Geboortegolf

    Het zijn van die ’aardige’ berichten dat bijvoorbeeld een langdurige stroomstoring ergens leidt tot een geboortegolf(je). Het kan ook het gevolg van iets anders zijn, zoals het langdurig ingesneeuwd zijn, maar dat is een fenomeen dat je buiten Nederland moet zoeken. De laatste keer dat we in ons land echt werden geteisterd door extreme sneeuwval ligt al decennia achter ons. Dat was op 14 februari 1979. Ik woonde op het platteland en raakte ingesneeuwd, maar had voldoende in huis om de dagen die volgden probleemloos te doorstaan.

    Die sneeuwstorm woedde destijds in het noorden van het land, terwijl de rest ervan verstoken bleef. Of het heeft geleid tot een geboortegolfje in Noord-Nederland kon ik niet achterhalen, maar las wel ergens dat daar sprake van was na het carnaval. Maar dat kan meer worden geweten aan een lichtzinnige levensmoraal dan aan ’echt tijd voor elkaar hebben’. Boven deze column ziet u een paartje Ooievaars die tijd voor elkaar hebben en duidelijk het voorjaar in de kop hebben. Het is een mooie foto van Trienke Tijseling uit Zevenhuizen. Vorige week had ik het ook al over het voorjaar en meldde en passant nog geen krokussen te hebben gezien. Het was een dag nadat de Krant verscheen dat ik ze her en der wel zag, zelfs eentje in mijn eigen tuin. Nog niet van die mooie, grote gele en paarse krokussen, maar meer van dat ’schieterige’ lichtroze spul. Hoe dan ook, het duidt er op dat het voorjaar aanstaande is. Meer dan twee weken eerder hoorde ik trouwens al eens een Merel zingen en nu hoor je die al overal. Ook de zich vaak drie keer herhalende Zanglijster hoor je regelmatig. Nico de Haan (mooie naam) omschreef dat op een cd-tje als: ”Frederik, Frederik, Frederik”. Fonetisch klopt er niets van, maar dat van de herhaling wel.

    Wat je al eerder kon horen was een ander familielid van de lijsterachtigen, de Grote lijster. Die zingt soms al in januari. Hij is wel een stukje minder algemeen dan de Zanglijster en helemaal ten opzichte van de Merel. Een andere ’vroege vogel’ is de Blauwe reiger. Daarover las ik laatst dat deze soort omstreeks deze tijd al op de eieren zit. Dan kan het later knap lastig zijn om de jongen groot te brengen, want met (meestal) een nest hoog in de boom ben je als jonge vogel tamelijk kwetsbaar wanneer de weersomstandigheden slecht zijn. Dan komt het eropaan dat de oudervogel voldoende beschutting biedt. Dat geldt minder voor de Bosuil, ook al zo’n vroege broeder, want daarvan zoeken de oudervogels zelf al de beschutting van een boomholte of een nestkast. Dat scheelt dan gelijk behoorlijk voor hun kwetsbare jongen. De meeste vogels zijn nog (lang) niet toe aan broeden, maar hun activiteiten zijn er niet minder om. Misschien kent u lang niet alle vogelliedjes, maar die knetterharde zang van de Winterkoning valt nu tevens alom te beluisteren. Ook mezen zijn actief en uiteraard is dat vooral met de bedoeling om een territorium te claimen. Spechten doen dat anders, namelijk   door op stammen te roffelen. Om het meer op te laten vallen gebruiken ze daarvoor ook wel andere staande objecten, zoals een lantaarnpaal. Zo’n roffel op metaal resoneert geweldig en maakt grote indruk!

    Alle voorbereidingen, en het broeden natuurlijk, moet uiteindelijk leiden tot nazaten. Zonder nageslacht sterft een soort uit. Als het de mensheid zou overkomen is dat een zegen voor de natuur, want de mens kun je beschouwen als de grootste plaag die er op de wereld heerst. Voor andere soorten is het misschien ook niet erg, maar wel erg jammer, zeker als de mens er debet aan is. Een voorbeeld dat we allen kennen is natuurlijk de Dodo, een loopvogel waar de Nederlanders als hoofdschuldigen zijn aan te wijzen dat deze er niet meer is. Een ander voorbeeld is de Amerikaanse trekduif. Eens waren er miljarden van, maar omstreeks 1870 werden de aantallen kleiner en rond de eeuwwisseling (1900) waren ze zelfs al uitgeroeid. Dat was ongekend. Overigens waren ze daar in Amerika ook al flink op weg om de Bizon uit te roeien. Dichter bij huis zijn er ook volop problemen met tal van vogels. Vooral weide- en akkervogels hebben het zwaar te verduren door de moderne landbouw. Er is nauwelijks nog plek voor ze. Onze tot nationale vogel uitgeroepen Grutto is er een exponent van. Nog even en we horen ze helemaal niet meer.