Feest zonder alcohol maar mét nieuwe televisie

image

Het Kerstmuseum van Bert en Rennie

RODEN – Wie over de Hofstedenlaan in Roden rijdt, kan het simpelweg niet missen. Het verlichte huis van Bert, Rennie en Wesley Gerlach. Rood, geel, blauw; de LED-lampen (ooit in de aanbieding bij Hornbach) vallen op. De één vindt het geweldig, een ander noemt het kermis. Feit is dat veel mensen er gelukkig van worden. Mensen die even wat minder goed in hun vel zitten, rijden soms wel vijf keer over de Hofstedenlaan. In de hoop weer blij te worden van de lichtjes. Kerst is belangrijk voor Bert en Rennie, al kijken zij voornamelijk uit naar de voorpret, zeg maar de aanloopperiode naar dé twee dagen. En in huize Gerlach wordt niet gedronken. ‘Alcohol komt er bij ons niet in’, zegt Rennie gedecideerd.

Kerst is licht. Kerst is samenzijn. Kerst heeft vaak een boodschap. Maar kerst is ook eten en drinken. In het geval van Bert en Rennie gaat het dan echter alleen om koffie en fris. ‘Hier geen alcohol. Beslist niet. We zijn echt anti. Er komen wel eens mensen langs die ons spontaan een flesje wijn brengen. Heel mooi, maar die fles gaat meteen de deur weer uit. We hebben ook lol zonder drank’, zegt Rennie. Huize Gerlach is een museum. Alles ademt de kerstsfeer. Die ouderwetse kerstsfeer. Tot op het toilet aan toe wordt je – of je nou wilt of niet- geconfronteerd met kerst. Op de keukenkastjes zijn stickers geplakt. Aan de muur hangen kerstsokken. Overal staan Kerstmannen. Met geluid, met beweging. Om de stoelen is een rood kleed gewikkeld. Zelf draagt Rennie vandaag een rode broek. Maar dat is – zo geeft ze eerlijk toe- puur toeval. Nog heel even en Rennie kan entree vragen voor het Roner Kerstmuseum. Zoveel is te zien. Minstens zo aantrekkelijk als Museum Kinderwereld. Bovendien staat boven op zolder nog een andere verzameling van Bert.

De opbouwfase is het mooist. De dag na Sinterklaas begint het allemaal. Dan gaat bijkans het gehele inventaris er beneden uit, en wordt de zolder- bomvol- leeggehaald. Bert doet buiten de verlichting, Rennie richt beneden het museum in. Er is genoeg te zien. ‘ Kerst is gezelligheid. Drukte. Vrolijkheid. Nee, we zijn niet gelovig. Ik kan je moeilijk uitleggen waarom we dit eigenlijk verzamelen. We doen het al vanaf dat we bij elkaar kwamen. We waren toen een jaar of zestien. Logisch dus dat ik onlangs wat heb verkocht. De zolder stond al vol, en ik had ondertussen ook al een inloopkast in gebruik. Ik moest dus wel iets van de hand doen. Dat neemt niet weg dat we blijven zoeken naar bijzondere dingen. In winkels en zeker ook op rommelmarkten. Dat is ook leuk. Als er op Tweede kerstdag ergens een leuke markt is, gaan we zeker heen.’

Zoon Wesley krijgt steevast en cadeau op Eerste kerstdag. Dit jaar hebben Bert en Rennie ook zichzelf maar eens goed verwend. Er komt namelijk een nieuwe televisie. ‘Als het 1 januari is, heb ik het ook wel weer gehad hoor. Dan gaat alles weer naar zolder en normaliseren we de boel. Maar als het volgend jaar weer bijna december is, dan begint het gewoon weer te kriebelen hoor. Reken daar maar op. Mensen rekenen er ook op. Ze weten dat Bert elk jaar op 6 december start met de verlichting. Mensen komen dan speciaal kijken. Dat is al gezellig op zich. Kerst staat voor ons synoniem aan gezelligheid. En nogmaals; daar komt geen druppel alcohol aan te pas. Dat zijn wij niet nodig.’