Een laf briefje van de Dierenbescherming

Wel of geen paarden op Rodermarkt

RODEN – Voor wie wel eens met de trein reist. Valt u het ook op dat de smalle sporen doorgaans dwars door weilanden gaan? Dat je, als je uit het raam kijkt, vaak niet veel anders ziet dan groen en vee. Koeien en paarden. Dáár moest ik aan denken toen ik las dat de Dierenbescherming de gemeente Noordenveld adviseert, dringend adviseert zelfs, geen vergunning af te geven voor de Roder paardenmarkt. De Dierenbescherming is niet langer overtuigd van het nut van een paardenmarkt. De arme paardjes en pony’s staan er slechts ter opluistering van het feestgedruis. Ze staan er als paarden tussen dronken volk. Voor de sier dus. Bovendien is de muziek te hard en krijgen de paarden geen rust.
Nu is het nog de gemeente Noordenveld en een paardenmarkt, de Nederlandse Spoorwegen kan binnenkort waarschijnlijk ook bezoek verwachten van de Dierenbescherming. Want door de treinen krijgen de paarden en koeien in het weiland veel te weinig rust. Willen ze net een tukje doen, komt er wéér een trein langs. En rekening houden met het moment waarop een trein langs dendert kan in Nederland niet, want de treinen rijden of te laat, of niet. Als het licht sneeuwt bijvoorbeeld.
HC Roden vierde onlangs haar 75-jarig bestaan. De tachtig zullen ze wel niet halen. 75 jaar is lang genoeg geweest. De visjes worden erg onrustig van de Roner vissers aan de waterkant. Daar moet paal en perk aan gesteld worden, net als aan vogelclubs. Bij die verenigingen heeft de Dierenbescherming één gelukje: die sterven vanzelf uit omdat de jeugd geen zin heeft om jarenlang voor een grasparkiet te zorgen. Maar anders zou de Dierenbescherming niet schromen in te grijpen. Keihard als het moet.
De Dierenbescherming verricht goed werk. Ze, zeg ik, slaan echter een beetje door. Nog even en het mag niet meer regenen, omdat wormen dan naar boven komen en kans maken op een wrede dood door de zool van een willekeurige schoen. Ik bedoel maar.

Het was de derde maandag in september, 2013. Rodermarkt dus. Toen de maandagnacht nog dé nacht was en elke café en elke tent gewoon open bleef. Ik was laat. Erg laat. Zo laat dat de paardenhandelaren er al waren en hun paarden naar hun plek voor de markt- die dus zo begon- brachten. Links van mij stond een paard te bloeden en toen ik eenmaal thuis op bed lag, zag ik op Facebook een serie foto’s van meer bloedende paarden. Dat was niet goed en daar werden, volkomen begrijpelijk, wat vragen over gesteld. Werden die paarden geslagen of zo?
Vorig jaar werden de regels rond de paardenmarkt aangescherpt. Daar was nauw contact over tussen Volksvermaken en ondermeer de Dierenbescherming. Het welzijn van de paarden moest verzekerd worden. Moest verbeteren. En dus was er vorig jaar meer voer. Meer water, was de aan- en afvoerroute veel beter geregeld en kregen de paarden al bij binnenkomst spreekwoordelijk een thermometer in de bips. Want de dierenarts keurde de paarden voor ze een voet op het marktterrein zetten. De Dierenbescherming was tevreden, al waren er, zoals altijd, wel wat verbeterpuntjes. Want de DB staat bekend als kritisch.

Die verbeterpuntjes zijn kennelijk reden geweest om te adviseren maar helemaal te stoppen met de onzin die paardenmarkt heet. Er wordt toch niets verkocht ook, zo stelt de Dierenbescherming. En een middag tussen Eltjo en Lytse Hille kan een paard gewoon niet langer aan.
De wijze waarop het nieuws gebracht werd, zegt veel over de Dierenbescherming. Coordinator Albertus Lieffering wist van niks. Had geen briefje gehad, maar had tot voor kort wel gewoon prima contact met mensen van de Dierenbescherming. Albertus werd niet ingelicht. Ook hij vernam uit de media dat de paardenmarkt als het aan de Dierenbescherming ligt van de agenda gaat. Dat is niet chique voor een club die zich doorgaans enorm druk maakt om het wel en wee van een made en een vleermuis. Een telefoontje naar Lieffering had dan ook best even gekund. Kleine moeite.
Waarschijnlijk zet de oproep van de Dierenbescherming geen zoden aan de dijk. En eigenlijk is dat maar goed ook. Nogmaals: doorgaans verricht de DB goed werk. Maar overdrijven is ook een vak. De organisatie van de Roder paardenmarkt heeft zich vorig jaar van de beste kant laten zien. De deadline van 14.00 uur – dan moesten alle paarden weg zijn- werd niet helemaal gehaald. Maar goed, als de handelaren het nog gezellig vinden en niet bij hun paard staan maar ergens in het café zitten, wat moet je dan als organisatie? Het paard meenemen naar huis en in de tuin zetten? Een beetje begrip, wat coulance, het zou de DB niet misstaan.
Ondertussen hoop ik dat burgemeester Hans van der Laan het verzoek van de DB heeft verscheurd en dat de restanten al lang en breed in Wijster liggen. Dat er gelachen is om het verzoek van de DB en dat er volgend jaar nog meer paarden naar Roden komen. Waarom? Omdat de dieren het hier goed hebben. Omdat er écht gezorgd wordt voor de viervoeters en dat de organisatie alle signalen voor verbetering oppikt en als het enigszins kan uitvoert ook. Bovendien: een organisatie die via niet via de geijkte kanalen maar wel laffe oproepjes stuurt naar de gemeente, dient op voorhand al nul op het rekest te krijgen. Want zo ga je misschien wel met dieren, maar zeker niet met mensen om.

Vincent Muskee