Harm laat zijn varkens een paar weken langer in leven

Allemaal willen ze die titel: ‘Het Beste Bedrijf van Noordenveld’
REGIO – Zijn we weer met een rondje langs de velden:  bedrijven in Noordenveld. Bedrijven die strijden om de eretitel ‘Beste Bedrijf van Noordenveld’. Die een jaar lang advertentieruimte winnen en voor eeuwig kunnen stellen dat ze ooit eens de beste waren en wie wil dat nou niet? Bovendien moet de winnaar ruimte maken op de schoorsteenmantel. Of op de toonbank, want een blijvende herinnering maakt uiteraard deel uit van de hoofdprijs, net als een foto op de voorpagina van de Krant. Nog even en de stemmen zullen worden geteld, kan de jury – heer Borgman en dames Zwerver en Haseloop- aan de bak. Vandaag in de Krant een rondje Norg, Peize en Nieuw Roden.

Norg. Mooi dorp, zeker nu het kwik de tien graden (boven nul) weer eens passeert. Het doet de mensen zichtbaar goed. Tegenover de finalist van vorig jaar – Anniek- huist Coöp Spithost. De supermarkt onderging vorig jaar een gedaanteverwisseling. Andere ingang, mooiere, modernere look. Spithost en zijn team doen dit jaar voor het eerst mee aan de verkiezing. En dus staat er – heel slim- pontificaal bij de ingang een statafel. Daar kunnen de mensen hun stembriefje inleveren. Rechts de bakker, links het servicepunt. In de supermarkt is bier in de aanbieding. Warsteiner en Jupiler, kratje voor nog geen tientje. De Krant vraagt naar de bedrijfsleider, maar krijgt gewoon de grote baas, zoals een van de dames zegt. ‘Hij komt er aan hoor’, zegt ze, om zelf meteen het hazenpad te kiezen. Jaap Spithost komt er inderdaad aan. Hij verontschuldigt zich meteen. Had telefoon. Werk gaat voor het meisje dat de delegatie van de Krant heet. Spithost is tevreden over de stemmen die tot nu toe uitgebracht zijn en over de reuring die de verkiezing geeft. ‘Ik zie dat de berichten op Facebook heel aardig gedeeld worden’, zegt Jaap, zelf Norger vanaf zijn dertiende levensjaar. Dat hij eigenaar van een supermarkt zou worden, was eerder logisch dan bijzonder. Hoewel: aanvankelijk lag zijn interesse toch vooral in het repareren van brommers en auto’s. Sleutelde hij uren en uren aan de voertuigen, niet geheel toevallig samen met Jan Dorenbos. Pa Spithost besmette hem uiteindelijk toch met het virus en dus is Jaap de grote man hier. ‘Mijn vader kocht deze zaak in 1985, sinds 2002 ben ik eigenaar’, vertelt hij. Als altijd bescheiden en nuchter. Dat hij nu deelneemt, zit in de koerswijziging die Coöp maakte. Coöp wil meer naar buiten. Wil zich meer laten zien. Haar body tonen, trotser zijn en dat uitdragen. ‘Lang was het van binnen allemaal prachtig, maar miste naar buiten toe de uitstraling’, weet Schiphost. ‘Dat is dus ook een reden dat we deelnemen. We hebben de winkel een moderner jasje gegeven vorig jaar, we zijn nu ook klaar voor de uitverkiezing. En natuurlijk hoop je dat je wint, maar de reuring, het feit dat er ‘iets’ leeft, dat is al genoeg.’ Bovendien kon hij in de advertenties mooi het stickerboek van FC Groningen promoten. Ook dat is Schiphost. ‘In de wijde omtrek zijn wij de enige die dat boek biedt. Dat willen we toch al graag. Net even meer doen, bijzondere dingen bieden. Je moet je in deze branche onderscheiden. Verder zijn we tegenwoordig zeven dagen per week open. En ja, dat kan zeker uit. Je moet er tegenwoordig gewoon altijd voor de klant zijn, zoals we ook thuis bezorgen en zoveel mogelijk voor verenigingen in dorp en omgeving klaar willen staan. Gebeurde vroeger al. Belde Gomos op zondag, hadden ze de broodjes op. Zorgde ik dat ze iets kregen. De band met verenigingen is prima. Ik sponsor niet alleen Gomos maar kies voorn spreiding. En onderhand weten we wat we aan elkaar hebben. Als Gomos belt en zegt zondag met twintig man te willen barbecueën, weet ik genoeg. Ik weet wat ze willen.’ Spithost prijst de onderlinge betrokkenheid tussen ondernemers in Norg en zegt dat zijn baan nog steeds niet saai is. ‘Je hebt met mensen te maken. Het is altijd weer anders. Nu we zeven dagen per week geopend zijn, moet ik alleen oppassen dat ik niet altijd aan het werk ben. Weet je, ik ben een ondernemer die het credo ‘geven en nemen’ hoog in het vaandel heeft. Dat werpt vruchten af. En richting de zomermaanden werken hier in totaal toch veertig mensen. Of ik daarmee de grootste werkgever van Norg ben? Goh, zeg je wat. Dat is geen doel op zich, maar het zou best eens kunnen.’ Jaap staat vervolgens de Krant TV te woord, poseert voor de lens van de camera van de fotograaf en gaat de werkvloer weer op. Daar waar hij zich als een vis in het water voelt. Mooi!

