‘Frank is de liefde van mijn leven, dat weet mijn vriendin ook’

Chris van Veenen bezig met docu en voorstelling over zijn broertje

NIEUW-RODEN – Chris van Veenen is terug in Nieuw-Roden. Na in Amsterdam een start te hebben gemaakt met zijn acteercarrière, keerde hij twee maanden geleden terug om zich in de betrekkelijke rust van Drenthe te buigen over zijn toekomst. De 28-jarige heeft allereerst een plan opgevat om een voorstelling en een documentaire te maken over zijn meervoudig gehandicapte broertje Frank. Daarbij hoopt Van Veenen in de huid van zijn broertje te kruipen en de vraag ‘wat denkt hij wel niet?’ te beantwoorden.

Het was jaren gelden dat Van Veenen strak in pak door het Martiniplaza struinde. Hij was met frisse moed aan zijn studie International Business begonnen. ‘Een studie waar ik alle kanten mee op kon’, zegt hij. ‘Niet per se iets wat ik graag wilde, maar het leek me een goede start.’ Maar in de grote Groningse evenementenhal kreeg Van Veenen het plots Spaans benauwd. ‘Ik zag de mensen die er rondliepen, kakkers die hoogdravend met elkaar stonden te praten. Ik realiseerde me dat dat mijn voorland was. En toen dacht ik: dit nooit. Verschrikkelijk.’

De Nei-Roner stopte resoluut met zijn studie en ging in beraad over zijn toekomst. ‘Ik hield van acteren, altijd al gehad. Thuis riep ik dat ik wilde acteren en mijn ouders steunden dat idee. Ik meldde mij aan voor de filmopleiding in Amsterdam bij De Trap. De audities vond ik doodeng, maar ik heb het gered. En ik raakte al snel verliefd op het vak. Het was een particuliere opleiding van een half jaar en toen ik klaar was, dacht ik: en nu ga ik het maken! Een jaar later stond ik te frituren en dacht ik bij mezelf: maar ik zou toch gaan acteren?’

Van Veenen keerde terug naar theaterschool De Trap voor de vierjarige opleiding. In februari 2019 werd hij vervolgens óók nog eens aangenomen aan de Amsterdamse Toneel en Kleinkunst Academie (ATKA). ‘Het leek aan het begin helemaal te gek’, blikt Van Veenen terug. ‘Maar op den duur dacht ik: dit is toch niet mijn plek. Ik vond mijn draai maar niet. Het verschil tussen Amsterdam en Noord-Drenthe blijkt dan ook groot. Mijn klasgenoten, waarvan de meeste ook jonger zijn dan ik, hielden er andere opvattingen op na. Na heel lang wikken en wegen, heb ik in de nazomer van dit jaar besloten te stoppen. Misschien blijkt het later de domste fout van mijn leven, misschien ook niet. Ik wil nog steeds graag spelen en daar heb ik talent voor, al zeg ik het zelf. Nog steeds heb ik een goed gevoel bij het acteren, maar dat goede gevoel heb ik ook over mijn terugkeer.’

Momenteel heeft de teruggekeerde Nei-Roner veel tijd om handen. Deze tijd gaat hij deels benutten om zich te buigen over een voorstelling en documentaire over zijn broertje Frank. ‘Het is een heel verhaal’, begint hij. ‘Frank, tweeling van zus Melissa, kreeg bij zijn geboorte te kampen met zuurstofgebrek. Daarna is fout op fout gestapeld. Het is een heftig verhaal’, zegt Van Veenen. ‘Al gauw vertelden de doctoren aan mijn ouders dat Frank de rest van zijn leven een kasplantje zou zijn. Hij reageerde nergens op en op een gegeven moment werd voorgesteld de stekker er uit te trekken. Mijn vader wilde er niet aan, geloofde heilig dat hij meer was dan “een lege huls”. Op een dag zag mijn vader hoe Frank reageerde op luide muziek. Dat kaartte hij aan bij anderen, maar hij werd daarin nauwelijks geloofd. Pas later, toen Frank reageerde op een map die hard op tafel plofte, zag men in dat mijn vader gelijk had. Frank is geen lege huls.’

Wél is het voorste gedeelte van zijn hersenen ernstig beschadigd, waardoor alle coördinatie in zijn bewegen is verdwenen en hij spasticiteit heeft ontwikkeld. ‘Dat maakt dat hij niet kan praten en moeilijk communiceert’, zegt Van Veenen. ‘Het licht brandt én er is iemand thuis, maar het is lastig contact maken. Je merkt wat hij leuk vindt, zoals de Teletubbies, en je ook zeker wanneer hij iets níet leuk vindt. Zulke dingen kan hij goed kenbaar maken, al weet je ook niet altijd precies wat hij bedoelt. De basisemoties, om het zo maar te noemen, kan hij in ieder geval wel aangeven. Je merkt wanneer hij blij, boos of verdrietig is.’

Van Veenen noemt het leven en de problematiek van zijn broertje ‘super interessant’. ‘Ik liep al langer met het idee rond om een documentaire over hem te maken. Dat plan deelde ik met mijn agent, die mij vroeg waarom ik ook niet zou proberen een solovoorstelling er bij te maken. Een goed plan, lijkt mij.’

