‘Er zit een mens om de klacht heen’

Aaltje Bron jubileert in ‘uitgerekend’ Borstkankermaand

RODEN – Wie wil weten hoe een tevreden mens er uitziet, zou eens op de koffie moeten gaan bij Aaltje Bron. Niemand namelijk die zo’n tevreden indruk maakt. Ondanks alles. Want het zat Aaltje de afgelopen jaren nou niet echt mee. Deze maand staat ze echter toch stil bij een mijlpaal , en dat uitgerekend in de Borstkankermaand (denk bijvoorbeeld aan Pink Ribbon). Dertig jaar is ze de meer dan trotse eigenaresse van Praktijk voor Fysiotherapie A.G. Bron. Ze was raadslid en is dé steun en toeverlaat van Walter Waalderbos. Verhaal over haar bedrijf, het leven en sport.

Ze wist het zeker. Toen ze afgestudeerd fysiotherapeute was, ging ze niet in Roden aan de slag. Veel te bekend allemaal, dat zag ze niet zitten. Toch nam ze er (bij Arnie Brans ) tijdelijk waar, voor ze – ook op tijdelijke basis- in Amsterdam aan de slag ging. ‘Ik had opgezegd bij Arnie en toen hij me vroeg terug te keren naar Roden, heb ik het gedaan. De bezwaren waren weg. Ik had ervaring opgedaan in Amsterdam en voelde me er klaar voor. Ja inderdaad, Brans runde zijn praktijk op deze plek, hier aan de Roderweg.’ Het was toen juni 1982. Op 1 april 1986 was de praktijk van Brans van Aaltje. Ze nam het over. ‘Herinner ik me nog goed. Een wachtkamer zo groot als een klein uitgevallen meterkast. Alles was grijs en het eerste wat ik gedaan heb, is alles lichter maken. Ik heb een rustige uitstraling proberen te creëren en zo ben ik eigenlijk altijd blijven bouwen. Letterlijk ja. Ik ben trots op wat er nu staat , vier behandelkamers, een mooi uitgeruste oefenzaal ,  een prima wachtkamer, een rolstoeltoegankelijk toilet, een royale parkeerplaats voor de deur  en een ruimte voor de boekhouding en waar het personeel kan eten. Ik begon alleen, nu werken hier zes vrouwen op parttime basis. Dat hier louter vrouwen werken, is puur toeval. Dat is geen bewuste keuze of beleid. En nee, het is ook niet zo dat hier vooral vrouwen met klachten komen. Ik zeg altijd dat we er zijn voor alle mensen van nul tot honderd jaar. En in de praktijk is dat ook zo. De praktijk is in dertig jaar gegroeid. Kwestie van continuïteit in het bieden van zorg en meegaan met de ontwikkelingen. Ik heb een vak gekozen dat nooit stilstaat. Er is altijd beweging, het is dynamisch en daar moet je in mee, zeker nu mensen zelf steeds meer weten en het anders wel via Google zoeken. Ik heb een allround praktijk en werk nauw samen met andere therapeuten. Kan ik iemand niet verder helpen, dan bel ik een collega die dat wel kan. Mensen met (sport)klachten, met klachten aan schouders, rug, nek en bekken, mensen die revalideren van een( knie/heup) operatie; iedereen kan hier terecht. Dat revalidatietraject is boeiend. Niet zelden pak ik het loopladdertje en ben ik ergens op een voetbalveld met iemand bezig als dat zo uitkomt. Het maakt het vak ook boeiend.’

Aaltje deed aan korfbal. Ze werd met ODA zelfs Nederlands Afdelingskampioen na een zege op het Friese Harich. Ze was ooit het jongste raadslid van de gemeente, voor Gemeentebelangen. Acht jaar zat ze op het pluche. ‘En toen moest ik keuzes maken. Een dag had op een bepaald moment te weinig uren voor alles wat ik deed. Ik heb voor de praktijk gekozen. Ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen, zeker ook voor de mensen die hier werken. Ja, dat is jammer, want in politiek Noordenveld voelde ik me prima op mijn plaats.’

