Fauna uittreedplaatsen

column-cees-fauna

Af en toe lees je wel eens iets over, onder andere, Reeën die te water raken en vanwege steile oevers er niet uit kunnen komen waarna ze jammerlijk verdrinken. Ik herinner me zo’n geval van het Oranjekanaal, maar daar had een Ree het geluk dat iemand hem eruit haalde, waarna het ondankbare beest weer het water indook en de reddingsactie vervolgens enkele keren herhaald moest worden. Misschien dat de Ree aan de verkeerde kant van het water werd losgelaten en wilde het een andere kant op. Als dieren iets in de kop hebben kunnen ze raar reageren. Het leverde de redder in ieder geval een stukje in de krant op.

Wie het Oranjekanaal kent weet dat het laaggelegen is en de oevers zeer steil. Als het voor Reeën al een onneembare hindernis is weet je dat het voor veel andere kleinere dieren, zoals bijvoorbeeld Egels, al helemaal niet te doen is. Daarover kun je onverschillig zijn, het verlies nemen en je schouders ophalen, maar je kunt ook je verantwoordelijkheid nemen. Gelukkig hebben deze praktijkvoorbeelden uiteindelijk geleid tot ideeën om te voorkomen dat dieren onnodig verdrinken. Je moet er gewoon voor zorgen dat er hier en daar minder diepe delen in het water zijn die overgaan in licht glooiende hellingen waar te water geraakte dieren er weer uit kunnen komen. In natuurlijke situaties zijn die er meestal wel, maar waar mensen watergangen hebben gecreëerd zijn ze er soms niet. Bovendien zijn er vaak natuuronvriendelijke beschoeiingen aangelegd om de oevers tegen afkalving te beschermen. Het Oranjekanaal is maar één voorbeeld waar men de zaak heeft aangepakt en zogenaamde ’fauna uittreedplaatsen’ heeft aangelegd. Deze voorzieningen kunnen best eenvoudig zijn en hoeven daarom helemaal niet veel te kosten. Het is dus logisch dat er tegenwoordig door beheerders bij waterstaatkundige werken rekening met dieren wordt gehouden. Daarvan zijn er voorbeelden te over; het is eerder regel dan uitzondering.

Helaas zijn er uitzonderingen en ik werd door enkele mensen gewezen op zo’n voorbeeld. Recent is de beschoeiing van het Leekster hoofddiep vanaf Leek richting Zevenhuizen vernieuwd zonder dat er fauna uittreedplaatsen zijn aangelegd. Daarover waren mijn informanten ronduit verbolgen, waarbij ze zich afvroegen of er in Leek geen organisaties zijn die daarop toezien. Natuurlijk is de beheerder de eerste verantwoordelijke en daarnaast is er de gemeente die erop moet letten dat er rekening wordt gehouden met nieuwe inzichten over de inrichting en uitvoering. Ik heb er rondgekeken en zag op het eerste deel, van het centrum in Leek tot aan de eerste overgang, je hebt het dan over enkele honderden meters, toch nog zo’n uittreedplek. Maar daarna volgt een veel langer traject (foto) en daar zag ik geen enkele voorziening. Op zich oogt het eerste deel best aardig met veel plantengroei in het water en stortstenen achter de beschoeiing die weliswaar niet hoogt lijkt, maar dat voor dieren wel is. Op die plek is het sowieso niet handig voor dieren om uit de richting van Terheijl te proberen een oversteek te maken, want aan de andere kant komen ze in woonwijken terecht waar ze niets hebben te zoeken. Maar dat kan geen reden zijn om die voorzieningen niet te treffen. Ze horen er zeker te zijn als het meer landelijk gebied wordt en daar ontbreken ze dus. Sinds de vernietiging van de prachtige oude beukenlaan op Nienoord weet ik dat ze daar in Leek niets met natuur op hebben en dat is dan ook de reden dat ik er zo weinig mogelijk kom; ik heb er niets te zoeken. En als ik er wel ben wil ik er als de wiederweerga weg. Dat kunnen dieren als ze er verzeild raken ook maar beter doen, maar dat moet dan wel mogelijk zijn.

Nou gaat er in mijn eigen gemeente ook wel eens het één en ander mis. Op een ecologisch beheerd terrein werden orchideeën ontdekt. Dit werd gemeld want een beetje extra aandacht bij het beheer kon geen kwaad. Helaas ging het dit jaar mis. In plaats van de onbezette parkeerplaats er voor te gebruiken werd het orchideeënveldje ernaast gebruikt als (voorlopig?) depot voor grote hopen grond. Wat het gevolg zal zijn laat zich raden. Op het gemeentehuis weten ambtenaren kennelijk van elkaar niet waarmee een ander bezig is.