‘En als ze ‘m niet vinden dan ligt ie toch wat meer naar links of rechts, let maar op’

Roden albertsbaan bom

Op zoek naar dé bom

RODEN – Een half uur was ie aan het woord, een specialist van Leemans Speciaalwerken, verantwoordelijk voor het onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van een bom uit de Tweede Wereldoorlog op de Albertsbaan. Na dat half uur klapte hij zijn map dicht en keek naar de aanwezige media. ‘Dus’, riep iemand, ‘er ligt een bom op de Albertsbaan?’ Op die vraag gaf de specialist geen antwoord. Althans: hij zei geen ja of nee. ‘Gezien de onderzoeken en de gesprekken met getuigen is het zéér aannemelijk dat er een bom ligt.’ En daar moesten wij media het mee doen. Vanwege de bevindingen van Leemans werd vorige week maandag gestart met de zoektocht. Terwijl een groep mensen woonachtig rond de plek des onheils een zenuwinzinking nabij was uit angst voor het eventueel afgaan van de bom, lachten anderen om het verhaal over de bom. Roden in de ban van de bom. Waarvan we nog steeds niet zeker weten of die er ligt.

Toen de plannen voor renovatie van de Albertsbaan – maart 2017- rond waren, leek het het college van Noordenveld een goed idee om tóch maar weer eens onderzoek te doen naar die bom. Niet in de laatste plaats vanwege Tjerk Karsijns. De Roner schreef samen met zijn overleden vriend Wim Fonk het boek ‘Het Bombardement op Roden’. Karsijns en wijlen Fonk denken zeker te weten dat de bom er ligt, en die wetenschap hielden ze nooit voor zichzelf. De overhandiging van het boek van Karsijns aan de burgemeester zette laatstgenoemde aan het denken. Er was al een ton gereserveerd voor onderzoek, en risico wilde het college niet nemen. Wat als er straks begonnen wordt met de werkzaamheden aan de nieuwe, Italiaanse Albertsbaan en er toch een bom blijkt te liggen? Wat als de eventueel aanwezige bom geraakt wordt en explodeert? Dan zijn de rapen gaar, en dat risico wenste niemand binnen het gemeentehuis te nemen. En dus rukte Leemans uit Vriezenveen uit.
Het verhaal wil dat een Britse vlieger tijdens de Tweede Wereldoorlog per ongeluk enkele bommen op Roden liet vallen. De wellicht wat vermoeide piloot was abuis. Zijn doel was Emden, maar al ver voor de Duitse plaats liet hij de bommen vallen. Bij dat toevallige bombardement werd het gemeentehuis van Roden geraakt en viel een slachtoffer. Toen de vlieger terugkeerde in Engeland en onderzocht was waar de bommen ingeslagen waren, bleek een bom niet te zijn afgegaan. En die bom – zo denkt men- ligt op de Albertsbaan. Meter of vijf onder de grond, achter Chinees Merry Gold. Ooggetuigen bevestigen deze veronderstelling, al zeggen anderen dat de bom iets noordelijker ligt. Om de bom te zoeken reed Leemans vorige week maandag met groot materieel Roden binnen. Leemans kon echter niet meteen starten, want eerst moest een ecoloog zijn werk nog doen. In de bosjes nestelen namelijk musjes, merkte een onderneemster op. De gemeente had dat niet onderzocht, en dus mocht de ecoloog eerst op zoek naar nestelende musjes. Daarna kon Leemans hekwerk plaatsen en werd er de eerste dagen mondjesmaat wat gegraven. Er lagen wat klinkers, wat bultjes zand, van enige spanning was geen sprake.
De zoektocht naar de bom zorgde in elk geval voor reuring. De Krant zet(te) een live stream in, waardoor mensen hele dagen naar de Albersbaan en daar overheen lopende mannetjes konden kijken. Die lopende mannetjes waren samen met een door de wind wuivende boom het enige opmerkelijke op beeld. Maar stel dat. Stel dat er iets gebeurde. Dergelijke onderzoeken/zoektochten maken mensen nieuwgierig, zoals Big Brother – kijken naar mensen die op de bank liggen- ook een hit was. De kijkers naar de live stream bewezen dat. Overigens zal de Krant de live stream en andere nieuwe technische snufjes ook inzetten als de verbouwing van de Albertsbaan van start gaat.

