‘Één ding blijft zeker hetzelfde: doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’

Jannes en zijn Bucky straks verder op nieuwe locatie

RODEN – Het zal heel even wennen zijn voor de trouwe clientèle van Bucky. De deur van de knusse tweeënveertig en half jaar historie gaat niet verloren. Op 26 maart opent Jannes Bezu een gloednieuwe Bucky aan de Heerestraat. Ja, een grotere zaak met meer ruimte voor collectie, maar het oude vertrouwde Bucky-gevoel blijft. ‘Een Bucky-klant komt binnen, staat bij de kassa en moet een broek hebben. En die broek die heb ik. De kracht van Bucky is gewoon blijven doen, geen poeha.’

Van een winkel zoals Bucky in de Wilhelminastraat bestaan er nog maar een paar in heel Nederland. Klein, je kan er amper je kont keren, maar je broek, die ligt er. In de meters hoge stellingen liggen de jeans tegen het plafond omhoog gestapeld. Jannes plukt er de broek uit die zijn klant wil hebben. Precies in de juiste maat en pasvorm. Jannes Bezu wil het zelf niet horen, maar zijn vrouw Jansje weet het: mensen komen voor Jannes. Dat hij na ruim 42 jaar toch afscheid neemt van zijn winkeltje, heeft alles te maken met de tijd. ‘We hebben veel vraag naar andere producten, maar de ruimte is er niet. Nu gaan we doen waar ik al vijftien jaar van droomde maar niet durfde.’

Het Bucky-avontuur begon op 11 oktober 1979. Jannes had winkelervaring opgedaan in Assen, waar hij bedrijfsleider was bij Pico Bello. Hij had net een nieuwe zaak voor zijn toenmalige werkgever geopend toen hij besloot voor zichzelf te beginnen. ‘We gingen overal, behalve in Assen, kijken naar een geschikt pand. Zo belandden we in Roden. De winkel van Arie Buitenwerf stond te koop. Zijn vrouw had en een boetiekje in damesmode. Ik dacht: dit is het gewoon. We zijn er duur aangekomen. Veel teveel sleutelgeld betaald voor een paar paskamergordijnen en een straalkachel. Maar ja, je bent jong en je wilt wat. Ik was ook zeker van mijn zaak, ik kreeg alle merken mee die ik wilde hebben. Dan moet het lukken, dacht ik. We hebben 47 jaar een gouden formule gehad.’

Het definitieve afscheid van zijn kleine winkeltje valt hem niet zwaar, zegt hij. ‘In deze tijd kan dit niet meer. Samen met Egbert (Draaier, en ook ongeveer onderdeel van het meubilair, red.) ga ik door met een nog veel mooiere winkel. We krijgen een broekenvak van vierenhalve meter hoog en we worden vijf keer zo groot. Een grotematenhoek is onderdeel van de winkel, ‘een maatje meer’ noemen we het. Kleine maten hebben we ook. We gaan van maat 46 tot 66. En er is nu ruimte om er ook mode bij te doen, daar was veel vraag naar. O ja, en nog iets. We krijgen een grote koffietafel met verse koffie van Tiktak uit Groningen. Maar één ding blijft zeker hetzelfde: doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. De Bucky-klant heeft een broek nodig. Die komt niet om te shoppen.’