Even weg

Eigenlijk zou deze kolom niet door mij zijn gevuld nu ik er even tussenuit ben geknepen. Dan moet je je niet bezighouden met dagelijkse, terugkerende zaken zoals het schrijven van een stukje. Maar het laat zich aanzien dat ’even weg’ (veel) vaker gaat gebeuren nu mijn vrouw en ik daar meer tijd voor hebben. Waar een column echter zonder meer bij is gebaat is regelmaat. De lezers rekenen er een beetje op. En ach, met de elektronische mogelijkheden van deze tijd is het geen probleem daaraan te voldoen.

Sowieso is het geen probleem voor een natuurliefhebber een onderwerp uit te zoeken waarover kan worden geschreven nu we zijn neergestreken op Texel. Thuis is dat overigens ook geen probleem, maar hier heb je weer een heel andere natuur en dat is altijd een bron van inspiratie. Vorige maand verkeerde ik trouwens in Spanje, schreef ook daarover en had dat best nog veel vaker kunnen doen. Onderwerpen waren er te over. Maar die zijn er hier ook. Ik zou bijvoorbeeld kunnen schrijven over de Dwergstern waarvan ik gisteren enkele exemplaren in het natuurgebied De Slufter zag vliegen. Prachtige, ranke vogeltjes zijn dat. Van kop tot staart meten ze iets meer dan 20 cm, nog kleiner dan een Merel. Driftkikkertjes zijn het met hun snelle, schokkerige vleugelbewegingen, die duidelijk afwijken van die van andere sterns. En mooi zijn ze ook met hun witte voorhoofd en zwartgepunte gele snavel. Tamelijk zeldzaam zijn ze, want het zijn minder dan 1000 paartjes die op de Waddeneilanden en in het Deltagebied broeden.

Een mooie foto van dit fanatieke vogeltje zou hier op zijn plaats zijn, maar dat is niet zo eenvoudig. Ik heb weliswaar een nieuwe camera waarmee het zou moeten kunnen, maar die begrijpt niet wat ik wil. De camera wil dat ik hem begrijp, maar een handleiding van meer dan 600 pagina’s nodigt niet direct uit om daarmee aan de slag te gaan. Geen nood, volgens een fotograaf van ’de Krant’, want op de automatische stand zou je er eigenlijk alles mee kunnen doen. Maar zo werkt het dus niet, over die ’handigheid’ beschik ik (nog) niet. En ik heb niet veel geld uitgegeven om alleen maar foto’s op de automatische stand te maken. Er is dus werk aan de winkel. Gelukkig zijn er andere organismen die zich iets gemakkelijker laten fotograferen, zoals planten. Toch ook één van mijn favoriete onderwerpen. Bij ons kennen we de Scherpe boterbloem goed die de velden geel doet kleuren. Dat is een zeer algemene plant die in het hele land voorkomt. Een boterbloem die we in onze contreien zelden zien is de Knolboterbloem. Dat is sowieso een vrij zeldzame verschijning in Drenthe en ook in Groningen. Elders is het wel een algemene plant. Op zondagmiddag maakten we een ritje langs de waddendijk waar talloze natuurgebieden binnendijks zijn gesitueerd en nieuw ontwikkelde hun nut al bewijzen. Bij één ervan lag een terrein braak met een lengte van honderden meters waar de Knolboterbloem zich zo massaal had gevestigd dat het een grote gele vlakte was. Honderdduizenden planten stonden er. Dat leverde best een geslaagde foto op met een echte Hollandse lucht. Leuk, maar u heeft al gezien dat die niet is afgebeeld.

Wat u ziet is een foto van de Verfbrem, een soort van de Rode Lijst waarop hij staat omdat het een zeldzame, bedreigde soort is. Eerder, voor 1990, kwam hij een stuk meer voor dan nu. Toen trof je hem nog regelmatig aan in Drenthe en andere pleistocene gebieden. Nu zijn er verspreid in Nederland plekken waar hij is te zien en meer geclusterd in de duinstreek van Noord-Holland, op Terschelling, maar vooral op Texel. Ik trof hem al op meerdere plekken en met recht mag je Texel hét bolwerk van deze soort noemen. De Latijnse naam is Genista tinctoria. Het tweede deel van de naam verwijst naar verven, kleuren. In de goudgele bloemen zit namelijk luteoline, een kleurstof die vroeger werd gewonnen om kledingmateriaal te kleuren. Vandaar de naam Verfbrem. Een andere, eveneens laag groeiende brem, is de Kruipbrem. Daar hoef ik op Texel niet naar op zoek gaan, want die komt in de pleistocene gebieden voor.  Het is ook een soort van de Rode Lijst waarop hij vanwege de vrij sterke achteruitgang als kwetsbare plant is terecht gekomen.