Van de week kwamen ook de experts van de Explosieven Opruimingsdienst alvast (EOD) een kijkje nemen op de Albertsbaan. Gehuld in iets dat leek op een verouderd legertenue, schrokken passanten zich een hoedje. Alsof er oorlog uitgebroken was. Niet dus, kennelijk lopen mensen van de EOD er altijd zo bij. Ook het college was ter plaatse en nam met de expert in het legergroen alvast een voorschotje op wat komen gaat. Wat als de bom gevonden wordt? De EOD maakte een soort van risicogebied. In dat gebied wonen 635 mensen, in totaal gaat het dan om 488 adressen (waaronder bedrijven). In het ergste geval zullen zij voor korte periode hun huis moeten verlaten als de bom gevonden wordt. Inderdaad, áls de bom gevonden wordt.
Een meter of vijf, zes moet de blindganger onder de grond liggen. Mocht er inderdaad een bom liggen, dan kan het zijn dat ie – 75 jaar na dato- nog steeds op scherp staat. Dat ligt er aan hoe de ontsteking er voor staat. Overigens is Leemans alleen verantwoordelijk voor de zoektocht. Hebben ze de tienponder te pakken, dan bellen ze meteen de EOD- wettelijk voorgeschreven- en die zal met de bom aan de slag gaan. Aan de slag in de zin van of ter plaatse laten exploderen of verhuizen naar een weiland en daar voor een explosie zorgen. Om maar wat opties te noemen.
Veelal wat mensen op leeftijd wandelden de afgelopen week zeer regelmatig rond de Albertsbaan. Mensen die er allemaal wel iets van weten. Of denken te weten. Het gezien hebben, hun ouders er over hebben praten of mensen die het boek van Karsijns gelezen hebben. Bijzonder is wel dat elk verhaal net even anders is, terwijl iedereen het eigen verhaal honderd procent zeker weet. Leemans zegt in het onderzoeksrapport dat speciale aandacht gaat naar twee plekken op de Albertsbaan. Achter Merry Gold dus, en wat meer midden op het terrein. Met de modernste detectieapparatuur zoekt men. Klinkt er geen piepje of ander alarm, dan bestaat de kans dat de Albertsbaan helemaal afgegraven wordt. Iets waar de middenstand gezien de parkeerproblemen die dan ontstaan niet echt op zit te wachten.

Behalve zeg maar de ‘groep Karsijns’, is er ook een groepering die ernstige twijfels uit bij de aanwezigheid van een bom op de Albertsbaan. Die groepering moet ook serieus genomen worden en bestaat uit mensen die vroeger woonden op plekken wat nu Albertsbaan heet. Toen was het nog ‘jeugddorp’ en het terrein werd als vooral ‘heel roeg’ omschreven. Volgens die mensen is er in de zeventiger jaren al eens gegraven. En diep. De kinderen speelden in de enorme gaten en nooit werd er iets gevonden. Veiligheid speelde toen kennelijk amper een rol, gezien het feit dat de kinderen gewoon in de bulten zand en in de diepe gaten speelden. Een bom ging toen niet af en werd ook niet gevonden. En dus menen zij dat er geen bom ligt. Bovendien: er werd al eerder met detectieapparatuur onderzoek verricht. Uitkomst: nul. ‘De apparatuur van nu is echter veel beter’, zegt de specialist van Leemans.
Over Leemans hebben de mensen die niet geloven in de aanwezigheid van een bom ook wel een mening. Volgens een groepje mannen dat van een afstandje toekijkt, is het logisch dat Leemans de aanwezigheid van een bom logisch acht: dat is immers handel. Geld. ‘Als ik de gemeente was geweest, had ik het op no cure, no pay basis laten doen. Als Leemans zo zeker weet dat er een bom ligt, laten ze dan aan de slag gaan. De gemeente zou pas moeten betalen als de bom ook daadwerkelijk aangetroffen zou worden.’ Is wat voor te zeggen, al is Leemans een begrip in Nederland. Beslist geen firma list en bedrog. Ze zullen niet zomaar iets roepen. Toch?

Volgens dezelfde mannen zal er bovendien altijd discussie blijven. Mocht er geen bom gevonden worden, dan – zo zeggen ze- zal ie wel wat meer naar links of rechts liggen. En zo houd je – zeggen ze ook- een fantasie in stand. Ga je geloven in je eigen sprookjes. En ach, als die bom er wel ligt, dan ligt ie vast veilig met zes meter zand op de buik. Tsja. Het is logisch dat Noordenveld geen enkel risico wil nemen. Het is daarom begrijpelijk dat een erkend bedrijf als Leemans in de arm is genomen. En Tjerk Karsijns schreef bovendien geen sprookjesboek. Maar verder blijft alles ongewis. En dat vindt niemand plezierig.