Gekuifde vrienden

column-cees-gekuifde-vr-1

Onder mijn vrienden zijn er geen met een kuif en voor zover ik me kan herinneren ook vroeger niet. Dan praat ik over pakweg 60 jaar geleden, toen met veel brillantine kuiven werden gevormd en van extra glans voorzien. Het meest gangbare model toen was echter ’Kort Amerikaans’, omdat het zo voordelig was. Dat principe: bloempot op je hoofd, alles eromheen wegscheren en de rest bijknippen, zie je tegenwoordig weer veel (retro) en, ook net als toen, brillen met donkere monturen.

Nog niet zo lang geleden werd over dat laatste gezegd: ’Geen gezicht 1960’ en lieten de meesten het wel uit hun hoofd zo over straat te gaan. Maar tegenwoordig lopen er zo veel donkere monturen rond dat je het wel laat daarover opmerkingen te maken. Goede kans dat ze tegen me zeggen dat ik met mijn bril van 6 jaar geleden er ouderwets bijloop. En over voornoemde kapsels zal ik ook maar niets zeggen, alleen dat eenieder er mag bijlopen waar hij/zij zich senang bij voelt.                            
Omdat ik hier over de natuur mag schrijven kan ik het wel hebben over andere gekuifde vrienden, vogels. Daar zijn er nogal wat van en meestal zijn ze naar hun kuif vernoemd. De mooiste is volgens mij de Gekuifde koketkolibrie die met zijn lichaamslengte van 7 cm slechts 2 gram weegt. Het mannetje van deze soort ziet er qua kleur met diverse schakeringen werkelijk schitterend uit. Het is echt de moeite waard hem op internet eens te bekijken en als u toch eenmaal bezig bent is een blik op een andere kolibrie, de Gekuifde draadkolibrie, ook zeer de moeite waard. Ik weet zeker dat veel mensen die er extravagant bij willen lopen jaloers worden wanneer ze het ’kapsel’ van dit vogeltje zien, want dat verzin je niet.

Er zijn heel wat meer gekuifde vogels en naast ’Gekuifde’ hebben ze meestal ’Kuif’ voor hun naam staan. Alfabetisch loopt dat van de Kuifaalscholver tot en met de Kuifuil en daartussen worden 45 soorten genoemd. Van de meeste heeft u vast nog nooit gehoord: Kuifbladspeurder, Kuiffrankolijn, Kuifmoortiran, Kuifquetzal en tal van andere, maar dat zijn dan ook vogels van buiten Europa. Bekender zijn de Kuifduiker (een kleine fuutachtige), Kuifeend, Kuifkoekoek, Kuifleeuwerik en de Kuifmees. De laatste zie ik tijdens de winter af en toe op de voedertafel en soms hoor ik het kenmerkende geluid tijdens broedvogelinventarisaties. Het is een soort die net als de Zwarte mees aan naaldbossen is gebonden. De Kuifkoekoek is hier een ’vreemde eend’ in de bijt en wordt sporadisch in Nederland waargenomen; het is een dwaalgast. Ik zou hem graag eens willen zien, maar maak pas echt kans wanneer ik in Spanje een vakantie zou doorbrengen. Wij komen nooit verder dan Zuid-Frankrijk waar ze ook wel broeden. Ik heb ze er echter nog nooit gezien.
Lang niet alle vogels met een kuif worden er naar vernoemd en waarschijnlijk weet u er wel enkele te noemen. Denk daarbij aan de Pauw die u vast wel kent van allerlei parken en kinderboerderijen. Zowel mannetjes als vrouwtjes dragen een kroontje op hun kop en het mannetje torst daarbij nog een enorme staart mee om indruk op de vrouwtjes te maken. Dit is een exoot en wanneer we naar inheemse soorten kijken weten we van de Fuut dat deze in de broedtijd verlengde kopveren heeft. Die verlengde kopveren zie je ook bij tal van reigers, onder andere bij de Blauwe reiger die u boven dit stukje ziet afgebeeld. De foto is gemaakt door Pia Zomer op een moment dat het net even woei waardoor het lijkt of de vogel een kuif heeft.

Een tijdje geleden zag het er helemaal niet zo best uit voor de Blauwe reiger. De populatie was in Nederland tamelijk dramatisch teruggelopen, onder meer een gevolg van enkele strenge vorstperiodes. Het viel mij in het veld zelfs op dat ik soms meer Grote zilverreigers zag dan de Blauwe reiger. Sinds enkele jaren is hij echter bezig met een revival en zie je hem weer steeds vaker. Soms op plekken waar je hem liever niet ziet, zoals bij onze vijver. Niet dat hij daar vissen kan verschalken, in een natuurlijke vijver wil je die namelijk niet hebben, maar kikkers neemt hij af en toe wel te grazen en dat is geen fijn gezicht, maar hoort bij de natuur. Net als het gezegde: ”Zo gewonnen, zo geronnen”, want met een strenge winter kan de populatie maar zo worden gedecimeerd.