Groen en Hylkema nemen middenin coronacrisis afscheid als huisarts

‘Je loopt een stukje mee in de levens van anderen’

RODEN – Op 1 april zwaaien twee Rodense huisartsen af. Ineke Groen en Harriët Hylkema hangen na respectievelijk 28 en 15 jaar als huisarts hun stethoscoop aan de wilgen. Waar beide dames hoopten op een mooie afscheidsreceptie, gooit het coronavirus roet in het eten. Een virus wat volgens hen niet is te vergelijken met enig ander virus wat zij ooit meemaakten. ‘Dit virus is ons onbekend. Dat maakt het tot een ernstige ziekte.’

Drie dames stappen enigszins vermoeid de laatste maartzon tegemoet. Het was een drukke dag in Gezondheidscentrum de Woldzoom, zo valt uit hun gesprekken op te merken. De chaos van het coronavirus is hen niet bespaard gebleven. Een installatiemonteur loopt hen achterna met in zijn hand medicijnen uit de apotheek. Zijn werkkleren heeft hij nog aan en de bedrijfsauto staat op het aangelegen parkeerterrein. In het Gezondheidscentrum zelf is het rustig. De meeste praktijken zijn al dicht of sluiten af. In het kantoor van huisarts Ineke Groen staat echter koffie klaar. Harriët Hylkema schenkt in.

De dames hebben elkaar bij toeval gevonden. Ze werken natuurlijk onder hetzelfde dak en kwamen er achter dat ze allebei op 1 april zouden stoppen. In dezelfde week zouden ze een afscheidsreceptie houden en voor zowel Groen als Hylkema geldt dat hun receptie geen doorgang kan vinden. Jammer maar begrijpelijk, zo oordelen de dames. Toch leek het hun juist in deze tijd goed nog wat van zich te laten horen. En laten we eerlijk zijn: er valt genoeg te bespreken. ‘Je leest en hoort veel’, zucht Hylkema. ‘Alleen al de onzin die op sociale media wordt verspreid…’

Voor het interview aanvangt, wil Groen nog even benadrukken dat zij niet namens de HAGRO (HuisArtsenGroep Roden) spreken. ‘We zitten hier vooral voor het afscheid.’ En dus niet voor duiding over het coronavirus, al komt het onderwerp als vanzelfsprekend aan bod.

Maar eerst een terugblik op hun loopbaan als huisarts. Voor Groen begon die 28 jaar geleden. ‘Destijds begon net de digitalisering’, herinnert zij zich. ‘We werkten nog met de zogeheten groene kaart en patiënten hadden soms dikke dossiers. Later kwam het Huisartsen Informatie Systeem, het HIS. Inmiddels gaat alles digitaal. Veel makkelijker natuurlijk. En toch was het destijds soms ook overzichtelijker.’

Dat beaamt Hylkema. Zelf werd ze pas op haar vijftigste huisarts, na eerst onder andere verpleegkundige te zijn geweest en in een asielzoekerscentrum te hebben gewerkt. ‘Je hebt nu meer assistenten en praktijkondersteuners per praktijk’, zegt zij. ‘Dat betekent dat je meer uit handen geeft. Als huisarts blijf je eindverantwoordelijk, maar praktijkondersteuners en assistenten kunnen vrij zelfstandig werken.’

Ook de administratieve last is door de jaren heen flink verhoogd. Het maakte zelfs dat de leden van de HAGRO een eigen stempel lieten maken. Een stempel van een paarse krokodil, zoals bekend van de legendarische OHRA reclame. Op ‘volstrekt zinloze’ formulieren, wordt dit stempel bijgevoegd. ‘Zo heel vaak komt het niet voor dat we hem gebruiken’, geeft Groen toe. Reden daartoe is een afname van de administratieve rompslomp, al gaat die afname niet zo snel als gewenst. Een paar jaar geleden voerden huisartsen actie onder de naam Het Roer Moet Om, waarmee de branche aangaf dat de rompslomp gewoon een stuk minder moest worden. ‘Nog steeds zijn er verzekeraars die per se een handtekening van de huisarts willen op bepaalde formulieren’, stelt Hylkema. ‘De administratieve last wordt minder, maar het gaat niet zo snel als gewild.’

