Familie Gaerthé herleeft voor even in Het Rode Hert

RODERWOLDE – Een bezoek aan Tjerk Karsijns uit Roden is een veredelde geschiedenisles. Al van jongs af aan houdt hij zich bezig met de regionale geschiedenis en hij weet hier in geuren en kleuren over te vertellen. Op verzoek van Stichting Kunstmomenten Noordenveld zal hij op vrijdag 3 mei een lezing verzorgen in Café Het Rode Hert. Hoog tijd voor een bezoek aan deze wandelende encyclopedie.
In 1946 werd Tjerk geboren in Roden. Hij bracht er zijn hele jeugd door. ‘Mijn ouders woonden in de Heerestraat, waar nu Rima zit’, zegt hij. ‘Van jongs af aan ben ik altijd geïnteresseerd geweest in de geschiedenis van Roden en omstreken. Alles wat mijn opa en oma over vroeger zeiden, sloeg ik al op. Altijd mijn oren open gehouden.’

Tjerk documenteerde alles. Dat deed hij al in zijn werkzame leven (Tjerk werkte onder andere voor de Rotterdamse Bank, een bouwbedrijf en Cordis), maar pas na zijn pensionering ging hij al zijn informatie uitwerken. Samen met Wim Fonk schrijf hij drie boeken, waaronder eentje over de historie van de Rodense brandweer. Hij merkte echter dat de belangstelling voor de plaatselijke geschiedenis tegenviel. ‘Ik heb zo ontzettend veel verhalen. Echt uitgebreid ook. Maar waar moet ik er mee heen? Ik heb geen idee.’

Tjerk gaat in zijn zoektocht naar de geschiedenis uiterst secuur te werk. ‘Ik wil alles zeker weten. Gedegen onderzoek, daar houd ik van. Als ik iets niet zeker weet, laat ik het weg of benoem ik dat ik het niet met zekerheid kan zeggen’, aldus Tjerk.
Eén van de meest in het oog springende gebeurtenissen van de laatste jaren, is de vondst van de bom op de Albertsbaan in Roden. In 2016 werd deze gevonden en Tjerk vindt het onbegrijpelijk dat het zolang duurde. ‘In 2005 waarschuwden wij de gemeente al dat die bom daar lag. Dat werd telkens weggewuifd. Totdat ze de Albertsbaan zouden aanpakken en ik zei dat de risico’s voor de gemeente waren. Toen werd het serieus genomen.’ De bom werd uiteindelijk opgegraven en Roden werd landelijk nieuws. De berichtgeving hierover stoorde Tjerk echter. ‘Opeens stonden er mensen voor de camera, die meenden iets over de bom te weten. Dan hoorde je over luchtgevechten boven Roden en allerlei bominslagen. Volkomen onzin. De bom die hier viel, was bedoeld voor de Duitse stad Emden. Van luchtgevechten was geen sprake.’ Ook een opmerking dat Roden ‘jarenlang in angst had geleefd’ klopte niet. ‘Onzin. Niemand gaf er wat om. Totdat de bom werd opgegraven.’
Terug dan naar de lezing in Het Rode Hert. Deze gaat over de familie Gaerthé, oorspronkelijk uit Duitsland. ‘In 1794 is er een portret gemaakt van Johannes Gaerthé en zijn vrouw. Zij kwamen in 1831 in Roderwolde wonen. Hij was een luitenant in het leger van Willem V en er valt genoeg over hem te vertellen. Wat er zo bijzonder is aan het portret? Er zijn geen portretten van oud-inwoners van Roderwolde, waardoor deze vrij uniek is. Ik ga tijdens de lezing hun levenswandel beschrijven, om zo de aanwezigen wat te vertellen over een compleet andere tijd.’

Zonder al te veel details weg te geven, geeft Tjerk aan ook de nazaten van de familie te belichten. Alle informatie berust uiteraard op zorgvuldig uitzoekwerk van Tjerk. Als het aan de Roner ligt, houdt hij zich nog jaren bezig met de lokale geschiedenis. ‘Dat boeit mij mateloos. Ik heb door de jaren heen zoveel informatie verzameld, dat ik er wel een aantal boeken over kan schrijven.’