angst. We kruipen en sluipen door en de route gaat vlak langs de vijver, waar een duiker het water zou uitkomen. Maar de figurant werd plotseling opgeroepen voor werk. Dat feest gaat dus niet door. Probleem bij spooktochten is de ruimte tussen de groepen. Een tussenstop is dan ook een goede actie om de boel weer te hergroeperen. We worden onthaald door een spookachtige dame op hoge poten. Het schrikeffect moet komen van de tweede vrouw onder de rokken. “Je schrikt niet eens”, roept ze teleurgesteld. Voor anderen is het een giller. Om even bij te komen krijg je een drankje aangeboden en een broodje worst. Een persoon komt onder de ketchup te zitten, als ware het bloed. Vol goede moed gaan we verder. We moeten door gordijnen en moeten uitkijken dat we niet van het pad afwijken. Wat dat betreft, hoe klein het bos ook is, het is een hel. Eén keer belandt de reporter in een gelukkig niet diepe sloot. Vaker in de struiken. We worden bekogeld met macaroni. In de verte horen we het kabaal van een kettingzaag. Alsof het hele bos- nadeel dat het zo klein is, je hoort alles luid en duidelijk- wordt omgezaagd. En daarna hard gekrijs. Als we ongeveer denken te weten waar de kettingzaagmoordenaars zich bevinden (de meer gespitste deelnemers ruiken de olie), wordt de motor gestart. Daar schrikken we niet van. Maar wel van een tweede figuur met een kettingzaag, die ons de stuipen op het lijf jaagt. Een groep jongeren- veel jeugd blijkt niet zo dapper- staat doodsangsten uit. Terwijl wij rustig doorwandelen worden we ingehaald door de rennende jongeren. Een meisje houdt een jongen stevig vast. Van angst. “Ik ben zo hard gaan rennen”, hijgt een jongen. De griezeltocht duurde anderhalf uur. De verslaggever probeert nog wat reacties te krijgen en duikt voor de tweede keer het bos in. Een groep meiden staat hardop te lachen bij de tunnel. “Lachen? Het is doodeng. En ik dacht dat u een spook was.” Al met al een zeer geslaagd en uitstekend opgezette spooktocht. En ach, spoken, geesten, heksen, Frankenstein, vleermuizen, griezels, mwha. Het donkere bos, en niet het pad kunnen zien, da’s pas eng!