Ge-noten

Puur natuur

Zaterdag is aanvuldag. We vullen de voorraden aan voor de komende werkweek. Twee volle kratten voedsel worden verdeeld over koelkast, keukenlades en voorraadkast. ‘Dit is niet de goede muesli, deze heeft vruchten in plaats van zaden en noten’. ‘Die met noten is lekkerder’ hoor ik vanuit de bijkeuken. Bliksem, er blijken twee varianten te zijn en daar was ik me niet van bewust. Volgende keer noten i.p.v. vruchten. 

Voor Nationaal Park Drentsche Aa stel ik wekelijks een klein fotopuzzeltje samen rond een bepaald thema. Ik had net besloten om voor de laatste puzzel ‘bessen en vruchten’ als thema te kiezen. Dit thema sluit aan op het seizoen. Struinend door het bos, met de camera in de hand, leg ik vlierbessen, lijsterbessen, rozebottels, vogelkersbessen, hazelnoten en eikels vast. Toen sloeg de verwarring toe. Bessen, vruchten, zaden, pitten en noten, wat zijn eigenlijk de verschillen? Er volgde een zoektocht in een boeiende ietwat verwarrende wereld. Ik hoop dat je mijn verhaal hieronder kunt volgen.

Zaden zijn bevruchte en gerijpte eicellen van een bloemplant. Hieruit kan een nieuwe plant groeien. Veel zaden zijn eetbaar en vormen daardoor ook een belangrijke voedselbron voor mensen en dieren. Denk daarbij aan graansoorten zoals tarwe, rogge, gerst, mais en rijst, die wij eten. Tot zover is het duidelijk.

Vruchten omsluiten het zaad van bedektzadige planten. Vruchten maken zo het verschil tussen naaktzadigen en bedektzadigen. Pitvruchten hebben een pit in het binnenste van de vrucht, zoals de appel en peer. In de pit zit het zaad. Vruchtpitten (zitten dus in pitvruchten) worden meestal niet gegeten. Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld zonnebloempitten en pijnboompitten. Bij steenvruchten (steenfruit) spreken we over een harde pit. Voorbeelden van steenvruchten zijn kersen, pruimen, olijf, avocado maar ook walnoten en bramen. Bramen? Ja, bramen vallen dan weer onder de verzamelsteenvruchten. Deze vruchten bestaan uit meerdere steenvruchten die samen één vrucht vormen. De braam is daarvan een mooi voorbeeld. Alle bolletjes van de braam zijn een apart vruchtje met een pitje. Samen vormen ze de braam. Nog te volgen?

En hoe zit het dan met noten en zaden? Noten zijn droge vruchten met een harde, houtachtige dop, waar meestal 1 noot in zit. Voorbeelden van noten: amandelen, cashewnoten, hazelnoten, macadamianoten, en pistachenoten. Noten groeien aan enkele soorten bomen, zaden groeien aan elke andere plant/struik of boomsoort. Alle noten zijn zaden maar niet alle zaden zijn noten. Helder?

De pinda of aardnoot is geen noot maar een peulvrucht. Ja, die hebben we ook nog. Een peulvrucht is een vrucht met daarbinnen een rijtje bonen of erwten. Bonen en erwten zijn weer zaden. Volgens het voedingscentrum worden amandelen officieel gerekend tot fruit en walnoten tot steenvruchten. Toch worden walnoten, amandelen en pinda’s vanwege bepaalde eigenschappen toch tot noten gerekend. Beetje vaag allemaal, maar wel lekker.    

Ik heb echt van deze puzzeltocht naar de verschillen tussen zaden, bessen, vruchten etc. ge-noten. Ik heb veel vrucht-bare informatie gevonden. Ook de noten-muesli heb ik inmiddels in de schappen gevonden. Ik schrijf voorlopig verder want ik heb nog heel veel ‘noten op mijn zang’. Oh ja, zangnoten, die hebben we ook nog.