Geert de Vries: ‘Bang voor de concurrent was ik nooit. Ik leerde van wat een ander fout deed’

RODEN – Hoe noem je zo iemand ook al weer, een ondernemer die tot begrip verheven is in zijn eigen dorp. En niet alleen door z’n lange staat van dienst, maar ook om zijn sprankelende persoonlijkheid. En boerennuchterheid. Handelsgeest. Een notabele van Roden toch? Hoewel al 66, is Geert de Vries samen met zijn vrouw Tineke nog steeds actief. Oké, een paar tandjes lager dan toen het allemaal nog per se moest, maar zonder kan hij niet. Want er wordt niet alleen handel gedreven bij De Vries tuinmeubelen XXL aan de Gedempte Haven, het is ook een ontmoetingsplek. ‘Een sociaal gebeuren’, zoals Geert het noemt. In de Zweedse blokhut midden in de zaak, waar de koffie áltijd klaarstaat, vertelt de ondernemer over 70 jaar familiehistorie in ondernemerschap. “Ik was net een koe met vier spenen. Er kwam altijd wel ergens melk uit.”

Een winkel waar je een strijkijzer kon kopen, een brandweerauto, schoenpoets, schaatsen en een leuke tuinset. En o ja, alles om je kerstboom mee op te tuigen. Van zo’n winkel was er maar één: Warenhuis de Vries in Roden. Opgericht door pa en ma De Vries op 1 januari 1946. Bedoeld voor ma De Vries, want pa verdiende de kost als timmerman. “Mijn moeder runde de winkel. Toen ik drie jaar later geboren werd, nam ze me gewoon mee. Lag ik in een kinderwagen die ze buiten op de stoep voor de zaak parkeerde. Ik groeide ermee op. Stond als klein jochie vaak achter de toonbank. Herinner me al die laadjes  vol spulletjes zo goed”, begint Geert terwijl hij een lekker vers bakkie voorschotelt.

Zo vanzelfsprekend is het helemaal niet dat Geert in de zaak van zijn ouders is beland, worden we al snel gewaar. Hij wilde namelijk net als z’n pa timmerman worden en ging na de lagere school naar de Ambachtsschool in Leek. In een uur tijd raast Geert als een tornado door zijn leven. Over het ondernemerschap, over Tineke, zijn rots in de branding, en over zijn gouden regels: nooit overal in mee gaan, leer van de fouten van een ander en doe alleen zaken met bedrijven die ook achter jou staan.  “Twee jaar werkte ik als timmerman. Bij Harm Ottens. Samen met Henk Bandringa vormden we een team. Daarna was het wel klaar. De timmerbranche zakte in en mijn ouders raakten op leeftijd.” In de zaak stappen leek een serieuze optie voor Geert. ‘Ga eerst maar even ergens anders ervaring opdoen’ luidde de vriendelijke doch dringende boodschap van pa en ma. “Ik ging aan de slag bij Hagens Warenhuis in Arnhem.  Zestien was ik. Zat in de kost bij een gastgezin. Daarna stak ik mijn licht op bij Wieringa in Haren. Ook een warenhuis waar ze een behoorlijke tuinmeubelafdeling hadden. Dat was echt mijn ding. Had er feeling mee.” De kiem van het succes misschien wel, het avontuur in Haren. Want daar sprong de vonk over, tussen Geert en de tuinstoelen.

Alles verliep volgens plan: twee jaar ervaring in de broekzak, op z’n 18e in dienst bij zijn ouders, op z’n 20e zelfstandig ondernemer, kocht de zaak van pa en ma aan de Heerestraat naast het Wapen van Drenthe. 1970 was het. Talloze verbouwingen volgden. Iedere keer werden er weer stukken bij aangelapt. Keer op keer was de tent te klein. Gouden tijden. Geert achter de handel aan, kleuterjuf Tineke in de winkel. “In de zomer verkocht ik tuinstoelen, in de winter schaatsen en kerstspullen. De huishoudelijke artikelen en het speelgoed liepen het hele jaar wel door. Ik was net een melkkoe: ik had vier spenen en er was altijd wel één waar melk uitkwam”, symboliseert Geert de kracht van de Warenhuis de Vries. Er was altijd wel een seizoen dat goed was. En soms vloeide er melk uit alle vier spenen.” Bang voor de concurrent was Geert nooit. Nu nog steeds niet trouwens. “Ik keek wel, ik leerde van wat een ander fout deed.” Nog een wijze les van Geert: “Heb vertrouwen in jezelf. In je eigen kracht. Ga niet overal in mee. Doe alleen zaken met leveranciers die ook achter jou staan. Nou ja, en eerst een paar centen verdienen voor je ze uitgeeft natuurlijk. Handelsgeest heb ik meegekregen van pa. Die kocht in het voorjaar een koe en verkocht hem op Rodermarkt”, weet Geert zich nog te herinneren. Dan: “Even wachten hoor”, onderbreekt Geert het gesprek. Verkoopmedewerker Jeroen heeft zonet een complete tuinset verkocht en meldt dat even aan het opperhoofd (chief voor 3 dagen, want dochter José en schoonzoon Marco zijn voor inkoop het land in). “Laat ze maar een leuk dienblad uitzoeken. Vinden mensen altijd mooi hè, een kadootje erbij. Waar waren we gebleven?”, vraagt Geert zich hardop af terwijl hij in dezelfde zin overschakelt naar 2000.  “In 2000 hebben we de boel gesplitst. Kwam José in de zaak. Omdat de Heerestraat te klein werd, zijn we een dependance begonnen in de Kanaalstraat. Vanuit daar verkochten we de tuinmeubelen. Dat ging goed tot 2008. Toen kwam de klad in de huishoudelijke artikelen. Veel te veel concurrentie. Van Action, Lidl, Kruidvat, dat soort winkels. We besloten alleen verder te gaan in de Kanaalstraat. Met z’n drieën. Dat leverde trouwens nog best wat strijd op tussen José en mij. Ik wilde er wel mee stoppen, was 62, had het wel gehad. José wou door. Dus gingen we door. Zonder ook maar één dag spijt.”

