“En dan nu wel een vijfde plek”

ONR Jan Uffels

‘Nieuwe’ leider Jan Uffels van
ONR verwacht spannender competitie

RODEN – ONR wacht opnieuw een spannende competitie. Vorig seizoen eindigde de Roder formatie achtste. “Maar het had net zo goed een vijfde plaats kunnen zijn. Dat moet dan dit seizoen maar gebeuren”, vindt Jan Uffels, die aan de technische staf is toegevoegd.  Uffels heeft een uitgesproken mening.

Zoon Harmen staat tussen de palen. “Toen hij jong was, was ik ook leider van hem. Ik maak zo weinig mogelijk onderscheid. Ik ben wel een trotse vader”, zegt de in Emmeloord woonachtige Jan Uffels, die zelf maar kort heeft gevoetbald. “Ik ben later geen tennissen en volleyballen. Met dat laatste ben ik gestopt. Ik ben al een aantal jaren betrokken bij het voetbal in Noord-Nederland.  En toen kwamen we bij ONR terecht en dat voelt als een warm bad. Ach, ik ben er toch iedere week, dus toen ze mij vroegen als leider heb ik niet geaarzeld. Over zijn zoon: in de jeugd is hij als spits begonnen. Pas later werd hij doelman; hij stak er bovenuit en heeft zich ontwikkeld. Bij de selectie van Flevo Boys viel hij af”. ONR dus. “De clubs zijn dichter bij elkaar gekomen qua niveau. Het wordt beslist op kleinigheden. Drie clubs steken er bovenuit: DESZ, dat flink aan de weg timmert,  vergelijkbaar met DZOH van vorig jaar. Daarnaast Noordscheschut, dat snel weer terug wil naar de eerste klasse. Dan denk ik CSVH en Zuidlaren  en daaronder een grote groep, met ONR. Wat me verbaasd heeft is De Heracliden, dat verrassend promoveerde ten koste van Koekange.  Daar moeten we rekening mee houden. Het doel is opnieuw bij de eerste zes. Maar we leggen de lat iets hoger: de vijfde plaats. Van de selectiespelers zijn een aantal gestopt. Ik kom van een grote vereniging. Daar was altijd aanwas genoeg. Het is wat knusser hier en je hebt geen arsenaal aan spelers. Je bent afhankelijk wat aan komt waaien. Maar de huidige selectie is in de breedte wel sterker geworden. Met name voorin. Met een pure spits, Maxim Maring van Flevo Boys 2, die zijn goaltje wel meepikt. Hij is balvast en kopsterk. Hans van Tamelen is fit, hij kan het net ook wel vinden. Hendrik Rozema was al ‘aanwezig’. Hij is nog jong, maar gaat er zeker komen. Op den duur komt hij wel bij een topamateurclub terecht, maar moet eerst rijpen. We hebben een zwaar begin, met eerst Klazienaveen, dat vorig jaar de periode misliep en dan twee uitwedstrijden. Je moet er elke week staan. Daarom hebben we de technische staf ook uitgebreid. Het tactische en technische deel is voor de trainer. Het randgebeuren is voor ons. Zodat de jongens tot een optimale prestatie komen.
We hebben nu twee leiders. Met randgebeuren bedoel ik bijvoorbeeld het fenomeen ‘pupil van de week’. Die taak was te veel voor de enige leider. Het is echter een belangrijk onderdeel. Het brengt enthousiasme van de jeugd mee, je krijgt meer publiek doordat ouders ook komen kijken en zij  raken dan weer  betrokken bij de club. Je wilt een voorbeeld zijn voor de regio. Het gaat er ook om dat je je als club ‘verkoopt’”.