Een wekkertje

Vorige week beval ik het gebruik van een groot formaat luciferdoos aan om binnenshuis geraakte insecten te vangen om ze daarna buiten weer los te laten. Mooi dat ik enkele reacties kreeg van mensen die deze methode met succes toepasten. Het is een veilige manier om het leven van vaak nuttige insecten te sparen en dus heel wat beter dan ze dood te meppen. Een groep van (meestal ’schadelijke’) insecten die ik soms ’op bezoek’ krijg bleef onbenoemd. Sprinkhanen.

Eén keer was daar een Grote groene sabelsprinkhaan bij, een soort die als nuttig wordt beschouwd. Nuttig omdat hij andere insecten, waaronder (kleinere) plantenetende sprinkhanen, oppeuzelt. Die sabelsprinkhaan ziet er best imposant uit, maar meestal zijn sprinkhanen niet echt groot. Vaak houdt dat met 2 cm wel op en er zijn er nog veel kleinere. Dat is gemeten van kop tot achterlijfspunt. Met voelsprieten, vleugels en legboor erbij is het meer. Veel sprinkhanen worden benoemd naar het geluid dat ze produceren. Dat maken ze met een stridulatie-apparaat, maar daar ga ik hier niet dieper op in. Daar leent deze column zich niet voor. Dan zou ik twee, misschien wel drie volle pagina’s nodig hebben. Het Wekkertje dat u op de foto ziet, gemaakt op een zonnige dag – dus met silhouet – van Bertus van der Velde is zo’n soort. In de vakliteratuur wordt het geluid omschreven als een snel tikkende wekker, maar als ik lees dat het een ritme heeft van 12 tot 25 x per sec. denk je meer aan een op hol geslagen wekker. Het geluid wordt ook wel omschreven als dat van een helikopter, een snel draaiende tuinsproeier en als het bruisen van spuitwater. Sommige geleerden zijn het hiermee niet eens en vinden dat het meer een sissend geluid is.

Een soort dat op het Wekkertje lijkt is het Negertje. Eigenlijk mogen dit soort ’discriminerende’ namen niet meer (Negerzoen, Vlaamse gaai), maar hij bestaat nog wel. U begrijpt dat deze soort meestal donkerder is gekleurd. Trouwens bij lange na niet zo donker als de zwart gekleurde Klappersprinkhaan, een grotere soort die pakweg 60 jaar geleden nog wel eens in Nederland werd gespot. Tegenwoordig moet je ervoor naar Zuid-Europa, waar ik hem enkele keren heb gehoord. Hij is vernoemd naar het geluid dat hij produceert. Niet door middel van stridulatie, maar door in de vlucht zijn vleugels tegen elkaar te slaan. Een leuke soort is het Locomotiefje, waarvan het geluid klinkt als: ”ksjsjksjsjksjsjksjsj” om vervolgens abrupt te eindigen. Probeer het maar eens na te doen. Voor zichzelf sprekende soorten zijn verder het Zoemertje (als een ruisend rietveld), het Schavertje (een schavend-krassend ”sjisjisji”) Krasser, Snortikker en Ratelaar.

Gerustgesteld

Enige tijd geleden berichtte ik over een cyperse kat die ik ’s morgens in alle vroegte onder mijn auto kreeg terwijl ik niet harder reed dan iets van 40 km per uur. Maar ja, toen dat dier net op het moment dat ik passeerde vanachter een boom de weg overstak was er geen ontwijken aan. In mijn spiegel zag ik hem nog wel wegrennen, maar ik betwijfelde of hij het zou hebben overleefd, omdat ik het gevoel had er vol overheen gereden te hebben. Toevallig vernam ik er iets over toen ik vorige week daar dichtbij moest stoppen toen Teunis Miedema (dakdekker, hobbyboer en (beoogd) opvolger van kerkuilenman Koen Vogt) vee verweidde en een kalf de weg niet durfde over te steken. Hij meldde me dat er in de buurt maar één cyperse kat was en die mankeerde niets. Dat was een pak van mijn hart.

Ze zijn er weer

Eigenlijk zijn ze er altijd wel, net als aardbeien, en dan heb ik het over paddenstoelen. Afgelopen zaterdag waren we met de florawerkgroep van IVN Roden op bezoek in en rond Lieveren en ontdekten alweer heel wat soorten. Na alle regen van de laatste tijd kun je dat verwachten. Het waren russula’s die de boventoon voerden, maar de meest linke paddenstoel van Nederland was er ook bij, de dodelijk giftige Groene knolamaniet. Ook waren er cantharellen en de soort met de mooiste naam was het Geel nestzwammetje (Crucibulum crucibuliforme).