‘Een mens leert meer van tegenslagen dan als ’t hem voor de wind gaat’

Altena KC Koert Ensing

Koert Ensing (91) uit Altena dicht vooral vanuit zijn gevoel

“Het is allemaal zo dichtbij,” zegt Koert Ensing (91) ietwat diepzinnig wanneer hij in zijn woning aan het Hooghaar in Altena vertelt over zijn dichtkunst, die je wat hem betreft ook best ‘veredelde rijmelarij’ mag noemen. Want aan begrippen als ‘creativiteit’ tilt hij niet zo zwaar. “Ik dicht over zaken, die in mij opkomen, die mijn aandacht trekken, waarin ik geïnteresseerd ben. Daar komt wat mij betreft geen diepere betekenis, althans niet vooropgezet, aan te pas. Misschien wel levenservaring, want weet je wat mijn levensmotto is? ‘Een mens leert meer van tegenslagen dan wanneer ’t hem voor de wind gaat.’” Inderdaad: als dát geen levenswijsheid is.

Op de boerderij van zijn ouders aan de Lieverseweg – ‘de streek heette toen het Peizerveld,’ haalt hij herinneringen op – heeft hij samen met zijn vrouw een groot deel van zijn werkzame leven doorgebracht. De boerderij wordt nu door zijn zoon bestiert, maar Koert helpt waar hij kan nog graag een handje mee. Want ook fysiek is er nog weinig mis met hem; hij rijdt nog auto. “Ik heb onlangs mijn rijbewijs weer kunnen verlengen,” zegt hij nuchter alsof het een vanzelfsprekendheid betreft. Samen met zijn in Lieveren geboren vrouw Trientje, die hij tijdens het dansen in Onder de Linden in Roden ontmoette, geniet Koert nog volop van het leven. Dichten maakt daar deel van uit, maar niet dusdanig dat het hem overspoelt. Of dat hij vind dat hij ‘een boodschap te melden heeft.’ Hij vindt het zelf ook geen creatieve gave. “Als ik iets in een onderwerp zie, of als iets me beroert of – dat kan ook – mij wordt gevraagd een gelegenheidsgedicht te maken, ga ik aan tafel zitten en dan wellen de rijmwoorden spontaan in me op,”verklaart hij zijn kennelijke dichtader. En jazeker, hij heeft zijn gedichten wel degelijk gebundeld bewaard. “Maar die zijn momenteel bij een van mijn kleinkinderen, als je dat wilt, kan ik ze echter zo uit mijn hoofd opzeggen, hoor.” Waarna hij op verzoek begint met het reciteren van een lang jubileumgedicht dat hij jaren geleden van een gezin met twaalf kinderen maakte. Alle kinderen worden daarin op treffende en humoristische wijze benoemd.

In de Tweede Wereldoorlog werd Koert als negentienjarige twee jaar lang als dwangarbeider naar Duitsland gedeporteerd. Pas na de oorlog ‘ontdekte’ hij als twintiger zijn dichtader. “Dat was met een trouwgedicht over een van mijn vrienden,”vertelt hij. “Dat viel zó in de smaak – en ik had er eigenlijk maar weinig werk van gehad; de rijmwoorden kwamen zomaar in mij op – dat ik er mee doorging. Soms op verzoek, dan heb je dus een bepaald voorgekookt thema, maar vaak ook schiet er ’s nachts iets door mijn hoofd dat ik dan de volgende dag in een gedicht uitwerk. Actualiteiten? Ja hoor, als die mij aangrijpen doe ik er iets mee. Ach, het dichten is eigenlijk altijd gewoon tussen mijn dagelijkse werkzaamheden doorgegaan,” relativeert hij zijn creativiteit nogmaals. “Ik heb nu je het mij vraagt ook geen lievelingsgedicht; ‘k heb ook nooit iets gepubliceerd en er heeft geloof ik maar één keer een gedicht van mij in de Peizer Hopbel gestaan. Ik dicht omdat ik het leuk vind om te doen en daar blijft het bij. Er is zoveel meer in het leven maar ik vind het wel een voorrecht dat ik dit kan doen. Of dichten in mijn genen zit? Dat zou ik niet weten. Bij dit soort dingen werd vroeger, zeker in het boerenmilieu waarin ik ben opgegroeid, nooit stil gestaan.”

Dorpsgenote en beeldend kunstenaar Johanneke Dun heeft recent op haar verzoek – ‘hij heeft een prachtige karakteristieke kop’- een treffend portret van Koert Ensing gemaakt. Het is te zien tijdens het Open Huis dat ze in het laatste weekend van september in haar atelier aan de Lieverseweg 3 houdt. Koert heeft het affe werkstuk op het moment dat hij werd geïnterviewd, nog niet onder ogen gehad. “Ik zie het wel,”zegt hij alweer broodje nuchter. “We leven bij de dag, alles gaat nog naar de zin. We zijn hartstikke gelukkig.” Of dáár een nieuw gedicht in zit?