In 2012 verkaste de familie De Vries de zaak naar de overkant. Nestelden zich aan de Roder Vrijetijdsboulevard. “Sjors van der Heide benaderde me. Of ik niet in het voormalige Brabantia-pand wilde zitten. Een pracht plek, volgens hem. Om het te proberen kon ik daar tijdelijk een tuinmeubeloutlet van maken. Dat werd zo’n succes, ik draaide daar meer omzet dan in de Kanaalstraat. In 2012 draaiden we volledig vanaf deze locatie. Ongelofelijk spannend was het wel. We werden vier keer zo groot. Er waren zat mensen –waaronder de boekhouder- die zeiden: dat kan nooit! Bestaat niet! Wat er toen gebeurde, was voor ons ook nauwelijks te bevatten. De omzet verdubbelde. Gekkenwerk was het. Toen is Marco (echtgenoot van José, red.) ook in de zaak gekomen. Vorig jaar hebben ze samen de boel officieel van me overgenomen. José eerst bij mij op de loonlijst, ik nu bij haar, haha.” Geert veert op. “Bedankt hè”, roept hij naar een man die per fiets de zaak in komt rijden. “Herry Ritsema. Vroeger postbode. En ober bij het Wapen van Drenthe. Komt elke dinsdag de Krant brengen. Mooi hè?” Het is onderdeel van het ‘sociale gebeuren’ zoals Geert het noemt. Want bij de Vries draait niet alles alleen maar om de handel. ‘Gezelligheid kent geen tijd’ zou er op een tegeltje aan de blokhut kunnen hangen. “Hier gebeurt van alles. Het is ook een ontmoetingsplek. Elke dag komt hier wel even iemand aanwaaien voor een bakkie koffie.” Geert schiet in de lach. Dacht ineens even aan een tafereel van een paar weken terug. “Weet je, Marco en ik worden hier altijd geknipt. Gewoon in een tuinstoel. Zo ook een paar weken geleden. Komt er een echtpaar binnen. Uit Duitsland. Bunde geloof ik. ‘Kan ich auch geschnitten werden’?’, vroeg de man bloedserieus. Wij: ja hoor, tuurlijk! Dus die man ook in de stoel. Hilarisch toch? Zulke dingen kunnen hier ook.”

Geert geniet. Glundert bij het vertellen van dit soort verhalen. Geert fietst iedere dag rond een uur of tien naar de zaak. “Tot vier uur hoor, dan is het mooi geweest. Ben het manusje van alles hier: repareer wat, zet koffie, help in de verkoop. Tineke trouwens ook. Anderhalve dag. Iedere vrijdag en zondagmiddag. Vindt ze prachtig. De kussenafdeling is haar ding.” Geert is nog lang niet van plan te stoppen. “Zo lang als mijn gezondheid het toelaat ben ik er. Ik heb cerebellaire ataxi, een soort aandoening in de hersenen wat invloed heeft op mijn coördinatievermogen. Familie van Parkinson, MS en ALS. Maar lang niet zo erg hoor. Zie het maar als een lichte variant. Zit in de genen. Mijn vader had het ook, net als mijn broer. Je kunt er oud mee worden. Naar je lichaam luisteren en in beweging blijven, is het advies van de artsen. En dat zit hier wel goed.” Geert wordt alweer geroepen. Een mevrouw die zondag bij hem in de zaak was, heeft er even over nagedacht. Ze wil de hele set. De notabele van Roden staat op en pakt een kladblok. “Ga zitten. Koffie?”