Geest én bes uit de fles?

Houden we de geest in de fles? Of is de dop er af en houden we de situatie niet meer in de hand?

Afgelopen vakantie ruilden we Frankrijk in voor een kleine natuurcamping bij het Drentse Mantinge. De waarschuwingen en het oplopende aantal coronabesmettingen hebben ons in deze keuze gesterkt. Zo (her)ontdek je je woonprovincie in Nederland. En met ons vele landgenoten, die dagelijks hun verhalen en ervaringen in het Drentse landschap met ons deelden. Mijn buurman vatte het samen met ‘Het gaat hier zoveel gemoedelijker en vriendelijker dan in het Westen, veel minder gejaagd’.

Toen onze tent stond waren we twee uur verder. Ja inderdaad, zo’n grote De Waard tent, met zonneschermen en varioluifel. Onze buren arriveerden een uur later en zaten, al grappend, een half uur eerder aan de koffie. Maar toen het regende werd het steeds stiller in het kleine tentje. We knikten vriendelijk terug als ze voorbij liepen. Achterover gezakt in onze met Drentse heideschapenvacht belegde stoelen. Genietend van een wijntje bij het vuurtje in onze vuurschaal. Maar goed daar wil ik het helemaal niet over hebben.

Naast het toiletgebouw stond een plankje met daarop een spuitfles vol zuiverende, bacteriedodende spray voor onze handen. Bij de ingang stonden de spelregels voor het gebruik van de sanitaire ruimtes. Goed over nagedacht. Hang iets persoonlijks aan het haakje zodat anderen kunnen zien hoeveel mensen er binnen zijn. Max. vier personen tegelijkertijd. Maar toen de kleine camping vol stond en de sanitaire ruimte gebruikt werd bleven de haakjes leeg. En gezellige bijeenkomsten met soms meer dan 10 campinggasten rond een vuurtje. Hoezo anderhalve meter afstand? De geest is uit de fles…..

Over fles gesproken, we hebben heerlijk gewandeld over het Jeneverbesreservaat Mantingerveld. Er groeien prachtige Jeneverbessen in allerlei soorten en maten. Zuilvormige maar ook uiteen gevallen exemplaren geven het gebied een eigen, geheimzinnig karakter. Je wandelt over kleine sluipdoor-zandpaden, langs de stekelige naalden van laaghangende Jeneverbessen. Afgewisseld met open heide- en stuifzandvlaktes met rondom nog meer Jeneverbessen, schapen en heidekoetjes. 100% Drents.

Ik kan me de spannende belevenissen levendig voorstellen van reizigers die in de middeleeuwen deze Drentse Hooglanden doorkruisten. In de schemering zie je de grillig gevormde Jeneverbessen al snel aan voor (schuilplaatsen van) struikrovers. Zeker als daarbij ook nog eens de Witte Wieven tevoorschijn komen die zich overdag tussen de Jeneverbessen schuil houden. Dan wil je wel voor je leven rennen om uit de grijpgrage klauwen van deze duivelse spoken te blijven.

Maar de boom bracht ook veel goeds zoals heerlijk geurend hout en jeneverbessen. De Jeneverbes is tweehuizig, dus je hebt mannelijke en vrouwelijke bomen. De laatste dragen bessen. De groene bessen doen er twee jaar over om tot blauwe bessen te rijpen. De blauwe bessen vallen in het najaar van de bomen. Ze werden vroeger geraapt vanwege de medicinale werking. Vermalen in allerlei smeersels kon je er elke kwaal mee bestrijden. Huidkwalen, winderigheid, noem maar op.

Vroeger werden de bessen als kruidige smaakmaker aan oa jenever, gin en zuurkool toegevoegd. De firma Bols begon er mee in 1575 en nog steeds gebruiken destilleerders jeneverbessen bij de bereiding van Jenever. De bes zit dus nog in de fles. Ik las zelfs dat Jenever door de Europese Unie is erkend als beschermde geografische aanduiding. Jenever mag dus alleen worden geproduceerd in Nederland, België en in een paar aangrenzende gebieden van Frankrijk en Duitsland.

Maar de jeneverbes heeft het moeilijk in Nederland. Verjonging vindt maar mondjesmaat plaatst zodat de boom dreigt uit te sterven. Het Drentse Jeneverbesgilde zet zich daarom in voor het beheer en behoud van deze inheemse boomsoort die hier al sinds de laatste ijstijd groeit.

Andre Brasse, juli 2020