Aaltje Bron dus. Iedereen kent haar. Vlot van de tongriem gesneden. Attent ook, en nooit verlegen om een woordje. ‘Wat veel mensen niet weten is dat ik ook bevoegd onderwijzeres ben. Ik heb daar nooit iets mee gedaan, het heeft me zeker wel geholpen. Het voor een groep staan, het praten in het openbaar en het omgaan met mensen. Ik heb er nog dagelijks baat bij.’

Het wordt 2012. Het noodlot slaat toe. ‘ Het is een simpel verhaal. Ik kreeg een omroep me te melden bij de zo bekende bus bij de Hullen. Bevolkingsonderzoek borstkanker. Ik liep binnen, en ging weer weg. Over tot de orde van de dag. Tot de huisarts bij me op de stoep stond. Ik dacht aanvankelijk dat hij iets over een patiënt wilde bespreken, maar het ging om mij. ‘Je foto is niet goed’, zei hij. Ik bleek borstkanker te hebben. Ik onderging een borst besparende operatie, uitgerekend op vrijdag de dertiende. En ja, er ging die dag van alles mis. De operatie verliep desondanks goed, de klieren bleken echter niet schoon. Ik moest zes keer een chemokuur ondergaan met medicatie en een injectie daags na de chemo. Dat laatste deed ik zelf, ze werden bij me thuis gebracht. Later werd ik 21 dagen achter elkaar bestraald. Het was ook voor het eerst in 32 werkzame jaren dat ik er even niet was.’ Aaltje vertelt het precies zo als het is. Zonder opsmuk. ‘Ik ben een open boek. Ik geef mijn leven nu een 7. De chemokuren en de andere behandelingen hebben hun werk wel gedaan. Ik voel het aan mijn gewrichten, bijvoorbeeld. Nee, borstkanker is niet voor honderd procent te genezen. Het kan terugkomen. Ik heb de zaken wat betreft werk vervolgens wat anders ingericht . Ik combineer patiëntenzorg nu met een deel boekhouden en andere administratieve zaken. Daarnaast draai ik natuurlijk nog gewoon de ‘verzoeknummers’. Je hebt mensen die echt alleen door jou geholpen willen worden, en dan doe ik dat. Deze combinatie is prima zo. ‘ Bron ervoer de steunbetuigingen als hartverwarmend. ‘Stond er ineens weer een boeket bloemen op de stoep.  Of lag er weer een kaartje in de brievenbus. Het heeft me ontzettend goed gedaan. Ik sta nog onder controle, maar voel me verder goed. Het is wel bijzonder hè, dat ik hier in oktober bij stilsta ,in de borstkankermaand.  Alsof het zo moet zijn. Des te meer koester je bepaalde zaken en waardeer je kleine dingen. ‘ Omgaan met de ziekte ging Aaltje prima af. ‘Ik ben van de feitelijkheden. Ik wist bijvoorbeeld dat ik mijn haar zou verliezen, en dus heb ik daar niet moeilijk over gedaan. Ik heb een  pruik aangeschaft. Stond prima, niks mis mee. Natuurlijk heb ik ook moeilijke momenten gehad. Daarnaast ben ik me in de ziekte gaan verdiepen. Ik heb veel gelezen, weet wat de prognoses zijn. Dat en mijn eigen paramedische achtergrond zorgde ervoor dat ik altijd goed met de artsen heb kunnen praten.’

Aaltje is nu 62. Ook daar doet ze niet geheimzinnig over. Ze wil zeker nog drie jaar werken. ‘Mensen weer op rit krijgen, prachtig en dankbaar werk. De kracht van mijn praktijk? We nemen de tijd. Ruim de tijd. Er zit een mens om de klacht heen. Het is belangrijk de film van iemands leven te kennen. Ook een dokter opereert niet meteen. Naast behandelingen proberen we hier mensen altijd handvatten te geven voor de toekomst.’

En verder? Verder is ze al achttien jaar gelukkig met Walter. Ze geniet van zijn kinderen, ze gaat samen met Walter bij judowedstrijden van de kleinzoon en het voetbal van de kleindochter kijken. Ze volgen samen de verrichtingen van Kevin, assistent-trainer bij Be Quick 1887. Ze is jurylid van Sportgala Noordenveld en houdt van gezelligheid. ‘En sport hè. Walter en ik kunnen uren over voetbal en andere onderwerpen filosoferen. We hebben het gewoon goed samen. Heel erg goed.’