Geur en kleur

Stel je voor dat alles kleurloos is. Dat alles er eender grauw uit ziet. Dat zou een saaie boel zijn. Dit zeg ik vanuit menselijk perspectief. Voor een hoop dieren geldt dat ze misschien wel kleuren zien, maar heel andere dan wij. Bijen en andere insecten zien andere kleuren dan wij, vooral grauwer. Maar voor hen geldt dat er andere zaken zijn die van belang zijn; geur bijvoorbeeld. Dat is een zintuig dat bij mensen tamelijk slecht is ontwikkeld.

 

Uiteraard zijn er mensen met een ’scherpe neus’, maar of die veel meer hebben dan de ca. 5 miljoen geurreceptoren bij een gemiddeld mens weet ik niet, Misschien een miljoentje meer? Dat lijkt ontzettend veel, maar hoe dan ook haalt ook zo’n persoon bij lange na niet wat een hond ruikt. Een Teckel bijvoorbeeld heeft er namelijk wel 125 miljoen. En wat te zeggen van de topper onder onze trouwste mensenvriend, de Bloedhond. Die bezit er maar liefst 300 miljoen! Vergeleken met de menselijke neus is die dus 60 keer beter ontwikkeld. Met zo’n neus haal je bij tijd en wijle de krant. Een artikel verhaalde over een al veertien dagen voortvluchtige moordenaar. De politie kon hem niet vinden, maar een Bloedhond die zijn spoor volgde wel. Dat was wel 160 km verder dan waar hij op het spoor werd gezet. Nou heb ik het wel over ’onze trouwste mensenvriend’, maar de voortvluchtige boef zal er toen anders over hebben gedacht.

 

Qua reukvermogen moeten we het tegen honden afleggen, maar in het onderscheiden van kleuren zijn wij wel beter ontwikkeld. Er zijn ook mensen die lijden aan kleurenblindheid en die dus weer minder kleur zien dan anderen. Dan heb je het voornamelijk over de kleuren rood en groen. Een beetje merkwaardig is dat kleurenblindheid bij 8% van de mannen voorkomt tegen slechts 0,3% bij vrouwen. Hoewel het volgens een bestuurslid (en oogarts) van IVN Roden helemaal niet merkwaardig is, maar een gevolg van een X-gebonden chromosomale eigenschap bij mannen. Bij vrouwen ligt dat duidelijk anders en wat volgde was een X en Y chromosomale verhandeling die ik u hier liever bespaar. Zelf ben ik gelukkig niet behept met afwijkingen wat betreft het onderscheiden van kleuren. Over mijn reukvermogen ben ik minder te spreken, maar als ex-roker pik ik rokers er op afstand met gemak uit.

 

Toch vind ik het benoemen van kleuren lang niet altijd gemakkelijk. Neem nou het Oranje havikskruid op de foto. Is dat wel oranje of neigt dat meer naar rood. Volgens twee dames is het zonder meer oranje, maar ik beoordeelde dat anders, want ik vind dat het meer rood is dan oranje. Is er dan toch sprake van enige kleurenblindheid? Momenteel ben ik bezig met het beschrijven van een grote reeks paddenstoelen en daarbij worden de kleur en (eventuele) geur omschreven. Dat hebben velen al voor mij gedaan en hun bevindingen weeg ik mee. Maar met de afbeeldingen er bij is dat helemaal nog niet zo gemakkelijk. Over één en dezelfde soort lees ik dat de één het heeft over grauwwit, een ander over vuilwit en weer een ander over grijswit. Eigenlijk zou een omschrijving van een kleur eensluidend moeten zijn, maar je ontkomt er niet aan dat eenieder er een eigen interpretatie op nahoudt. En omdat je niet hetzelfde wilt schrijven wat een ander heeft gedaan kan het gebeuren dat ik tot een omschrijving kom van: ”witachtig met een zweem van lichtgrijs”.

 

Nog even iets over het Oranje havikskruid, over die, zeg maar, mooie oranjerode composiet. Het is een kleur die in de natuur zonder meer opvalt, het knalt je tegemoet. Vroeger was het een zeldzame verschijning in Nederland. Dan praat ik over de periode voor 1950, een datum die in veel atlassen over het voorkomen van allerlei natuurzaken wordt vermeld. Toen was sprake van verwilderde planten uit tuinen, maar tegenwoordig is het een zeer algemene, wijd verbreidde soort die (net als honderden andere) deel uitmaakt van de Nederlandse flora. Zelf heb ik hem in mijn tuin waar hij tot mijn frustratie opduikt op plekken waar ik hem liever niet zie. Dan is het eigenlijk onkruid.