De verwarming in de auto kan uit. Het is dertien graden en in Peize brandt de zon zelfs, tenminste als je precies dat ene plekje ontdekt. Zie de zon schijnt door de bomen. Bij Slagerij Hilgen, een vaste waarde in het hart van Peize, – is het binnen koud. Logisch, want vlees en warmte is een combinatie die niet snel een gouden medaille verdient. Harm, eigenaar, en vaste kracht Nienke zetten net het mes in vlees. Ze scheiden vet en vlees. Eindproduct: gehakt. Mooi om te zien die vaardigheid met het mes. Maar zelfs bij Harm ging het wel eens mis. Meer dan eens zelfs. ‘Kijk maar’, zegt hij, als hij zijn handen laat zien. En inderdaad, je ziet het. ‘Ontkom je niet aan. Wist je trouwens dat je met stompe messen eerder ongelukken krijgt dan met scherpe? En nog iets: ooit moest mijn hand gehecht worden. Raakte de arts een slagader. Over bloedbad gesproken.’ Slagerij Hilgen is nog zo’n echte slagerij. De gehaktballen zijn er knap en zien er lekker uit. Het is er vers. Metworsten worden zelf gemaakt en nee, Harm weigert categorisch de kruiden die hij toevoegt prijs te geven. Achttien jaar al is hij hier de baas. Met vrouw Truida, een parttimer en dus Nienke. Harm vertelt over het Gaasterlandse kruidenvarken. Mesters mesten het varken, dat zo lang hij leeft net even meer ruimte heeft en ander(beter) voer krijgt. Dat levert beter vlees op en bevordert het dierenwelzijn. ‘Deze varkens leven ook langer. Een paar weken’, zegt Harm. Hilgen geniet nog steeds van zijn vak. Hij geniet van het verkopen van goede producten. Van eerlijk vlees. ‘Nee, de klanten komen beslist niet alleen uit Peize. Ik heb ze uit heel de regio ondertussen.’ Toch twijfelde Hilgen of hij wel of niet mee zou doen aan deze verkiezing. ‘Ach, weet je, ik ben niet een man die graag op de voorgrond wil. Ik hoef niet regelmatig op de foto. Laat mij mijn werk maar gewoon doen. Ik hoor nu echter goede berichten, en dat is ook wel weer mooi. Ieder mens wil wel eens waardering, dat geldt dus ook voor mij.’ Waar Hilgen zich wel zorgen over maakt, is de situatie in het centrum van Peize. Vroeger, toen alles beter was, waren er meer winkels. En meer winkels versterkt. Dan loop je ook nog even snel bij de slager en bakker binnen. ‘Er moeten niet meer winkel weg’, zegt Hilgen beslist, die ondertussen gewoon door snijdt overigens. ‘En ik ben bang dat dit wel gaat gebeuren. Dat betekent dat mensen elders hun boodschappen gaan doen. En dat is nu al het geval. Ze gaan naar Roden of Eelde of zelfs naar Leek. Ik snap het wel, maar een goede ontwikkeling is het natuurlijk niet.’ Hilgen is los. ‘Toen de gulden de euro werd, ging het een aantal jaren heel goed. Nu is wat vroeger een gulden was een euro en is het moeilijker. De kosten stijgen en heel duur wil je je vlees ook niet maken. Ook klanten moeten opletten tegenwoordig. Maar ach, het gaat goed. Ik heb een mooie, vaste klantenkring en blijf gewoon mijn best doen.’ Harm niest, want: verkouden, en snijdt verder. En groet de Krant. Ook zo’n mooie ondernemer. Doener. En iemand die hecht aan kwaliteit. Gelukkig zijn ze er nog wel. Als je maar goed zoekt.
Via Roden gaat het daarna richting Nieuw Roden. Ook dat dorp ziet er meteen leuker uit, nu de zon haar werk weer doet. De zon schijnt volop, zoals Geert Ausma hardop lacht. Zoals hij altijd lacht. Een uurtje niet gelachen, is een uur niet geleefd. Het zou het credo van deze ras-ondernemer kunnen zijn. Geert, van Kluswijs, van vroeger de MultiMate. In 2014 werd het KlusWijs en bij die formule voelt Geert zich kiplekker. ‘Goede organisatie’, zegt hij, ondertussen een klant helpend: nieuwe sleutel. Het gaat goed met KlusWijs en dus ook met Geert. ‘Het is wintertijd, een andere tijd’, laat hij weten. ‘Het is koud en dus blijven mensen liever binnen. Dat is nou eenmaal zo. Maar verder hoor je mij niet klagen hoor.’ Ausma is een ervaren ondernemer. Als geen ander beseft hij dat tijden zijn veranderd. ‘Internet speelt daarin een belangrijke rol. Ik durf te stellen dat het tegenwoordig minder leuk ondernemen is. Mensen reageren heftiger, brutaler vooral. Bovendien weten ze alles al. Hebben ze allemaal al opgezocht op internet. Vroeger was het gemoedelijker vooral.’ Ausma – ‘ik zit hier mooi’ – weet wat zijn kracht is. ‘Dat is onze service. Duidelijk. Wij komen bij de mensen thuis opmeten, we maken kasten op maat. En weet je dat dit ook bitter nodig is. Je ziet steeds meer mensen met spreekwoordelijk twee linkerhanden namelijk. Wij ontzorgen de mensen. We meten, monteren en plaatsen. En onze aanbiedingen hè. Die zijn en blijven aantrekkelijk. Wij redden ons hier prima, maak je geen zorgen.’

Jaap, Harm en Geert. Drie mannen. Toevallig. Drie verschillende ondernemers ook, drie verschillende ambachten. Maar gedrieën liefhebbers. Nooit plichtmatig en altijd denkend aan wat de klant wil. Bij geen van hen zou de hoofdprijs misstaan.