‘Er zijn nog veel taalcoaches nodig’

Tina geeft taalles aan vluchtelingen 

NOORDENVELD – Wat voor soort vrijwilligerswerk kun je allemaal doen? Om te laten zien wat er mogelijk is, belicht het Steunpunt Vrijwilligerswerk van Welzijn in Noordenveld regelmatig een vrijwilliger die bijzonder werk verricht. Zo is Tina Landman taalcoach voor vluchtelingen. Ze begeleidde gedurende twee jaar Mihret Efrem Tesfay, die onlangs slaagde voor haar inburgeringsexamen.

“Zes jaar geleden ging ik met pensioen als onderwijzeres en alsof het zo moest zijn, zag ik een paar maanden later een oproep voor taalcoaches bij Vluchtelingenwerk Noord-Nederland,” begint Tina Landman haar verhaal. “Taal was altijd al mijn passie, en ik hoefde dan ook geen moment na te denken voordat ik mij heb aangemeld. Natuurlijk had ik veel ervaring met het aanleren van de Nederlandse taal door kleine kinderen, maar volwassenen het Nederlands als tweede taal aanleren is toch heel anders. Kleine kinderen hebben al een basiskennis van de taal, en anderstaligen moet je eerst de regels en wetmatigheden van de taal uitleggen. Daarnaast is er een enorm verschil tussen de verschillende leerlingen. De een is veel taliger dan de ander.”

Tussen de 26-jarige Mihret (speek uit “M’gret”) en Tina is duidelijk een band. “Tina is als een moeder voor mij,” zegt Mihret. Tina lacht: “Dat zou makkelijk kunnen, want Mihret is jonger dan mijn jongste dochter.” Mihret is nu 2,5 jaar in Nederland en spreekt al een aardig woordje Nederlands. Ze vindt de uitspraak en de taalregels moeilijk, maar de grote lijn van haar verhaal is goed te volgen. Ze vertelt: “Ik ben geboren en opgegroeid in Eritrea. Een jaar voordat ik naar Nederland kwam, zijn wij naar Ethiopië gevlucht. Mijn vader is eerst naar Nederland gekomen, en daarna mijn moeder, mijn broertje en mijn zusjes. Ik ben eerst in Ter Apel gekomen, maar nu heb ik een huis in Roden.”

Tina was taalcoach van moeder Efrem-Tesfay toen Mihret naar Nederland kwam. “Dat was een geweldig feest,” vertelt Tina. “Er ging iemand uit Roden naar Schiphol om haar op te halen, en daar kwam dat klein meisje binnen met die enorme bos haar. Nee, natuurlijk houdt de coaching niet op bij de taallessen. Je ontkomt er niet aan dat je een band met zo’n gezin krijgt. En dat is ook zo mooi aan dit werk. Maar voor mij ligt de grens bij het invullen van formulieren. Dat vind ik voor mezelf al lastig, laat staan dat ik een ander daarbij kan helpen. Voor dit soort administratieve taken heeft Mihret een huisbegeleider die haar daarbij helpt.”

Het niveau van de cursisten kan enorm verschillen, vertelt Tina. “Mijn eerste cursist was een 17-jarige knul uit Oeganda. Een geweldig slimme jongen die de taal in een zucht onder de knie had. Daarna kreeg ik de moeder van Mihret. Die was analfabeet, ze had geen enkele opleiding gehad. Je krijgt een bepaald aantal uur per cursist, ik geloof 100 uur. In dat tijdsbestek heeft ze veel geleerd, maar ze kon toch nog niet het examen van de inburgeringscursus doen. Toen heeft ze vrijstelling gekregen. Intussen was Mihret gekomen en kon ik met haar aan het werk. Mihret had in Eritrea onderwijs gevolgd, dus dat ging veel sneller. Toen we bij deel 7 van de eenvoudige taal- /leesmethode waren aangeland, vond ze het al te makkelijk worden. Op dit moment heb ik een Syrisch echtpaar onder mijn hoede. Die pikken de taal ook snel op.”

Inmiddels is Mihret geslaagd voor de inburgeringscursus. Mihret vertelt dat die uit vijf onderdelen bestaat: “Spreken, schrijven, luisteren, lezen en Kennis van de Nederlandse Maatschappij. Dat laatste vond ik heel moeilijk. Die heb ik twee keer moeten doen.“ De cursisten volgen drie dagdelen per week de Inburgeringscursus. Het streven is dat elke cursist daarnaast een taalcoach krijgt die ze ondersteunt met de taal. Tina legt uit hoe dat gaat: “Ik heb contact met de cursusleider en die geeft aan op welk vlak die cursist ondersteuning nodig heeft. Het streven is dat er voor elke cursist een taalcoach is, maar zo veel vrijwilligers zijn er niet. Er zijn nog veel taalcoaches nodig.”

In september is Mihret begonnen met een opleiding tot verkoper bij het Alfacollege in Groningen. “Ik wil de opleiding tot kapster volgen, maar dan moet ik eerst deze opleiding volgen,” vertelt ze. Tina vult aan: “en het gaat haar lukken ook, want ze is een doorzetter!”

Wat maakt dit werk nu zo mooi? Tina antwoordt direct: “De voldoening dat ik mensen kan helpen die in een vrij hopeloze toestand zitten. Zonder kennis van de taal komen ze nergens en het voelt heel goed dat ik ze kan helpen om sociale contacten te onderhouden.”

Die sociale contacten heeft Mihret wel, al heeft ze nog geen vriendinnen: “Via de kerk heb ik wel contact met mensen. En ik help andere mensen uit Eritrea die hier naartoe zijn gekomen. Die kan ik vertellen hoe het werkt in het openbaar vervoer en welke winkels het goedkoopst zijn. Daarom zijn taalcoaches zo belangrijk, want nu kan ik dat doen!”

Wil jij ook taalcoach worden? Vraag meer informatie of meld je aan bij Dragoslav Milkovic, coördinator bij Vluchtelingenwerk Noord-Nederland. Dat kan via e-mailadres dmilkovic@vluchtelingenwerk.nl.