Geboren en getogen – René van Zonneveld

‘Ik geloof dat ik in mijn hele leven niet meer dan 250 dagen buiten Roden ben geweest’

Een nieuwe rubriek. In Geboren en Getogen gaat De Krant op zoek naar mensen die nog steeds wonen op de plek waar ze opgroeiden. Mensen die nog steeds van ‘hun’ dorp houden en er het liefst niet meer weggaan. De komende weken zullen dergelijke verhalen in De Krant verschijnen. Te beginnen in Roden.

 RODEN – Hij groeide op aan de Groningerstraat, op de plek waar nu een appartementencomplex staat. Een prachtige boerderij die was opgedeeld in twee woonhuizen. Op de trambaan die voor de deur lag speelde hij vaak. Samen met zijn broer en zusje met het oor op de rails, om te horen of de tram eraan komt. René van Zonneveld uit Roden weet het nog als de dag van gisteren. “We gooiden muntjes op de rails, die helemaal plat gereden werden. Mooie herinneringen.”

Zo’n zeven jaar woonde René van Zonneveld (48) samen met zijn vader, moeder, broer en zusje aan de Groningerstraat. Zijn vader was een hobbyboer, hield een paar koeien en werkte bij de landbouwvereniging en bij de gemeente. “De Drachtstertram liep via Roden, Peize, Hoogkerk en Leek naar Drachten. Een goederentrein die spullen bij de losperonnen bracht, bedoeld voor de  landbouwverenigingen. In Peize was dat bij het Hertenkamp, in Roden bij de Helterbult. Wij speelden daar altijd.” Later verhuisde het gezin naar de Schoolstraat, naar de woning naast de brandweerkazerne. “Dat was een dingetje vroeger. Werkte je bij de gemeente, zat je ook bij de brandweer. Mijn vader werd beheerder van de kazerne. We beheerden het alarmeringssysteem. Had je brand, belde je ons. Mijn moeder nam vaak op. Ze noteerde op een krijtbord waar de brand was en hing dat in de kazerne. Zo wisten de mannen meteen waar ze moesten zijn. Later kwam de ambulancepost en de taxicentrale van de families Holt en Reinders tegenover ons. Toen zijn we de alarmeringsdiensten gaan afwisselen. Door de week kreeg de ambulancepost de meldingen van brand, wij in het weekend. Liep mevrouw Holt met een krijtbordje naar de overkant van de straat. Andersom trouwens niet hoor. Wij kregen geen meldingen voor de ambulance. Jaren later kregen we ook Peize erbij, zij hadden geen mensen meer om de brandweer te bemannen. Dat was de eerste stap naar samenwerking.”

Halverwege de jaren tachtig verdween het alarmeringssysteem. Dat ging naar Assen en weer later naar Drachten, vertelt René. “Toen kwam er voor mijn ouders meer vrijheid. Tegenwoordig is het sowieso veel handiger geregeld met al die mobiele telefoons. Wij moesten altijd thuis zijn. Kwamen niet verder dan de achtertuin. Ik heb er met veel plezier gewoond. Verstoppertje spelen tussen de brandweerauto’s. Mooi man. We zaten boven op het nieuws. Er was altijd reuring in de tent bij ons.  Ging de pieper, stonden er binnen een paar minuten 15 tot 20 auto’s voor de deur. Mensen zeiden wel eens; ‘goh, wat is het hier altijd druk’. Wij waren het zo gewend. Was er brand, ging ik met mijn moeder broodjes halen bij de supermarkt in de Heerestraat, Eit Preit noemden we hem. In de kazerne smeerden we de broodjes en vervolgens gingen we die met de auto bij de brandweermannen langsbrengen.”

René’s ouders zijn er niet meer. Zijn moeder overleed twintig jaar geleden aan de gevolgen van leverkanker. René had een heel goede band met haar. “Mijn moeder was alles voor me, mijn vertrouwenspersoon. Zij is maar 53 geworden. Dat zet je weleens tot denken. Mijn vader overleed acht jaar geleden. Ze hadden er qua leeftijd nog makkelijk kunnen zijn. Ze zouden dit jaar 74  zijn geworden. Nu ben je als kinderen op elkaar aangewezen.”

De kazerne aan de Schoolstraat functioneerde nog tot vijf jaar geleden. Met de komst van de nieuwe kazerne aan de Westeresch is het pand afgebroken. René bleef er wonen tot zijn 38e. Getwijfeld of hij misschien ergens buiten Roden zou gaan wonen heeft hij niet. Geen haar op zijn hoofd zelfs. “Ik geloof dat ik in mijn hele leven niet meer dan 250 dagen buiten Roden ben geweest.” René kocht een huis aan de Aukemastraat. Op de hoek, pal aan de Nieuweweg. Hij had niet zestig meter naar links willen wonen. Nee man, is het uitzicht weg. Het is altijd gebleven. Reuring. René houdt ervan. “Dan was ik serieus minder gelukkig geworden. Er moet iets te zien zijn.” En anders zien mensen René wel. Dankzij zijn baan bij de uitvoerende dienst bij de gemeente Noordenveld is Van Zonneveld onderhand een BN’er. Iedereen kent hem. Zijn er calamiteiten in de gemeente, wordt René in geschakeld. Neem de storm van laatst. De tornado die door Noordenveld raasde kostte de gemeente 800 bomen. René en zijn team zorgen er meteen voor dat de meest onveilige situaties onmiddellijk worden aangepakt. Of wanneer er ergens een stoeprand scheef ligt of dat er ergens iets verzakt is, rukt René uit. Geen calamiteit is hem teveel. Sterker nog; dan voelt hij zich op z’n best. “Het mooiste vind ik de waardering van mensen.  Die dankbaarheid doet me goed.”

In zijn vrijetijd staat René graag aan de zijlijn van het Peizer voetbalveld. Zijn neefje speelt er. Als voetballiefhebber pur sang gaat hij graag naar de wedstrijden. En de thuiswedstrijden van de FC slaat –ie nooit over. “Vanaf het debuut van Ronald Koeman als speler heb ik in de Oosterpark 3 wedstrijden gemist, in de Euroborg 2. Wat ik zo mooi vind? De sfeer. Die is fantastisch. Als klein kind waren het mijn helden. Renze de Vries, daar keek je tegenop. Adri van Tiggelen en John de Wolf woonden in Roden, ze deden boodschappen bij de Albert Heijn. Dat kon ik allemaal vanuit mijn slaapkamerraam zien. Die verbondenheid is altijd gebleven.”

Hoewel René gelukkig is aan de Aukemastraat, wil hij nog wel één keer een move maken. Naar de Heerestraat. Maar dan wel boven de dierenwinkel. Met zicht op de Roder horeca. “Daar zou ik wel willen wonen. Geen 60 meter naar links. Ik moet wat zien. Maar zover is het nog niet hoor. Ik zit hier nog prima.”