‘Geen luxe, maar bittere noodzaak’

Roder Zakenkring wil zo snel mogelijk de beloofde 100 parkeerplekken

RODEN – De parkeerdruk in het winkelcentrum van Roden neemt behoorlijk toe, volgens de Zakenkring Roden. Nu de 32 parkeerplaatsen bij het busstation zijn verdwenen en de noodparkeervoorziening van 30 plaatsen aan de kop van de Wilhelminastraat wordt gebruikt als bouwplaats voor het HOV-project, zie je krapte ontstaan, zegt het bestuur. Vooral op vrijdag, tijdens de weekmarkt en op zaterdag is het hangen en wurgen om je wagen ergens kwijt te raken. De situatie baart de Roder ondernemersvereniging grote zorgen.

De werkzaamheden voor het Hoogwaardig Openbaar Vervoer-project (HOV) zijn inmiddels in volle gang. Ook met de centrumontwikkeling van Roden is een start gemaakt. Maar de vorig jaar door de raad toegezegde 100 parkeerplaatsen komen nog niet voor op het tijdspad.  Een zorgpunt, zegt Ron Schothorst namens de Zakenkring. In een mail aan alle leden verzoekt de ondernemersvereniging dringend om de auto’s van de ondernemers en het winkelpersoneel niet in het centrum te parkeren. Afgelopen weekend was de krapte duidelijk merkbaar. In de Heerestraat aan beide zijden lange slierten auto’s, de Albertsbaan stond tjokvol geparkeerde automobielen en ook op de Westerbaan, achter de Jumbo, was amper een plek te vinden. Dat was ook allemaal wel voorzien, zegt de Zakenkring die doelt op het weghalen van de in totaal 62 parkeerplaatsen om te kunnen starten met het HOV-project. “Daarvoor waren de 100 extra plaatsen toegezegd. Dat is geen luxe, maar bittere noodzaak. Het te kort aan parkeerplaatsen is killing voor Roden. Je kunt wel roepen: ‘koop lokaal’, maar als je je voorzieningen niet op orde hebt, sla je de plank goed mis”, zegt een bestuurslid die zelf een winkel heeft in het centrum. Regelmatig hoort hij klanten in zijn winkel klagen over de parkeervoorzieningen in het dorp. 

Gemak

“Mensen gaan voor gemak. Ze willen dichtbij de winkels kunnen parkeren. Straks laten ze Roden links liggen en rijden naar Leek voor de boodschappen”, gaat de ondernemer verder. “Dat moet je toch niet willen? Helemaal in een zware tijd als deze zou de gemeente alles voor haar ondernemers moeten doen. Meer dan 1500 gezinnen zijn afhankelijk van de kern van Roden”, stelt de ondernemer die het straks somber inziet als de Rabobank verbouwd wordt tot appartementencomplex en werkplekken voor ZZP’ers.  “De verbouw gaat zeker nóg meer parkeerdruk opleveren. En daar komt bij speelgoedzaak Intertoys intrek neemt in het voormalige pand van By Sesoen aan de Albertsbaan.” Het bestuur van de Zakenkring zat afgelopen donderdag  voor het eerst sinds lange tijd weer met de gemeente om tafel. Het gebrek aan parkeerplaatsen kwam hierbij kort aan de orde, volgens Schothorst. “De honderd parkeerplaatsen gaan zeker door, liet wethouder Henk Kosters weten. Hij kon alleen geen strakke datum noemen.”

Het punt heeft ook aandacht van de gemeenteraad, laat raadslid namens het CDA Harm Holman weten. “Ik ga ervan uit dat ze er spoedig mee komen. Ik weet dat dat het college bezig is met de ontwikkeling van de Trambaan, de hoek Wilhelminastraat/Kanaalstraat. Daar zal het gros van de parkeerplaatsen moeten komen vermoed ik. Wij zullen binnenkort vragen ‘college, hoever bent u met de plannen?’ De raad ziet de aanleg van de parkeerplaatsen liever nog vandaag dan morgen”, aldus Holman.

Reactie wethouder Henk Kosters:

Wethouder Henk Kosters snapt niet waar de ophef ineens vandaan komt. “Daar zijn destijds afspraken over gemaakt. Er zit een heel verhaal achter. Eerst gaan we de Heerestraat inrichten. Die parkeerplaatsen komen er, deels in de kop van de Wilhelminastraat, deels in de Heerestraat en aan de Westerbaan. Maar we hebben niet gezegd dat ze er in 2020 moeten liggen. Wat mij betreft is dit geen discussie. En dat het tekort aan parkeerplaatsen voor wat overlast zorgt snappen we. Misschien moeten de winkeliers en het winkelpersoneel zelf de auto ergens anders parkeren. Maar nogmaals: ik begrijp niet waar dit ineens vandaan komt. We hebben donderdag bij elkaar gezeten. De parkeerplaatsen kwamen heel even aan bod, maar het was eigenlijk geen item.”