Hoe hij de docu en de voorstelling vorm gaat geven, is nog niet helemaal duidelijk. ‘In de documentaire wil ik ook andere gezinnen aan het woord laten. Maar natuurlijk krijgt mijn eigen familie een centrale rol. Hoe dit er uit komt te zien, weet ik eerlijk gezegd nog niet.’

Met ‘Wat denkt hij wel niet?’ heeft Van Veenen in ieder geval alvast een werktitel. ‘Want eigenlijk staat die vraag bij Frank altijd centraal: wat denkt hij? Wat gaat er in zijn hoofd om? Daar proberen we eigenlijk altijd naar te gissen.’

De terugkeer van Van Veenen zelf ging bijna gelijk op met het vertrek van zijn broertje naar Hoogezand-Sappemeer. ‘Hij woont daar begeleid en dat bevalt hem hartstikke goed. Thuis is het stiller, het is nog even wennen. Zo stonden bijvoorbeeld alle deuren altijd open. Dat was omdat je Frank dan beter hoorde, mocht het hem aan iets ontbreken. Je ziet het: ook nu staan de meeste deuren open. Dat zijn we zo gewend geraakt.’

Het leven, de ‘struggles’, maar ook de mooie momenten: in de documentaire en de voorstelling moet een totaalplaatje van Frank worden gegeven. ‘Er is veel gebeurd in zijn leven. We waren hem eens bijna kwijt geweest, omdat het heel slecht met hem ging. Dan at hij bijvoorbeeld heel slecht. En Frank is een meester in de timing. Hij presteert het om vlak voor verjaardagen of vakanties ziek te worden, haha. Nu kan ik er om lachen, maar we hebben het nodige met Frank meegemaakt.’

De ouders van Van Veenen zijn op het moment van het interview naar Ameland. ‘Voor twee weken. Dat is een hele lange vakantie voor mijn ouders, want meestal konden ze niet al te lang weg. Dat Frank nu ergens anders woont, biedt een bepaalde rust. Al mis je hem soms wel.’

Niet alleen de ouders, zussen en broer merken de absentie van Frank. ‘De hond is er ook even ontdaan geweest’, zegt Van Veenen. ‘Barry zat vaak bij Frank, omdat Frank dan zijn vacht begon te plukken. Dat vonden ze allebei wel lekker. Je merkte dat Barry echt moest wennen aan het feit dat hij z’n maatje kwijt is.’

Een gesprek met Van Veenen blijkt een gezellige warboel. Verhalen vertelt hij het liefst met zeven vertakkingen naar andere gebeurtenissen. Iets wat hij, volgens zichzelf, van zijn moeder heeft. Maar dat hij een vermakelijk causeur is, staat vast. Die natuurlijke manier van vertellen, moet hem straks helpen bij de productie van een documentaire en een voorstelling. ‘Het moet vooral een soort ode zijn’, vindt hij. ‘En dat mag pijn doen en schuren. Want ja, het is zwaar geweest en dat is het nu nog wel eens.’

Zo af en toe spreekt Van Veenen ronduit vertederend over zijn broertje. ‘Zonder hem is het hier toch anders’, verzucht hij. ‘Hij was er al altijd. Meestal op de achtergrond, zo af en toe op de voorgrond. Maar hij was er gewoon.’ Dat Van Veenen nu middels een documentaire zijn broer eindelijk een stem gaat geven, doet hem goed. ‘Al doe ik het natuurlijk ook voor mezelf. Het verwerken van gevoelens. Blije gevoelens over het algemeen’, zegt hij. ‘Want als ik aan Frank denk, voel ik alleen maar liefde. Frank is de liefde van mijn leven, dat weet mijn vriendin ook.’

Warm nest

Nu Frank het goed naar zijn zin heeft in Hoogezand-Sappemeer en de familie Van Veenen langzaamaan begint te wennen aan de lege kamer in het huis, maakt een welhaast onwennige rust zich meester van het huis te Nieuw-Roden. Toen de middelste zoon van zes kinderen aan zijn ouders en zusjes vertelde dat hij een documentaire over Frank wilde gaan maken, werd dat positief ontvangen. ‘We hebben een hele warme familie’, zegt Van Veenen. ‘Alles mag gezegd. Ik ben altijd gesteund in wat ik deed, ondanks dat mijn ouders ook best hun bedenkingen zullen hebben gehad. De steun die ik voel, is prachtig. In de documentaire wil ik dan ook zeker familieleden aan het woord laten.’

Toekomst

Hoewel het goed voelt om terug te zijn in Nieuw-Roden, weet Van Veenen dat hij op termijn weer terug zal gaan naar Amsterdam. ‘Daar is het werk, daar gebeurt het’, zegt hij. ‘Ik heb alleen niet zoveel met de Randstad. Hier kom ik weg, dit is mijn thuis. Maar als je in dit vak stappen wil maken, dan is het haast onvermijdelijk dat je in het westen gaat wonen. Nou ja, dat zien we dan wel weer. Eerst dit project. Ik ben benieuwd.’