‘Er wacht altijd weer een nieuwe uitdaging’

roden alida smulpaleis beste van 2

roden alida smulpaleis beste van 1Alida’s Smulpaleis schrijft historie
RODEN – Arjen Robben is de beste voetballer van Nederland. Daphne Schippers de beste atlete en Alida’s Smulpaleis de beste cafetaria van ons land. Want: de prijs die de cafetaria vorige week won, is historisch. De beste van Nederland zijn. Niet bepaald door stemming, maar door een deskundige jury. Dat is iets om trots op te zijn. Wie kan dit navertellen? Jan Patat, aldus wordt Jan Willems wel eens genoemd. Maar zijn – en natuurlijk die van Alida- innovatiedrang, creativiteit en durf maken Alida’s Smulpaleis tot een unieke cafetaria. En de beste dus. De beste van ons land. En dat ondanks de beperkingen.
Beperkingen? Jazeker. De omvang bijvoorbeeld. Want Jan en Alida moesten concurreren met zaken die veel groter waren. Restaurant zo leken die zaken wel. Op basis van kwaliteit wonnen Jan en Alida. Studio 21 in Hilversum was te klein. Jan zelf sprong tenminste een meter omhoog. Een gat in de lucht. Wat rest is de vraag wat nu? Het ultieme doel is bereikt. Is er nog uitdaging?
Roden, twee weken geleden. Jan Willems is met niets anders bezig dan de Cafetaria Top 100. Hij heeft er geen al te best gevoel bij. Hij baalt van zichzelf. ‘Als we niet winnen, dan verwijt ik me dat zelf.’ Reden: Jan is allesbehalve tevreden over het praatje dat hij moest houden voor de jury. Terwijl het hem anders geen enkele moeite kost, ging het nu niet goed. Het liep niet. Jan had er – in goed Drents- de kop niet bij. ‘Daar baal ik van. Daar baal ik echt gigantisch van.’

Logisch, want alles stond het afgelopen jaar in het teken van de beste worden. Na in 2014 zilver gewonnen te hebben was er dit jaar maar één opdracht: nummer één worden. Er werden bedrijven ingehuurd om de kwaliteit te verbeteren. ‘We hebben iemand ingehuurd die regelmatig langskwam. De meeste personeelsleden kenden hem niet. Hij at hier, zat hier en deed vervolgens verslag. Aan de hand daarvan gingen wij met het personeel aan de slag. Waar kon het beter? Wat liep nog niet? Natuurlijk heeft dat geholpen. Dat is een ding wat zeker is. Aan de andere kant: eigenlijk hoefden we ons personeel niet heel veel te vertellen. We gingen er allemaal voor. Allemaal. Daarom ook is dit niet alleen ons succes, maar zeker ook dat van de gehele crew. Alida en ik zijn ontzettend trots op ons personeel. Kanjers zijn het. Ze denken mee, hebben inbreng en willen de beste zijn. In alles wat we doen. Dat is toch uniek.’

Om van nummer twee nummer één te worden, dat valt niet mee. ‘We hebben natuurlijk ontzettend veel gedaan dit jaar. Dat zou reden kunnen zijn dat we nu de beste worden. We hebben ingezet op duurzaamheid, biologische producten. Verse patat. De Blakervelderhoeve en een hot dog lijn. Het werken met streekproducten. Kortom: we hebben een wat andere weg ingeslagen. Uiteraard kunnen mensen hier altijd terecht voor patat en een kroket. Uiteraard. Maar tegenwoordig bieden we zoveel anders. Salades bijvoorbeeld. Glutenvrije producten. Noem maar op. We kunnen elke doelgroep bedienen. En wat denk je van de sociale media. Van publiciteit. We hebben een bijlage uitgebracht in de Krant. We hebben ontzettend aan de weg getimmerd. Veel geïnvesteerd ook. Wat dat betreft denk ik dat we kans maken. Maar goed, dat praatje van me. Dat was niet goed.’

Vier jaar geleden werd de beroemde wagen van Jan en Alida ingeruild voor het huidige pand. Daarmee nam de werkdruk iets af. ‘Er staat een verbouwing voor de deur. We worden iets groter. Na die verbouwing is onze zaak echt af. Ja, we hebben overwogen er een etage bovenop te plaatsen. We hebben daar echter toch van afgezien. Waarom? Omdat we niet teveel moeten willen. We moeten onze kracht wel kennen. We moeten niet te groot denken.’
Vorige week sprongen Jan en Alida een gat in de lucht. Studio 21 trilde. Er werd gelachen. Gehuild. Het ultieme doel was bereikt. Alida’s Smulpaleis is de beste. Van Nederland. De Arjen Robben onder de cafetaria’s. Niet slecht voor een bedrijf uit Roden. Bepaald niet slecht.

En nu? ‘Nu wordt het zaak de kwaliteit te waarborgen. We mogen niet verslappen. Nooit. En we blijven op de ingeslagen weg voortgaan. Uitdagingen zijn er genoeg. De Terras Top 100 zullen we nooit winnen, maar we kunnen wel groeien en dus doen we ook daar weer aan mee. Beter worden. In alle facetten. Van verzadiging mag nooit sprake zijn. Nooit, We moeten scherp blijven met elkaar, al gaan we echt wel even van dit ongekende succes genieten.’