Gemeenten en het gebed zonder einde richting het Rijk

Raad van Noordenveld

De begroting van zowel de gemeente Noordenveld als van buurgemeente Westerkwartier maakt pijnlijk duidelijk dat gemeenten zitten te springen om extra geld vanuit het Rijk. Dat de nood hoog is, is inmiddels genoegzaam bekend. De oproep van beide colleges lijkt dan ook een gebed zonder eind, al gaf de Westerkwartierse burgemeester Ard van der Tuuk nog maar eens aan dat de nood écht hoog is. ‘Stadskanaal is nu de dupe, maar de problematiek komt ook dreigend op ons af. Geen gemeente gaat deze situatie volhouden.’

Het najaar is politiek altijd interessant. De presentatie van de begroting, met de daaropvolgende vaak ellenlange vergaderingen, leveren ieder jaar weer genoeg om over te schrijven. Waar gaat het geld naartoe? Welke ambities worden er wel gerealiseerd en welke plannen worden op de lange baan geschoven? En natuurlijk: wat merkt de inwoner van dit pakket aan maatregelen? Dat laatste is vooral interessant. De inwoner vindt het over het algemeen prima wat de gemeente doet, tenzij het iets in zijn nabije omgeving beïnvloedt. Of wanneer de gemeente aan zijn portemonnee komt natuurlijk! Dat is in bijna alle gemeenten het geval. De OZB wordt bijna overal verhoogd, zo ook in Noordenveld. Daar is zelfs een stijging van 7,5 procent waarneembaar. Dat lijkt een fikse stijging, maar dat wordt dan weer elders gecompenseerd. Iemand met een huis ter waarde van 250.000 euro betaalt zo’n tien euro per jaar meer. Bij een huis ter waarde van vier ton is dat 26 euro meer. Maar dan moet je ook maar niet zo’n duur huis hebben, denk ik dan weer.

Ook bij de buren (Westerkwartier) is een OZB-verhoging onvermijdelijk. ‘Het is of een verhoging, of bezuinigen op bestaande voorzieningen’, liet het college aldaar weten. Dezelfde situatie als in Noordenveld dus. De Noordenveldse wethouder Alex Wekema sprak de hoop uit dat de koek groter wordt. Ik kreeg een dag later haast een déjà vu doen wethouder Bert Nederveen sprak over de koek die op is. ‘De vorige keer boden we in Den Haag de Groninger koek aan. Die koek is nu op.’

Aan ludieke beeldspraak geen gebrek, daar weten we in Noordenveld ook alles van. Ik hoor Wekema nog op haast hysterische toon ‘laat me eruit!’ schreeuwen. Ergens in Veenhuizen, achter tralies, werd een warm pleidooi gehouden voor… Ja, voor wat ook alweer? In ieder geval kan ik het filmpje nog zo voor de geest halen. De uithaal van Wekema heb ik zelfs als ringtone ingesteld.

Een collega-journalist die de bespreking van de Noordenveldse programmabegroting eveneens met aandacht had gevolgd, schudde daags erna zijn hoofd. Hij miste de ambities in het plan. ‘Het is veel bezuinigen, de tijd overbruggen. Maar waar blijven de ambities?’ Ook de oproep naar het Rijk voor meer geld, heeft hij inmiddels wel gehoord. ‘Dat roepen gemeenten nu al zo lang, maar dat verandert weinig aan de situatie. In hoeverre is het nog realistisch om meer geld vanuit Den Haag te verwachten?’

Een goede vraag, die Bert Nederveen ook werd voorgelegd. ‘Ik denk dat we moeten wachten tot de nieuwe kabinetsformatie’, dacht hij hardop. Lekker dan, er moet blijkbaar eerst een nieuwe regering worden gevormd, willen de gemeenten wat geld tegemoet kunnen zien. Op de vraag of de wethouders ook bij hun landelijke partij lobbyen voor meer geld, was het antwoord duidelijk: ‘Dat doen we zeker, maar in Den Haag hebben ze weer hele andere problemen.’

En zo verzeil je in een vicieuze cirkel, waarbij meer geld vanuit het Rijk daadwerkelijk een gebed zonder eind lijkt. De nood is hoog, de problemen komen steeds dichterbij en de koek is op. Gemeenten modderen verder, programmabegrotingen worden keurig opgemaakt en waar het kan, wordt er kritiek op het zuinige Den Haag geleverd. Daarna dronk men een glas, deed een plas en, ach, u snapt het wel.

Meepraten? Twitter: @MathijsRenkema