Fascinerende koppen

Als vogelaar kijk je vooral naar de kleuren van het verenkleed, maar toch ook naar andere kenmerken. Op alle vogelsoorten zit uiteraard een kop en die verschillen van elkaar. Recent werd een gier in De Onlanden gespot die eerst nog voor Zeearend werd uitgemaakt. Eenmaal beter bekeken bleek het echter een Monniksgier te zijn die een spanwijdte heeft van wel drie meter. Daarmee is het de grootste vogel van Europa en spreek je over een imposante reus.

Helaas, dat geldt voor veel meer mensen, heb ik hem niet gezien. Daar til ik echter niet zwaar aan, want er komen nog mogelijkheden genoeg om ze tegen te komen. Volgens planning was dat dit jaar al gebeurd – in Spanje (Extremadura/Monfraque) – waar een grote populatie is, maar door onvoorziene omstandigheden is een vakantie daarheen voorlopig nog uitgesteld. Ik vind dat gieren prachtige, want aangepaste, koppen hebben en vooral de Monniksgier heeft een enorme snavel. Soms moeten andere gieren wachten tot hij langskomt, want zijn snavel komt dan van pas om een kadaver open te scheuren. Er zijn veel meer vogels met mooie koppen en één ervan ziet u op de foto die Bertus van der Velde uit Eelde me stuurde van een Aalscholver. Ook die heeft een functionele snavel, maar dat geldt voor alle vogels. Van onze zangvogels weet je bijvoorbeeld dat zaadeters vrij korte dikke snavels hebben en insecteneters spitsere. De Aalscholver heeft als viseter een lange snavel met een haak op het eind en weerhaken in de bovensnavel waarmee hij glibberige vissen klemvast houdt.

Aalscholvers doen me een beetje denken aan prehistorische vogels. Om goed te kunnen duiken worden de veren kletsnat waardoor er geen lucht tussen kan komen wat een opwaartse druk zou veroorzaken. Bovendien hebben ze daarnaast zwaardere botten waardoor ze behoorlijk diep kunnen duiken. De poten met zwemvliezen zijn ver naar achteren geplaatst en met ingetrokken vleugels ontwikkelen ze veel snelheid wanneer ze achter vissen aanzitten. Dat doen ze vaak georganiseerd in groepen, maar een enkeling scharrelt zijn kostje ook wel bij elkaar. Als dat is gelukt moeten ze eerst weer drogen om goed te kunnen vliegen en zie je ze op karakteristieke wijze met gespreide vleugels zitten. Vanwege hun voorkeur voor vissen zijn ze door broodnijd door de eeuwen heen vervolgd en geluiden om tot afschot over te gaan duiken steeds opnieuw op. Zelfs in deze eeuw. Uitgaande van ca. 50.000 exemplaren in Nederland (een tamelijk stabiel aantal) die elk een pondje vis per dag eten (met jongen erbij het dubbele) lijkt het misschien veel, maar als je de hoeveelheid vis in ogenschouw neemt die in onze wateren rondzwemt is dat maar een fractie ervan. Paling (aal) wordt incidenteel gevangen, maar voor het overige kunnen het allerlei soorten zijn (brasem, voorn, vooral veel pos, etc.). Ook vangt een groot deel van de populatie vis op zee. Naast de (gewone) Aalscholver worden hier nog twee andere soorten waargenomen: de Grote aalscholver en de Kuifaalscholver. Die komen langs de kust voor en incidenteel zijn er de laatste jaren broedgevallen. In Europa komt verder nog de Dwergaalscholver voor.

Wereldwijd komen er zo’n 40 soorten aalscholvers voor en dan zijn er nog endemische soorten die slechts in een bepaald gebied voorkomen. Deze zijn afgeleid van één bepaalde soort. Op Nieuw-Zeeland heb je bijvoorbeeld de Campbell island shag, Auckland island shag, Bounty island shag, Chatham island shag, Stewart island shag en de King shag die alle door kleine verschillen van elkaar zijn te onderscheiden. Mij lukte dat daar tijdens een langere vakantie nauwelijks. Wel goed herkenbaar waren onze Aalscholver (die heeft een enorm verspreidingsgebied), de Bonte aalscholver, Zwarte aalscholver en de Kleine bonte aalscholver. Naast nog meer endemische soorten komt ook de Slangenhalsvogel (Darter, met een lange, dunne hals) in Nieuw-Zeeland voor die nauw verwant is aan de aalscholver.

Vuurwerk                                                                                                           Tijdens het Kleintje Rodermarkt is het gebruikelijk dat er (sier)vuurwerk wordt ontstoken. Daar heb ik weinig op tegen en met oud en nieuw mag dat wat mij betreft ook centraal gebeuren en schaf dan al het overige, veel ellende veroorzakende vuurwerk af. Nu er steeds meer voor wordt gepleit het knalvuurwerk af te schaffen was het zeer opmerkelijk dat hiervan juist heel veel werd afgestoken. Een gigantische pestpokkenherrie was het. In deze tijd een omissie van de eerste orde.