Ondanks de mindere kanten aan het beroep, oefenden beide huisartsen hun werk altijd met plezier uit. ‘Wat ik zo leuk vind aan dit werk? Dat je een tijdje meeloopt in het leven van mensen. Je krijgt vertrouwen, bouwt een band met ze op. Soms kun je iets voor ze doen, soms moeten ze zelf aan de slag. Maar je staat heel dichtbij de mensen. Dat is bijzonder’, zegt Hylkema. Groen vindt dat ook. ‘Je maakt vooral dingen mee die best ernstig zijn. Wij gaan dan nog wel op kraamvisite, maar je bent toch vooral met ziekte bezig. Ondertussen bouw je met patiënten een vertrouwensband op. Ik merk dan ook dat sommigen het gewoon verdrietig vinden dat je weggaat. Dat geeft je het gevoel dat je er toedoet.’

Door de jaren heen verandert dat gevoel nooit, oordeelt Groen. ‘Het blijft mooi om mensen te zien, om ze mee te maken. Iedereen is anders, wat het werk ook zo mooi maakt. Afstompen doe je daardoor niet.’ Een goede huisarts kan tot de kern komen, menen de dames. Het ‘deurknop-verhaal’ is een wezenlijke term in de branche. ‘Zo noem je het als iemand al op weg naar de uitgang is, maar tóch nog even iets aanstipt. Meestal is dat iets waar ze al langer meespelen. Dat komt er dan, met de knop in de hand, toch nog uit.’

Ook de klachten waarmee mensen naar de huisarts gaan, veranderen. Zo zien beide huisartsen dat mensen sneller geneigd zijn over psychische problemen te praten. ‘Een goede zaak’, benadrukt Hylkema. Wat echter opvalt is dat ook jonge mensen steeds vaker met dergelijke klachten worstelen. ‘Mensen hebben het drukker dan vroeger. We zijn meer individualistisch, we moeten meer en daarbij komt nog de stress van sociale media. Jonge mensen staan steeds meer onder druk’, aldus Groen.

Het zou vreemd zijn om niet even het coronavirus aan te halen. Het virus wat roet gooit in het eten van beide huisartsen die zo graag afscheid van hun patiënten hadden willen nemen. Dat dit nu niet kan is zuur, maar begrip is er zeker. ‘Het is zorgelijk’, oordelen beide huisartsen, die de laatste tijd veel meer telefoontjes krijgen. ‘We vragen mensen om thuis te blijven en bij voorkeur met de praktijk te bellen’, zegt Hylkema. Toch lukt dat lang niet altijd. Groen: ‘Mensen hebben al gauw de neiging om tóch te komen. We proberen dit zoveel mogelijk te beperken en ook de afstand te bewaren.’

Volgens Hylkema leeft er veel onzekerheid over het virus. ‘Hoe dit zich verder gaat ontwikkelen in het noorden, daarover is nu nog niets te zeggen.’ Iets vergelijkbaars hebben ze in hun bestaan als huisarts nog niet meegemaakt. ‘De Mexicaanse Griep in 2009 komt denk ik het dichtst bij’, concludeert Groen na lang denken. ‘Maar dat viel uiteindelijk heel erg mee. Daar hebben we, in vergelijking met nu, weinig last van gehad. Vorig jaar hadden we natuurlijk ook een grote griepgolf.’ Hylkema beaamt dat. ‘Ieder jaar zie je dat er een risicogroep is als de griep uitbreekt. Het probleem met dit virus, is dat het onbekend is. Met de “gewone griep” weten we hoe we het moeten bestrijden. Met deze griep hebben we nog geen idee. Dat maakt het een ernstige ziekte.’

Ondertussen hebben de Roner huisartsen onderling goed contact. ‘Alle huisartsen zitten in een hotline-app’, zegt Hylkema. ‘Daarmee hebben we telkens contact.’ Nog voor de persconferentie van zondag 15 maart, kwamen de huisartsen al bij elkaar voor een spoedoverleg. En nog ruim voor dat overleg, besloten beide huisartsen hun afscheidsreceptie in te trekken. ‘Dat leek ons toen al het beste om te doen.’

Stoppen

De redenen om te stoppen zijn van beide dames verschillend. Hylkema heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, terwijl Groen nog even door zou kunnen gaan. ‘Ik stop op het moment dat ik het goed vind’, verklaart zij. ‘Niet dat ik het niet meer leuk vind, maar ik vind nog een heleboel andere dingen heel leuk. Daarnaast is het de laatste jaren heel veel werk geworden. Het is zeker zwaarder geworden.’

Het vinden van een opvolger bleek voor beide huisartsen geen probleem. Waar het landelijk nogal lastig blijkt, is Roden nog zeer in trek. ‘Dat heeft ook te maken met de korte afstand tot Groningen’, weet Hylkema. Beide dames kunnen nu met een gerust gevoel naar 1 april toewerken, al zullen er nog rare dagen aanbreken. Het leven van een huisarts is nooit saai. Spannend tot aan de meet.