‘Goochelaar in de dop’

LEEK – Voorzichtig hield het meisje een doorzichtige kan omhoog onder de pomp. Wachtend op koel helder water. De handzwengel van de pomp werd voorzichtig op en neer bewogen door wethouder Rien Honnef. Met ingehouden adem stonden alle kinderen van basisschool Het Veenpluis in Zevenhuizen te wachten op het resultaat. Niet knipperend met de ogen, omdat anders de eerste druppel zou worden gemist. Missen deden ze niets, en het meiske met de kan al helemaal niet. Ineens, of er bij heldere hemel een stortbui losbarstte, denderde het water met liters tegelijk uit de pomp. Ondanks de doorweekte mouw hield ze de kan stevig vast. Pas daarna werd er wel even met de ogen geknipperd. Het water in de kan was niet kleurloos, maar blauw. Een wonder? Zeker niet! Het hoofd van de school biechtte mij later op, dat hij van tevoren stiekem een beetje blauwe inkt in de kan had gedruppeld. Een goochelaar in de dop. Het water was intussen door de scholiere in aan elkaar gekoppelde doorzichtige buizen geschonken, zodat het water, zoals het ook in de natuur doet, haar loop kon vervolgen. De bedoeling van dit alles was de aftrap van het educatief waterproject in het Westerkwartier. 2700 leerlingen van 19 basisscholen krijgen een lesprogramma over water. Dit door samenwerking van het IVN, het drinkwaterbedrijf Waterschap Noorderzijlvest, de vier Westerkwartier gemeenten en de Stichting NDCE. De laatste verzorgt educatieprojecten op het gebied van natuur, duurzaamheid en cultuur voor openbare en christelijke scholen in het Westerkwartier. Verhalenvertellers van Stichting Mien Westerkwartier zullen behulpzaam zijn bij de lessen. Zeker is dat de kinderen binnenkort meer over water weten dan hun ouders. De loop van het water doet mij denken aan zo’n 55 jaar geleden. Samen met mijn ouders, drie broertjes en twee zusjes waren we op vakantie in de buurt van Arnhem. Een wolkbreuk die uren bleef hangen, zorgde voor wateroverlast in de toen al door aardbolstoffeerders in overvloed gelegde klinkers en het door stoomwalsen gesloten asfalt. In onze tent op de camping stonden diverse bakjes en emmers om de ‘waterpret’ te ontvangen. Voor ons als kinderen was het naburige slootje omgetoverd in een hard stromende watermassa. En, zoals bij elke Nederlander bij de geboorte al in de genen zit, gingen ook wij met schepjes vol afgegraven grond de strijd tegen het water aan. Door middel van het aanleggen van een mini-afsluitdijk probeerden we de watervloed te stuiten. Het was flink doorwerken, want water laat zich niet snel de stroom snoeren. Toen we eindelijk de overwinningsvlag wilden hijsen, klonk er achter ons een boze stem. ‘Wat gebeurt hier?’ ‘Direct stoppen en alle grond terug gooien’. Hoefde niet meer, want het water had ons project al volledig verslonden. Boos keek een ‘overspannen’ oudere man ons aan. Zo snel als onze korte beentjes konden, renden we met schoongespoelde schepjes tentwaarts. Daar stonden de emmers, bakjes en intussen ook al kopjes tot aan de rand vol. Even was het geen kostbaar goedje, maar overlast. Lang geleden, maar toch! In mijn vorige column deed ik kond van het feit dat ik deze keer terug zou komen op het Poiesz – Huishoudschool – Handelsvereniging –gebeuren. De raad mag a.s. donderdagavond vanaf half acht in het gemeentehuis debatteren over het agendapunt ’Voornemen verplaatsen Poiesz Tolbert’. De vorige keer noemde ik het ‘een duivelsdilemma’ en dat is het nog steeds. Voor de raad ligt voor of er een eventuele wijziging van het bestemmingsplan op de locatie van de Huishoudschool kan plaatsvinden. Dit op basis van bestaande bestemmingsplannen, huidig beleid, bestaande afspraken en regelgeving. Hoe het woelige water van de raad zal stromen? Soms zou ik weer een kind willen zijn, stampend in de waterplassen en vrij van alle grote mensen problemen. ‘Ik groet u‘. ‘Moi’.