Futen

column-cees-geoorde-fuut

Een vaste broedvogel van de grote plas in het Mensingebos was altijd de kleinste fuut van Nederland, de Dodaars. Was, want de laatste jaren wordt de door het mannetje en vrouwtje in duet ten gehore gebrachte karakteristieke baltsroep (omschreven als een ’hinnikende’ triller) niet meer gehoord. Waarschijnlijk is het wegblijven van dit fuutje een gevolg van verstoring. De plas is aangewezen als plek waar hondenbezitters hun huisdier vanaf een bepaalde plek mogen laten zwemmen.

In de regel gaat dat met behoorlijk wat kabaal gepaard, iets waar de Dodaars kennelijk niet van is gediend en dus mijdt hij deze plek. Overigens geldt dat voor meer vogels die het daar vanwege de drukte ook voor gezien houden. Enkele jaren geleden werd er nog de Zomertaling met jongen gezien en iets langer geleden zelfs de met goudgele oorpluimen getooide Geoorde fuut. Deze iets grotere futensoort (dan de Dodaars) ziet u boven dit stukje afgebeeld op de fraaie foto van Sieds Rienks uit Eelde. Duidelijk is ook te zien dat de vogel na een frisse duik is gefotografeerd, waardoor de uitwaaierende oorpluimen er ’ongekamd’ uitzien. Deze mooie pluimen zie je niet in de winterperiode, want futen zien er in winterkleed een stuk saaier uit. Dat geldt ook voor de Kuifduiker, een schaarse doortrekker en wintergast. In zomerkleed onderscheidt deze zich van de Geoorde fuut door de nog iets grotere (oranjeachtige gekleurde) oorpluimen en een ’platte’ kop. In de winterperiode is deze soort vooral langs de kust te zien, met name in het Wadden- en Deltagebied. Zelf zag ik hem enkele keren, onder meer in de Eemshaven.

Voor velen zal de Roodhalsfuut een onbekende broedvogel zijn. Jaarlijks zijn er enkele broedpaartjes op Diependal te bewonderen. Deze voormalige vloeivelden, gelegen ten noorden van het Oranjekanaal, zijn ingericht als natuurreservaat en dat maakt deel uit van het Hijkerveld. Het is in bezit van Stichting Het Drentse Landschap die er middenin het gebied een observatiehut heeft geplaatst. Door een tunnel loopt u er ongezien naartoe en vandaar uit heeft u een mooie uitkijk over het gebied. Zeer regelmatig is Dirk Haanstra daar aanwezig, een vrijwilliger van Het Drentse Landschap, en hij is graag bereid zijn (vogel)kennis van het gebied met u te delen.

Iedereen kent natuurlijk wel de (gewone) Fuut. Overal waar water is met wat oevervegetatie kom je hem tegen en zelfs in stadsgrachten broeden futen. Daar worden bij wijze van alternatief allerlei materialen gebruikt om nesten te bouwen. Die zijn in het stadse milieu meestal ruimschoots voorhanden! Fascinerend is het baltsgedrag van de Fuut dat voorafgaat aan de paring. Dit gaat gepaard met verschillende rituelen dat uiteindelijk leidt tot een dans, waarbij de vogels hoog opgericht, als het ware lopend over het water scheren, een mooi spektakel.

In een Noord-Amerikaanse natuurdocumentaire zag ik die dans nog mooier uitgevoerd. Daar was een paartje Zwanenhalsfuten voor verantwoordelijk. De naam verraadt het al, ze hebben een langere hals dan onze futen, waardoor ze zonder meer eleganter zijn en die dans over het water er gracieuzer uitziet. Ik meen te weten dat ze verdwaald in Groot-Brittannië zijn waargenomen, maar niet hier. In Nederland is een enkele keer een fuut van het Amerikaanse continent gezien, namelijk de Dikbekfuut. Van futen is bekend dat het geen sterke vliegers zijn. Dan is het toch knap dat deze vrij kleine fuut, die er ietwat plomp uitziet, ons continent bereikt. Er zijn soorten die dat nooit zal lukken, gewoon omdat ze niet kunnen vliegen. Eén daarvan is de Titicacafuut, vernoemd naar het leefgebied van deze soort, het hoog in het Andesgebergte gelegen immens grote Titicacameer (ruim 8300 km2), dat op de grens ligt van Colombia en Peru. Ik zou deze intrigerende soort daar best een keer willen bekijken, maar de reis is te kostbaar. Ik ben al blij met twee weekjes vakantie Zierikzee! Erg bijzonder is een ook naar het meer vernoemde kikker, die er vanwege de vele huidplooien en grootte afzichtelijk uitziet. Die huidplooien stellen de kikker in staat om op grotere diepte zuurstof uit het water op te nemen. Op het menu van de Titicacafuut zal hij niet staan, daarvoor is hij te groot, maar wellicht de kikkervisjes wel.